Jump to content
Wizardzone - Harry Potter Community
Sign in to follow this  

Voldemort


ThaMartin

Voldemort

Voldemort

 

 

Algemeen

Deze Tovenaar is slechter dan slecht. Vroeger heette hij Marten Asmodom Vilijn. Hij verafschuwde deze Dreuzelnaam, net als alle andere dingen die met Dreuzels te maken hadden, en haalde de letters door elkaar tot hij de tekst "Mijn Naam Is Voldemort" kreeg. Dit deed hij pas nadat hij van school was. Marten had gitzwart haar en was een stuk langer dan Harry. Zijn vingers waren bijzonder lang. Alles wat niet van puur tovenaarsbloed was verafschuwde hij, en moest volgens hem worden vermoord.

 

Voldemorts familie

Voldemorts vader heette Marten Vilijn. Hij was een Dreuzel. Zijn moeder Merope, een heks uit het dorp, werd verliefd op hem, maar hij liet haar in de steek toen ze hem vertelde wat ze was. Op dit moment was Merope al zwanger. Marten verliet haar en keerde nog voordat Voldemort geboren was terug naar zijn Dreuzelouders.

 

Zij stierf in het kraambed en Voldemort bleef achter en werd opgevoed in een Dreuzelweeshuis. Voldemort zwoer dat hij zijn vader zou vinden en zich zou wreken op de man die hem zijn naam gegeven had.

 

Zijn moeder Merope had ook nog een broer, Morfin en een vader, Asmodom Mergel. Met zijn drieën leefden zij vroeger in het Huis Mergel, maar Morfin en Asmodom verachtten haar omdat ze niet goed kon toveren en omdat ze op een Dreuzel viel. Asmodom, Merope's vader en dus Voldemorts grootvader, was afstammeling van Zalazar Zwadderich.

 

De Mergels waren een oeroude Toverfamilie, die bekend stond om het labiele en gewelddadige gedrag dat bij iedere nieuwe generatie wel weer de kop opstak en dat te wijten was aan hun gewoonte om met hun eigen neven en nichten te trouwen. Dat gebrek aan verstand, gekoppeld aan een enorme voorliefde voor grandeur, betekende dat de familie al diverse generaties voordat Asmodom geboren werd, er al hun goud doorheen gejaagd had. Asmodom leefde in armoede en ellende, met een ongelooflijk opvliegend humeur, een krankzinnige arrogantie en trots en een paar erfstukken die hij minstens zo waardevol vond als zijn zoon, en heel wat waardevoller dan zijn dochter.

 

Harry en Voldemort zijn beiden verre afstammelingen van de Prospers.

 

Het Huwelijk van Voldemorts ouders

Toen Asmodom en Morfin Mergel opgesloten waren in Azkaban, en Merope wat vrijer werd, begonnen haar toverkunsten zich ook verder te ontwikkelen. Waarschijnlijk heeft ze een Liefdesdrank gebruikt om ervoor te zorgen dat Marten Vilijn verliefd op haar werd. In plaats van op haar vader te wachten, liet ze hem een achscheidsbriefje na met een uitleg wat ze gedaan had. Het dorp sprak er schande van dat de zoon van de plaatselijke landeigenaar ervandoor ging met de dochter van een zwerver, zoals ze Asmodom zagen.

 

Een paar maanden na hun overhaaste huwelijk keerde Marten Vilijn terug naar het landhuis in Havermouth, maar zonder zijn vrouw. Al gauw ging het gerucht in het dorp dat zij hem "bedrogen" of "beetgenomen" had. Waarschijnlijk bedoelde hij dat hij onder een betovering verkeerde die nu verbroken was, al durfde hij het waarschijnlijk niet zelf zo te formuleren uit angst dat men zou denken dat hij gek was. Toen de dorpelingen hoorden wat hij vertelde, dachten ze dat Merope tegen Marten Vilijn had gelogen, dat ze gedaan had alsof ze een kind van hem verwachtte en dat hij daarom met haar getrouwd was.

 

Waarschijnlijk kon Merope, die smoorverliefd was op haar man, het niet langer over haar hart verkrijgen om hem met magische middelen aan zich te blijven binden. Perkamentus denkt dat ze zelf besloot hem niet langer liefdesdrank te geven. Omdat ze zelf zo verliefd was, heeft ze zich misschien wijsgemaakt dat hij inmiddels ook wel verliefd zou zijn geworden op haar, of dacht ze dat hij zou blijven vanwege het kind. Als dat zo was, had ze het in beide gevallen mis. Hij liet haar in de steek, heeft haar nooit meer gezien en heeft ook nooit de moeite genomen om uit te vissen wat er van zijn zoon geworden was.

 

Marten Vilijn (11j).png
Het Weeshuis

Het was oudejaarsavond en bitterkoud. Het sneeuwde en het weer was echt vreselijk, toen Merope wankelend naar de voordeur van het Weeshuis liep. Ze werd binnen gelaten en een uur later kreeg ze haar baby, Voldemort. Nog een uur later was ze dood. Voordat ze stierf, zei ze nog: "Ik hoop dat hij op zijn vader lijkt". Ze heeft ook nog gezegd dat hij Marten moest heten, naar zijn vader, en Asmodom, naar haar vader. Ze wilde dat de achternaam van haar zoon Vilijn zou zijn, en kort daarna stierf ze, zonder verder nog een woord te zeggen. Nooit is er nog een Marten of Asmodom of andere Vilijn naar hem komen vragen.

 

Voldemort groeide op in het Weeshuis. Als baby was hij al apart en huilde hij bijna nooit. Ook toen hij ouder werd, bleef hij in de ogen van mevrouw Koort, de directrice van het Weeshuis, raar. De andere kinderen waren bang voor hem. Voldemort gebruikte zijn toverkracht al zonder dat hij eigenlijk besefte wat het was. Zo had hij het konijn van Billy Stroeve opgehangen na een ruzie, en bij het jaarlijkse uitstapje van het Weeshuis naar de zee, nam hij andere kinderen mee een grot in, waarna ze nooit meer de oude waren als ze eruit kwamen.

 

Toen hij op het Weeshuis zat, was het al duidelijk dat zijn uiterlijk niks van de Mergels had. Hij was zijn knappe vader in het klein, lang voor een jongen van elf, met donker haar en een bleek gezicht met holle wangen.

 

Als kind al was hij bijzonder dominant en arrogant. Als Perkamentus bij hem op bezoek komt om hem te halen, komt hij al vrij brutaal over tegenover Perkamentus, maar hij wordt al snel op zijn plaats gezet. Het wordt duidelijk dat hij al vaak bevelen had uitgedeeld en zijn ogen kijken Perkamentus dwingend aan.

 

Voldemort is bang dat Perkamentus van het gekkenhuis is en is gestuurd door mevrouw Koort. Als Perkamentus hem uitlegt dat hij een tovenaar is, wordt hij ineens nieuwsgierig en wordt duidelijk dat hij nog niet wist dat het toverkunst was, wat hij allemaal kon. Hij vertelt dat hij dingen kan verplaatsen zonder ze aan te raken en dieren kan laten doen wat hij wil zonder ze te trainen. Hij kan zorgen dat er iets ergs gebeurt met mensen die hem boos maken, en hij kan ze pijn laten boelen als hij dat wil. Perkamentus is verontrust over het feit dat hij zijn toverkracht op een negatieve manier gebruikt, en dat hij op zijn jonge leeftijd al een vrij krachtig tovenaar blijkt te zijn.

 

Als hij hoort dat hij een tovenaar is, straalt zijn gezicht ineens een uitzinnig geluk uit, maar om de een of andere reden wordt het daar niet knapper van, integendeel: zijn delicate gelaatstrekken lijken juist grover en zijn uitdrukking heeft bijna iets beestachtigs.

 

Voldemort gelooft het nog niet helemaal en wil dat Perkamentus bewijst dat hij kan toveren. Hoewel hij het eerst op een hele onbeeefde manier vraagt, laat Perkamentus het hem zien nadat hij Voldemort heeft geleerd hem met Professor of Meneer aan te spreken. Perkamentus zet zijn klerenkast in de brand. Perkamentus komt er op deze manier achter dat Voldemort dingen in zijn kast verborgen houdt die hij gestolen heeft, en Perkamentus eist van hem dat hij deze dingen terug brengt naar de rechtmatige eigenaars.

 

Deze dingen liggen in een doos op de bovenste plank van zijn kast. Het zijn een hoopje kleine, alledaagse voorwerpen, zoals een jojo, een zilveren vingerhoed en een doffe mondharmonica.

 

Perkamentus legt Voldemort in het kort uit dat op Zweinstein, diefstal niet getolereerd wordt, en dat hij zal leren om zijn toverkracht in bedwang te houden. Ook vertelt Perkamentus hem over het Ministerie van Toverkunst en de straffen die hij riskeert als hij zich niet aan de regels houdt van de Toverwereld. Van Perkamentus, krijgt Voldemort geld om zijn schoolspullen te komen. Dit geld is afkomstig uit het speciale fonds van de school voor kinderen zonder geld. Perkamentus geeft hem ook zijn lijst met schoolboeken en vertelt hem hoe hij op de Wegisweg moet komen.

 

Op dit moment weet Perkamentus nog niet veel over Voldemorts verleden. Als hij vertelt dat er meer "Martens" zijn, laat Voldemort al meteen weten dat hij deze naam niet leuk vindt, juist omdat hij niet bijzonder is. Voldemort denkt zelf dat zijn vader tovenaar is. Hij is ervan overtuigd dat het niet zijn moeder was, anders zou ze niet doodgegaan zijn.

 

Voldemort vertelt ook meteen aan Perkamentus dat hij met slangen kan praten. Na dit gehoord te hebben, vertrekt Perkamentus weer met de mededeling dat hij Voldemort op Zweinstein zal zien. Voor zichzelf, had Perkamentus op dat moment al de beslissing gemaakt om Voldemort, of Marten, vanaf dat moment goed in de gaten te houden. Niet alleen in het belang van Voldemort zelf, maar ook in het belang van anderen.

 

De belangrijste dingen die te leren zijn uit deze tijd, zijn dat Voldemort toen al bijzonder wilde zijn, en ook weinig vrienden had. Hij deed alles toen al veel liever alleen, net als de dag van vandaag. Veel Dooddoeners denken dat ze in vertrouwen worden genomen door Voldemort en dat ze hem zelfs begrijpen maar ze houden zichzelf voor de gek. Heer Voldemort heeft nooit vrienden gehad en hij heeft die ook nooit willen hebben.

 

Verder is het belangrijk dat Voldemort graag troffeeën verzamelde. Die eksterachtige neiging is belangrijk, omdat Voldemort in zijn latere leven veel dingen gebruikt die voor hem een bijzondere waarde hebben, om Gruzielementen van te maken.

 

Toverstok

Hij heeft een stok van taxushout, vierendertig komma zeven centimeter met de staartveer van een feniks. Het is een krachtige toverstok, zeer krachtig, vooral in verkeerde handen. De veer blijkt afkomstig te zijn van Felix, de Feniks van Perkamentus. Felix heeft nog 1 andere veer achtergelaten, de veer die verwerkt is in de toverstok van Harry Potter...

 

Legilimentie

Voldemort is de meest bedreven Legilimens die ooit heeft geleefd.

 

Marten Vilijn (16j).png
Voldemort in zijn schooljaren

Marten Vilijn was de Erfgenaam van Zwadderich. Op school sleepte hij eens een Onderscheiding Wegens Uitzonderlijke Verdiensten voor de School in de wacht. Ook kreeg hij een Medaille voor Magische Uitmuntendheid. Vroeger was hij Klassenoudste van Zwadderich en hij is Hoofdmonitor geweest. Perkamentus is de enige die hem als Voldemort, nog steeds met Marten aanspreekt.

 

Het eerste schooljaar arriveerde Marten Vilijn, een stille jongen in een tweedehands gewaad, die met de anderen in de rij ging staan om Gesorteerd te worden. Nog geen seconde nadat hij de Sorteerhoed op had gezet, werd hij al bij Zwadderich ingedeeld. Hoe snel Voldemort erachter kwam dat de befaamde oprichter van zijn afdeling ook met slangen kon praten is niet bekend, misschien was dat zelfs wel die eerste avond. Zeker is wel dat die ontdekking hem vreselijk opgewonden moet hebben, en zijn gevoel van eigenwaarde moet hebben vergroot.

 

Maar als hij probeerde indruk te maken op de andere Zwadderaars of hen angst aan te jagen door demonstraties van Sisselspraak in hun leerlingenkamer, kwamen de leraren daar niets oer te weten. Hij liet zo op het oog niets van arrogantie of agressie blijken. Als uitzonderlijk getalenteerde en knappe weesjongen kreeg hij vrijwel vanaf het begin veel aandacht en sympathie van het onderwijzend personeel. Hij leek beleefd en rustig en wilde graag leren. Bijna iedereen had een hoge pet van hem op.

 

Perkamentus ging er echter niet voetstoots vanuit dat hij te vertrouwen was. Hij had zich voorgenomen Voldemort goed in de gaten te houden, en dat deed hij ook. Voldemort was altijd erg op zijn hoede als Perkamentus in de buurt was. Waarschijnlijk vond hij dat hij al teveel aan Perkamentus had verteld en hij had zich na die keer in het Weeshuis, ook nooit meer zo bloot gegeven. Toch kon hij alles wat hij er al uitgeflapt had niet meer terugnemen, net zomin als de dingen die mevrouw Koort in vertrouwen aan Perkamentus had verteld. Wel was Voldemort zo verstandig om nooit te proberen Perkamentus met zijn charme in te palmen, zoals hij bij zoveel andere leraren deed.

 

In de loop van zijn schooltijd verzamelde hij een groep toegewijde vrienden om zich heen. Hoewel vrienden geen goed woord is, want Voldemort voelde beslist geen genegenheid voor hen. Die groep bezat een duistere aantrekkingskracht binnen de school. Het was een gemêleerd gezelschap; een mengeling van zwakkeren die bescherming zochten, eerzuchtigen die hunkerden naar gedeelde glorie, en bruten die aangetrokken werden door een leider die hun geraffineerdere vormen van wreedheid kon tonen. Met andere woorden, zij waren de voorlopers van de Dooddoeners en sommigen van hen werden inderdaad de eerste Dooddoeners nadat ze Zweinstein verlieten, bijvoorbeeld Van Detta en Arduin.

 

Voldemort hield hen streng in de hand en ze werden nooit op openlijk wangedrag betrapt, al vonden er tijdens hun zeven jaar op Zweinstein de nodige incidenten plaats waarmee ze nooit rechtstreeks in verband konden worden gebracht.

 

In zijn vijfde jaar, opende Voldemort de Geheime Kamer. Het monster, de Basilisk, die hij vrijliet, vermoordde Jammerende Jenny. Hij loog tegen het Schoolhoofd en gaf Hagrid de schuld, waarna deze van school werd gestuurd.

 

In de zomervakantie tussen zijn zesde en zevende schooljaar, wist Voldemort zijn vader en diens ouders te vermoorden, en zijn oom Morfin daar de schuld van te geven. Iets verder hieronder staat deze moord uitgebreid beschreven.

 

Voldemort heeft veel informatiebronnen tijdens zijn schooltijd. Zo weet hij vaak meer dan de meeste docenten. Iets waar hij bijzonder geïnteresseerd in is, is het maken van Gruzielementen. Hij vraagt professor Slakhoorn hier dan ook naar, en hoewel die er later spijt van heeft, geeft hij wel de nodige informatie.

 

Voldemort sloot zijn zevende schooljaar af met een topresultaat voor ieder examen dat hij aflegde. Zijn klasgenoten waren druk bezig om zich te oriënteren op de carriére die ze voor ogen hadden na Zweinstein. Vrijwel iedereen verwachtte grootse dingen van Marten Vilijn: klassenoudste, hoofdmonitor en winnaar van de Uitzonderlijke Onderscheiding wegens Verdiensten voor de School. Diverse leraren, onder wie professor Slakhoorn, raadden hem aan om bij het Ministerie van Toverkunst te gaan werken. Ze boden aan om afspraken voor hem te maken en nuttige contacten te leggen. Voldemort sloeg al die aangeboden hulp af en toen de leraren op Zweinstein opnieuw iets van hem hoorden, werkte hij bij Odius & Oorlof.

 

De moord op Voldemorts vader en grootouders

Voldemort werd geobsedeerd door zijn afkomst. Hij zocht tevergeefs in de schoolarchieven naar sporen van Marten Vilijn Senior, evenals in de Prijzenkamer, op lijsten met klassenoudsten en zelfs in boeken over de geschiedenis van de toverkunst. Uiteindelijk moest hij accepteren dat zijn vader nooit op Zweinstein gezeten had. Vanaf dat moment liet hij de naam Vilijn voorgoed vallen, nam hij de identiteit van Heer Voldemort aan en begon hij onderzoek te doen naar de eerst zo verachte familie van zijn moeder - de vrouw die volgens hem onmogelijk een heks kon zijn omdat ze bezweken was voor de beschamende menselijke zwakte van de dood.

 

Zijn enige aanknopingspunt was de naam "Asmodom", want hij wist van de mensen uit het Weeshuis dat zijn grootvader van moederskant zo heette. Na veel minutieus onderzoek in oude boeken over toverfamilies ontdekte hij ten slotte het bestaan van de laatste afstammelingen van Zwadderich. In de zomer van zijn zestiende levensjaar verliet hij het Weeshuis, waarnaar hij jaarlijks terugkeerde, en ging hij op zoek naar zijn verwanten met de naam Mergel.

 

Hij ging op bezoek bij het Huis Mergel, waar alleen zijn oom Morfin nog woonde. Na geklopt te hebben, opende hij de deur en liep de kamer in waar Morfin was. Eerst wil Morfin hem aanvallen, maar Voldemort zegt in Sisselspraak dat hij moet stoppen, waarna hij indimt. Voldemort vraagt naar Asmodom en krijgt te horen dat hij al jaren dood is. Morfin vertelt Voldemort dat hij op "De Dreuzel Vilijn van het grote huis aan de overkant van het dal" lijkt.

 

Daarna wiste Voldemort Morfins geheugen. Morfin kan zich er niks meer van herinneren. De volgende ochten toen hij wakker werd, lag hij op de grond. Hij was alleen en de ring van Asmodom was verdwenen. In Havermouth rende ondertussen een dienstmeid door de dorpsstraat en gilde dat er drie lijken in de salon van het landhuis lagen: Marten Vilijn senior en zijn vader en moeder.

 

Op het Ministerie van Toverkunst beseften ze onmiddelijk dat er sprake was van een magische moord. Ze wisten ook dat er tegenover het huis van de Vilijns, aan de andere kant van het dal, een veroordelde Dreuzelhater woonde, een Dreuzelhater die al gevangen had gezeten wegens mishandeling van één van de slachtoffers.

 

Er gingen mensen van het Ministerie van Toverkunst bij Morfin langs. Ze hoefden hem niet uit te horen of Veritaserum of Legilimentie te gebruiken. Hij biechtte de moorden onmiddelijk op, compleet met details die alleen de moordenaar kon weten. Hij was er trots op dat hij die Dreuzels gedood had, zei hij; hij had jarenlang op zijn kans gewacht. Hij overhandigde zijn toverstok en er werd vastgesteld dat die gebruikt was om de Vilijns te doden. Zonder enig verzet liet hij zich afvoeren naar Azkaban. Het enige wat hem dwars scheen te zitten, was het feit dat zijn vaders ring verdwenen was. "Hij vermoordt me als hij merkt dat ik hem kwijt ben", zei hij keer op keer tegen de mensen die hem gevangennamen. Dat was ook het enige wat hij ooit nog gezegd heeft. Hij bracht de rest van zijn leven door in Azkaban, treurend om het verlies van Asmodoms laatste erfstuk, en ligt begraven buiten de gevangenis, net als de andere arme zielen die binnen de muren overleden zijn.

 

We kunnen er vanuit gaan dat het als volgt ging: Voldemort Verlamde zijn oom, pakte zijn toverstok en begaf zich naar "het grote huis aan de andere kant van het dal". Daar vermoordde hij de Dreuzel die zijn heksenmoeder in de steek had gelaten en meteen ook maar zijn Dreuzelgrootouders, zodat het hele onwaardige geslacht Vilijn in één klap werd uitgeroeid. Dat was zijn wraak op de vader die hem nooit gewild had. Toen keerde hij terug naar het krot van de Mergels, voerde daar het ingewikkelde stukje magie uit dat een valse herinnering bij zijn oom zou implanteren, legde de toverstok van Morfin naast zijn bewustelozen eigenaar, pakte de antieke ring en vertrok. Morfin heeft zich nooit gerealiseerd dat hij het niet gedaan had.

 

Na de moord, ging Marten zelf terug naar Zweinstein om aan zijn zevende jaar te beginnen.

 

Na zijn schooltijd

Toen Marten van school ging, werkte hij dus bij Odius en Oorlof. Dit was echter niet zijn eerste keus geweest, hij had eerst professor Wafelaar benaderd om hem te vragen of hij als docent Verweer tegen de Zwarte Kunsten op Zweinstein kon blijven. De redenen die Perkamentus hiervoor in zijn hoofd heeft, zijn onder andere dat Voldemort erg gehecht was aan de school. Het was de enige plek waar hij zich ook thuis had gevoeld. Ten tweede is het kasteel een bolwerk van oeroude magie. Voldemort had meer van Zweinsteins geheimen ontrafeld dan de meeste andere leerlingen, maar misschien had hij het idee dat er nog meer mysteries waren die hij kon ontraadselen, meer geheime reservoirs van toverkracht die hij kon aanboren. Ten derde zou hij als leraar grote invloed hebben gehad op vele jonge heksen en tovenaars. Misschien had hij dat idee van professor Slakhoorn, de leraar met wie hij het meest overweg kon en die had aangetoond wat een invloedrijke rol ee docent kon spelen. Waarschijnlijk zag hij het kasteel wel als een nuttige plek om volgelingen te rekruteren en de kern van een leger op te bouwen.

 

Professor Wafelaar zei dat hij op zijn achttiende te jong was, maar raadde hem aan het over een paar jaar opnieuw te proberen, als hij dan nog steeds les wilde geven. Wafelaar was erg op Voldemort gesteld en overtuigd van zijn eerlijkheid, maar bij deze overweging heeft hij wel de mening van Perkamentus gevraagd.

 

Voldemort ging dus naar Odius & Oorlof en alle leraren die hem bewonderd hadden vonden het een verspilling dat zo'n briljante jonge tovenaar nu in een winkel werkte. Maar Voldemort was niet zomaar een winkelbediende. Hij was beleefd, knap en slim en mocht al gauw bijzondere kluses opknappen, klusjes die karakteristiek zijn voor een zaak als Odius & Oorlof, die gespecialiseerd is in voorwerpen met ongebruikelijke en krachtige eigenschappen. Voldemort moest mensen overhalen hun kostbaarheden te verkopen, en naar de verhalen te oordelen had hij daar talent voor.

 

Één van de klanten waar hij nog weleens naartoe ging, was Orchidea Smid, een oude, lelijke heks die gecharmeerd was door het toen nog knappe uiterlijk van Voldemort. In vertrouwen laat ze hem de Beker van Helga Huffelpuf en het Medaillon van Zalazar Zwadderich zien, dat ze in haar bezit had. Twee dagen later was ze dood en bekende haar Huis-Elf dat ze haar meesteres per ongeluk vergiftigd had. Net als bij Morfin, had Voldemort het geheugen gemodificeerd om zichzelf veilig te stellen.

 

De Beker en het Medaillon waren weg, en Voldemort had ontslag genomen bij Odius & Oorlof. Zijn werkgevers hadden geen idee waar hij gebleven was en waren net zo verrast door zijn verdwijning als iedereen.

 

Na Odius & Oorlof

Voldemort reisde hij de hele wereld af... verdiepte zich in de Zwarte Kunsten en ging met de slechtste mensen om. Hij onderging veel gevaarlijke, magische gedaanteveranderingen zodat hij nauwelijks nog herkenbaar was toen hij weer boven water kwam als Heer Voldemort. Vrijwel niemand legde de link tussen Voldemort en de knappe, intelligente jongen die ooit Hoofdmonitor was geweest.

 

Voldemort ging zo’n 10 jaar voor Harry’s geboorte op zoek naar volgelingen en die kreeg hij ook. Sommigen waren bang en anderen wilden gewoon ook macht, want macht kreeg hij zeker, steeds meer.

 

Hij ging terug naar Zweinstein, waar Perkamentus inmiddels Schoolhoofd was geworden. Hij kwam om nogmaals te vragen of hij leraar mocht worden. Hij vertelt Perkamentus dat hij tegenwoordig niet meer bekend staat als Marten Vilijn, maar Perkamentus maakt hem duidelijk dat hij in zijn ogen altijd Marten Vilijn zal blijven, en dat maakt Voldemort niet vrolijk.

 

Net als Perkamentus, heeft een politieke carriére Voldemort nooit kunnen boeien. Ondanks dat hij les wil geven op Zweinstein, vertelt Perkamentus hem dat hij niet trots is op de geruchten die de ronde doen rond Voldemort. Voldemort noemt zijn daden groots. Hij vertelt Perkamentus dat hij heeft geëxperimenteerd en de grenzen van de toverkunst verder heeft verlegd dat ooit eerder gebeurd is. Ook vertelt hij dat niets dat hij in de wereld gezien heeft, het verhaal van Perkamentus ondersteunt, dat liefde sterker is dan welke magie dan ook. Perkamentus suggereert dat hij misschien op de verkeerde plaatsen gezocht heeft.

 

Voldemort schrikt als hij merkte dat Perkamentus de naam Dooddoeners kent. Ook ontkent hij dat ze dienaars zijn, maar noemt ze zijn vrienden. Ook wordt duidelijk dat Perkamentus weet dat een aantal Dooddoeners in de Zwijnskop op hem zitten te wachten, en die gedetailleerde kennis bevalt Voldemort niks.

 

Perkamentus maakt hem duidelijk dat hij de baan niet krijgt, maar is wel nieuwsgierig naar de reden waarom Voldemort de baan wilde, want het was niet vanwege zijn ambitie om les te kunnen geven. Voldemort staat op met een gezicht dat vertrokken is van woede, en gaat weg. Sinds Perkamentus Voldemorts sollicitatie afwees, heeft geen enkele leraar Verweer tegen de Zwarte Kunsten het langer dan een jaar volgehouden.

 

Toen Voldemort aan de macht was

Er volgden donkere tijden, je wist niet wie je vertrouwen kon, je durfde geen vriendschap te sluiten met vreemde heksen of tovenaars. Er gebeurden vreselijke dingen. Voldemort was bezig de Tovenaarswereld over te nemen. Natuurlijk verzetten sommige mensen zich – en die vermoordde hij. Op een verschrikkelijke manier. Een van de weinige veilige plekjes was Zweinstein. Perkamentus was de enige voor wie Voldemort ooit bang was. De school durfde hij niet aan te pakken, of in elk geval nog niet. De meeste moorden werden gewoon voor de lol gepleegd.

 

Het grootste mysterie is dat hij nooit eerder geprobeerd had Lily en James in te palmen. Hij wist vast dat ze te dik waren met Perkamentus om ook maar iets te maken te willen hebben met de Duistere Zijde. Misschien dacht hij dat hij ze toch over kon halen… of misschien wilde hij ze gewoon uit de weg ruimen.

 

Zoals de meeste slechte dictators geeft Voldemort de voorkeur aan het laten opknappen van het vuile werk door zijn handlangers.

 

Andere namen

De Magische Wereld heeft jarenlang geleid onder de tirannie van Voldemort, en nog steeds durven veel mensen zijn naam niet uit te spreken. Om deze reden wordt Voldemort vaak aangeduid met JeWeetWel of Hij Die Niet Genoemd Mag Worden. Bij zijn aanhangers staat hij ook wel bekend als de Heer van het Duister. Van het programma Met het Oog op Potter, krijgt hij de naam "De Hoofddooddoener".

 

Gruzielementen

In zijn schooltijd vroeg Voldemort professor Slakhoorn over Gruzielementen. Voor meer informatie over wat dit zijn, verwijzen we je ook door naar dit onderwerp. Het enige wat professor Slakhoorn Voldemort niet heeft kunnen vertellen, was welke spreuk er nodig was om een Gruzielement te maken. Voldemort vindt dit op een andere manier uit en maakt zelf Gruzielementen. Voor deze Gruzielementen gebruikte hij zeer waardevolle voorwerpen. Hij geeft de voorkeur aan voorwerpen die van zichzelf al een zekere grandeur bezitten. Omdat 7 het belangrijkste magische getal is, maakt hij er 6, en is hij zelf het zevende stukje van zijn ziel.

 

Het maken van Gruzielementen, heeft Voldemort bewaard voor moorden die hij extra belangrijk vond. Volgens de berekeningen van Perkamentus, kwam Voldemort nog 1 moord tekort toen hij het huis van de Potters binnendrong, en waarschijnlijk was de voorgenomen moord op Harry, ook bedoeld voor het laatste Gruzielement.

 

Perkamentus denkt dat Voldemort zijn slang Nagini gebruikt als Gruzielement, hoewel het uiterst gevaarlijk is om een deel van je ziel toe te vertrouwen aan iets wat zelf kan denken en bewegen, maar Perkamentus had hierin gelijk. Ze onderstreept de band met Zwadderich, die zo belangrijk is voor Voldemorts aura. Waarschijnlijk voelt hij voor haar alle genegenheid die hij kán voelen. Hij wil graag dat ze dicht bij hem in de buurt is en heeft een ongewoon sterke controle over haar, zelfs voor een Sisseltong.

 

Het zevende deel van zijn ziel, al is het dan nog zo verminkt, huist in zijn herrezen lichaam. Dat is het deel dat al die jaren, tijdens zijn ballingsschap, zo'n schimmig bestaan heeft geleid; zonder dat deel heeft hij helemaal geen eigen ik meer. Het zevende deel is het laatste dat iemand die Voldemort vernietigen wil moet aanvallen - het deel dat in zijn lichaam leeft.

 

Bekende Gruzielementen van Voldemort:

  • Het Dagboek van Marten Vilijn - Reeds vernietigd in boek 2.
  • Ring van Zwadderich - Verborgen in het Huis Mergel. Door Perkamentus vernietigd.
  • Medaillon van Zwadderich - In de Grot uit Voldemorts tijd in het Weeshuis. Regulus Zwarts (R.A.Z.) heeft het gevonden en was van plan het te vernietigen, maar dit is niet gelukt. Uiteindelijk is het door Ron vernietigd.
  • Beker van Helga Huffelpuf - In de kluis van Bellatrix van Detta op Goudgrijp.
  • Diadeem van Rowena Ravenklauw - Verstopt in de Kamer van Hoge Nood.
  • Nagini - De slang van Voldemort.
  • Voldemort - Voldemort vormt zelf het zevende Gruzielement.
  • Harry Potter - Onbedoeld is Harry, nadat hij door Voldemort als baby was aangevallen, een achtste Gruzielement geworden.

 

Voor meer achtergrondinformatie over de Gruzielementen zelf, kijk je bij de pagina met Gruzielementen.

 

Wanneer Voldemort van een van de kobolden van Goudgrijp te horen krijgt dat Harry Potter de Beker van Helga Huffelpuf uit de kluis van de Van Detta's heeft gestolen, weet hij dat zijn geheim ontdekt is en dat ze op Gruzielementenjacht zijn. Hij is buiten zichzelf van woede en doodt iedereen die op dat moment in de kamer aanwezig is, die zich niet op tijd uit de voeten maakt.

 

De val van Voldemort

Voldemort dook op in het dorp waar Harry woonde met zijn ouders op Halloween, toen Harry één jaar oud was. Hij kwam naar hun huis en vermoordde James en Lily. Hij lachte met een hoge, kille, wrede lach.Toen probeerde hij Harry ook om zeep te helpen. Maar dat lukte hem niet. Harry hield er alleen een litteken aan over. Na zijn mislukte aanslag op Harry is hij een schim geworden. Niet dood, maar te zwak om alleen te kunnen leven. Hij is spoorloos verdwenen.

 

Met deze daad, heeft Voldemort tegelijkertijd de Profetie van Zwamdrift waargemaakt: Harry Potter zal zijn gelijke en aartsvijand worden. Het is de liefde geweest van Harry's moeder, die ervoor heeft gezorgd dat Harry beschermd was tegen Voldemort, maar door dit alles heeft Harry ook eigenschappen overgenomen van hem, bijvoorbeeld Sisselspraak. Voldemort kan Harry's geest niet binnendringen zonder een immense pijn te krijgen. Hij is zo druk bezig geweest om zijn eigen ziel te verminken dat hij nooit een moment heeft stilgestaan bij de onvergetelijke kracht van een ziel die onbezoedeld en ongeschonden is.

 

Na zijn val

Toen Voldemort probeerde Harry te vermoorden, kaatste zijn vloek op hem terug, omdat Lily haar leven voor Harry gaf. Hier had Voldemort niet op gerekend. Hij onderging onvoorstelbare pijn. In een oogwenk werd hij uit zijn lichaam gescheurd en was hij nog minder dan een geest, minder dan het armzaligste spook, maar toch leefde hij nog. Wat hij precies was, wist hij zelf ook niet.

 

Zoals iedereen weet, was zijn uiteindelijke doel om de dood te overwinnen. En nu de proef op de som werd genomen, bleek dat een of meerdere van zijn experimenten hadden gewerkt. Hij was niet dood, hoewel de vloek daarvoor had moeten zorgen. Desondanks was hij even krachteloos als het zwakste schepsel op aarde en kon hij niets doen om voor zichzelf te zorgen, want hij had geen lichaam meer en voor elke spreuk die hem had kunnen helpen, had hij een toverstok nodig.

 

Maar Voldemort dwong zichzelf slapeloos en eindeloos om voort te blijven bestaan, seconde na seconde. Hij vluchtte naar een afgelegen bos en wachtte daar af. Hij was ervan overtuigd dat een van zijn trouwe Dooddoeners hem zou proberen te vinden, dat iemand hem zou opsporen, de magische handelingen zou verrichten waartoe hij zelf niet meer in staat was en hem zijn lichaam zou teruggeven. Maar hij wachtte tevergeefs.

 

Hij beschikte nog slechts over één vermogen. Hij kon bezit nemen van het lichaam van anderen, maar hij durfde niet naar plaatsen te gaan waar veel mensen waren, omdat hij wist dat de Schouwers nog steeds naar hem op zoek waren. Soms nam hij bezit van dieren – hij gaf de voorkeur aan slangen – maar in feite was hij niet veel beter af dan als pure geest. Hun lichamen waren niet geschikt voor het verrichten van toverkunst en door bezit van ze te nemen, verkortte hij hun levensduur; ze hielden het geen van allen lang uit.

 

Maar toen, in 1990, diende zich plotseling een mogelijkheid aan om terug te keren onder de levenden. Een tovenaar – jong, dwaas en goedgelovig – kruiste toevallig zijn pad in het bos waar hij zich schuilhield. Hij leek ideaal, de kans waarvan hij gedroomd had, want hij gaf les aan de school van Perkamentus. Voldemort kom hem met gemak overheersen. Hij nam bezitting van zijn lichaam, om nauwlettend toe te zien hoe hij zijn bevelen opvolgde. Maar zijn plan mislukte.

 

Tijdens Harry's eerste schooljaar, is hij eigenlijk de hele tijd al op school. Hij heeft zich genesteld in het lichaam van professor Krinkel, en op de plek waar diens achterhoofd zit, is het gezicht van Voldemort in zijn huid gemetseld. Een krijtwit gezicht, met grote, woedende rode ogen en spleetvormige neusgaten, als een slang. Voldemort drinkt het bloed van eenhoorns uit het Verboden Bos om in leven te komen. Wanneer hij in een mantel gehuld, Norbert aan Hagrid verkoopt, praat Hagrid zijn mond voorbij en vertelt Voldemort hoe hij langs Pluisje moet komen. Hij wil de Steen der Wijzen bemachtigen, maar wanneer hem dat bijna lukt, wordt hij verslagen door Harry. Wanneer hij Harry aanraakt, wordt hij vervloekt door de liefde die Harry's moeder voor Harry heeft gehad toen ze haar leven voor hem opgaf.

 

De dienaar, Krinkel, stierf toen Voldemort zijn lichaam verliet en hij was weer even zwak als voorheen. Hij keerde terug naar zijn afgelegen schuilplaats en hij was bang dat hij zijn krachten nooit meer zou herwinnen. Dit was misschien wel het dieptepunt uit zijn bestaan.

 

Als Harry in zijn tweede jaar zit, weet Voldemort in zijn oude gedaante, Marten Vilijn, door middel van zijn dagboek, Ginny aan te zetten tot het openen van de Geheime Kamer. Dit Dagboek was een Gruzielement. Hij heeft een herinnering van zichzelf in het Dagboek gemaakt, en probeert op deze manier weer tot leven te komen. Hij weet de macht over Ginny te krijgen en haar aan te sturen tot dingen. Wanneer hij haar naar de Geheime Kamer laat komen, probeert hij haar leven zelf over te nemen, zodat zij zal sterven en hij levend wordt.

 

Als Harry later oog in oog komt met Vilijn, vertelt hij dat hij zich voedt met de geheimen van degene die in het Dagboek schrijft, in dit geval Ginny. Hoe meer zij vertelde, hoe sterker hij werd en hij kon haar zelfs in zijn macht krijgen door dit dagboek. Uiteindelijk, wanneer zij dood zal zijn, is hij weer levend. Harry weet hier echter een eind aan te maken door het dagboek te doorboren met een giftige tand van de Basilisk, Hiermee komt er een einde aan het Dagboek, en aan Marten Vilijn.

 

En toen, in 1993, toen hij bijna alle hoop had opgegeven, gebeurde het dan eindelijk. Een van zijn dienaren keerde terug; Wormstaart, die zijn eigen dood in scène had gezet om zijn straf te ontlopen, werd uit zijn schuilplaats verdreven en besloot terug te keren naar zijn meester.

 

Hij vond Voldemort diep in het hart van een Albanees bos. Hij bracht hem Berta Kriel, die een rijke bron van informatie bleek te zijn. Voldemort kwam te weten over een van zijn trouwste Dooddoeners, Krenck Jr., en over het Toverschool Toernooi, wat dat jaar op Zweinstein plaats zou vinden. Hij bedacht een plan, en met behulp van Wormstaart en Krenck lukte het hem om Harry naar het kerkhof waar zijn vader begraven lag te leiden en uiteindelijk om te herrijzen.

 

De terugkomst van Voldemort

Tijdens Harry's eerste schooljaar, is hij eigenlijk de hele tijd al op school. Hij heeft zich genesteld in het lichaam van professor Krinkel, en op de plek waar diens achterhoofd zit, is het gezicht van Voldemort in zijn huid gemetseld. Een krijtwit gezicht, met grote, woedende rode ogen en spleetvormige neusgaten, als een slang. Voldemort drinkt het bloed van eenhoorns uit het Verboden Bos om in leven te komen. Wanneer hij in een mantel gehuld, Norbert aan Hagrid verkoopt, praat Hagrid zijn mond voorbij en vertelt Voldemort hoe hij langs Pluisje moet komen. Hij wil de Steen der Wijzen bemachtigen, maar wanneer hem dat bijna lukt, wordt hij verslagen door Harry. Wanneer hij Harry aanraakt, wordt hij vervloekt door de liefde die Harry's moeder voor Harry heeft gehad toen ze haar leven voor hem opgaf.

 

Vlak voor zijn herrijzing

Tijdens Harry's vierde jaar, helpt Peter Pippeling hem om sterker te worden en zijn oude bende Dooddoeners weer bij elkaar te roepen. Voldemort heeft inmiddels dezelfde hoge en merkwaardig kille stem terug, die hij altijd had gehad. Wanneer Frank Braam hem ontdekt in het oude huis van zijn oorspronkelijke vader en grootouders, Villa Vilijn, vermoordt hij Frank. Frank hoort voor die tijd nog net, dat Pippeling Berta Kriel bij Voldemort heeft gebracht. Voldemort heeft eerst een Herringeringsslot op haar geheugen verbroken, waarna hij haar heeft uitgehoord en gedood.

 

Om te blijven leven, moet Voldemort om de paar uur de melk drinken uit de slagtanden van zijn slang, Nagini. Als hij praat heeft het veel weg van gesis.

 

Voldemorts wedergeboorte

Toen Harry en Carlo waren meegevoerd, door de Toverschool Trofee, die een Viavia bleek te zijn, kwam er iemand op hen af. De gestalte was klein en droeg een mantel, met de kap over zijn hoofd. Harry herkende de man niet. De man droeg een bundeltje. Hij bleef tegenover de jongens staan en Harry voelde een pijn in zijn litteken zoals hij nog nooit gevoeld had. Een kille stem zei plotseling ‘Dood de tweede’, en de man pakte zijn toverstok en vermoordde Carlo met de Avada Kedavra-spreuk.

 

De man legde het bundeltje dat hij droeg op de grond en sleepte Harry mee naar een grafsteen; de grafsteen van Marten Vilijn. Hij bond Harry stevig aan de steen vast en Harry zag dat de man Wormstaart was.

 

Wormstaart propte een stukje zwarte stof in Harry’s mond en liep toen weg zonder iets te zeggen. Harry kon alleen zien wat er recht voor hem was.

 

Carlo’s lichaam lag op zes meter afstand. Iets verderop fonkelde de Toverschool Trofee in het licht van de sterren. Harry’s toverstok lag op de grond en het bundeltje gewaden dat Harry eerst voor een baby had aangezien, lag vlak bij hem, aan de voet van het graf. Het bewoog kribbig en Harry wilde niet weten wat erin zat, want hij kreeg weer een pijnscheut door zijn litteken. Een reusachtige slang cirkelde om de grafsteen.

 

Wormstaart kwam terug met de grootste ketel die Harry ooit gezien had. Hij zette hem voor de grafsteen en maakte er met zijn toverstok vuur onder. De vloeistof in de ketel begon al gauw te borrelen en vonken te spatten. Er rezen dikke stoomwolken uit op.

 

Harry hoofde de hoge stem weer: “Haast je!” Wormstaart antwoordde dat het gereed was. Het hele oppervlak van de vloeistof glinsterde nu van de vonken als of er een dikke laag diamanten op dreef. Wormstaart liep naar het bundeltje en maakte het open.

 

Het was alsof hij een steen had omgekeerd en iets afzichtelijks had onthuld, iets slijmerigs en blinds – maar dan erger, honderd keer erger. Het ding dat Wormstaart had gedragen, had de vorm van een mismaakt kind, maar er was niets wat minder op een kind leek. Het was haarloos en schubachtig met een donkere, rauwe, roodachtige kleur. De armpjes en beentjes waren dun en zwak en het gezicht – geen kind had ooit zo’n gezicht gehad. Het was plat en slangachtig met vurige rode ogen. Het stak zijn armpjes uit en sloeg die om Wormstaarts nek. Die tilde het met walging op zijn gezicht naar de ketel en liet wezen er toen in zakken; sissend zonk het in de vloeistof en Harry hoorde het broze lichaam met een zachte plof op de bodem komen.

 

Wormstaart begon te spreken, met zijn toverstok opgeheven:

“Bot van de vader, onwetend geschonken, hernieuw uw zoon!”

 

De aarde onder het graf waar Harry aan vastgebonden zat, spleet open. Een dun stroompje stof rees op uit het graf en viel zachtjes ruisend in de ketel. Het flonkerende wateroppervlak bruiste en siste; vonken schoten alle kanten op en de vloeistof werd fel, giftig blauw.

 

Wormstaart haalde een lange, dunne, glanzende zilveren dolk uit zijn gewaad en zei hortend, met doodsbange snikken: “Vlees van de dienaar bereidwillig gegeven,laat uw meester herleven!”

 

Hij strekte zijn rechterhand uit – de hand met de ontbrekende vinger. Met zijn linkerhand greep hij de dolk stevig vast en zwaaide hem omhoog. Wormstaart gilde het uit toen hij zijn hand eraf hakte. Hij gooide de hand in de ketel en het mengsel werd vurig rood.

 

Wormstaart sprak haperend verder:

“Bloed van de gehate, met geweld geroofd, laat uw vijand herrijzen.”

 

Harry kon niks doen. Hij voelde de dolk van Wormstaart in de binnenkant van zin rechter elleboog snijden. Wormstaart ving het druppelende bloed op in een klein glazen flesje en goot het vervolgens in de ketel.

 

Onmiddellijk werd de vloeistof fel, oogverblindend wit. Wormstaart viel neer op zijn knieën. De ketel borrelde en knetterende vonken schoten alle kanten op, zo oogverblindend fel dat alles eromheen in een fluweelachtige zwarte duisternis veranderde.

 

Plotseling doofde de opspattende vonken uit. Er kolkte een dichte witte damp uit de ketel.

 

Uit de ketel rees het silhouet van een lange, broodmagere man op. Wormstaart trok op commando van zijn meester met zijn ene hand een gewaad over hem heen.

 

De man stapte uit de ketel en keek Harry aan. Witter dan een schedel, met grote, felrode ogen en een neus die zo plat was als die van een slang, met dunne spleten in plaats van neusgaten. Heer Voldemort was herrezen.

 

Nadat hij zijn lichaam had bestudeerd, pakte hij zijn toverstok, die hij liefkozend streelde. Toen pakte hij Wormstaarts linkerarm en zette een vinger op de vuurrode tatoeage van het Duistere Teken. Het teken was nu inktzwart geworden.

 

Hij riep alle Dooddoeners bij elkaar, maar helaas voor hem, wist hij Harry niet te doden. Hierdoor kon Harry alles aan Perkamentus vertellen, iets wat Voldemort absoluut niet wilde. Perkamentus was nu in staat om binnen een uur na zijn terugkeer, de Orde van de Feniks weer bij elkaar te roepen.

 

Uiterlijk

Toen Voldemort herrezen was, zag hij er onmenselijker uit dan ooit. Hij was witter dan een schedel en kaal, met grote, felrode ogen met spleetachtige pupillen en een neus die zo plat was als die van een slang, met dunne spleten in plaats van neusgaten. Hij is lang en mager.

 

Zijn handen zijn net grote, bleke spinnen; zijn armen, zijn gezicht, zijn rode ogen, met spleetvormige pupillen als een kat, glimmen in het donker. De vingers aan zijn handen zijn onnatuurlijk lang.

 

Boek 5

Omdat de Orde van de Feniks er weer is, moet Voldemort zich stil houden en is hij heel beperkt in wat hij wel en niet kan doen. De Orde zit hem op de hielen, en weet van de volgende plannen af:

 

Zijn leger weer opbouwen

Vroeger beschikte hij over een enorme strijdmacht: tovenaars die hij zo behekst of geïntimideerd had dat ze hem volgden, zijn trouwens Dooddoeners en een heleboel verschillende Duistere schepsels. Je hoorde hem plannen smeden om de Reuzen voor zijn karretje te spannen; dat is maar één van de groepen waarop hij het gemunt heeft. In het verleden heeft hij ook Reuzen gebruikt.

 

Behalve de Reuzen, heeft hij nu ook de Dementors aan zijn kant staan. Ze hebben Azkaban verlaten en zwerven door de straten. Ook Necroten behoren opnieuw tot het leger van de Heer van het Duister.

 

Het Geheime Wapen vinden

Voldemort is bezig een Geheim Wapen in bezit te krijgen, wat hij vorige keer nog niet had. De Ordeleden weten niet precies wat het is, maar hij kan het alleen stiekem te pakken krijgen.

 

De Profetie stelen

Aan het eind van het vijfde boek, wil hij de Profetie over zichzelf en Harry hebben. Hij laat Harry dromen over de plek waar de Profetie ligt en als Harry er naartoe gaat, stuurt hij Dooddoeners op Harry af. Die weten de Profetie echter niet te pakken te krijgen en de Profetie valt kapot, zonder dat iemand hem heeft gehoord. Op dit moment komt Voldemort zelf naar het Ministerie van Toverkunst om tegen Harry te vechten.

 

Als hij Harry wil doden met Avada Kedavra, springt ineens het gouden beeld van de Tovenaar in de fontein, tussen hen in en vangt de spreuk op. Voldemort komt erachter dat Perkamentus is gearriveerd. Perkamentus gaat met hem in gevecht en weet met een simpel zwiepje van zijn toverstok, al zo'n krachtige spreuk af te vuren dat Voldemort gedwongen is een glanzend zilveren schild op te roepen voor zijn bescherming.

 

Als Voldemort Perkamentus bijna raakt met Avada Kedavra, vliegt Felix de Feniks op hem af en slikt de straal in, waarna hij direct herboren wordt als klein Fenikskuikentje.

 

Ineens neemt Voldemort bezit van Harry's lichaam en vraagt aan Perkamentus om hem te doden. Harry voelt een vreselijke pijn, maar ineens Verschijnselen de Schouwers op het Ministerie en vlucht Voldemort.

 

Perkamentus vermoorden

In het zesde boek, geeft Voldemort Draco de opdracht om Perkamentus te vermoorden. Het is een wraak op Lucius, die zichzelf gevangen heeft laten nemen op het Ministerie. Voldemort zegt Draco dat hij hem zal vermoorden als hij het niet snel genoeg doet. Sneep legt de Onbreekbare Eed af voor Narcissa, en verklaart dat hij het zal doen als het Draco niet lukt. Uiteindelijk kan Draco het inderdaad niet, en is het Sneep die Perkamentus van het leven berooft.

 

Periode van nieuwe macht

Voldemort gebruikt in het zevende boek Villa Malfidus als hoofdkwartier voor zijn operaties. De Dooddoeners komen hier bij elkaar voor de vergaderingen en zelfs slachtoffers worden hierheen gebracht voor hun marteling en dood. Zo vermoordt Voldemort Clothilde Bingel, voormalig lerares Dreuzelkunde op Zweinstein, voor de ogen van de Dooddoeners.

 

Voldemort en de Dooddoeners weten steeds verder binnen te dringen in het Ministerie van Toverkunst en houden Dikkers, de nieuwe Minister van Toverkunst, onder de Imperiusvloek.

 

Voldemort heeft ook geleerd om te vliegen zonder bezem. Dit gebruikt hij onder andere wanneer hij achter Harry aan zit, als deze op weg is van de Ligusterlaan naar Het Nest.

 

Nieuwe Toverstok

Voldemort ontdekt dat de identieke kernen van zijn toverstok en die van Harry, in zijn nadeel werken. Daarom "leent" hij de toverstok van Lucius Malfidus, in de hoop dat die wel opgewassen is tegen Harry.

 

Dit blijkt dus niet het geval en Voldemort houdt Olivander gevangen en martelt hem om erachter te komen wat hij kan doen om de toverstok van Harry te verslaan.

 

Zegevlier

Voldemort komt erachter dat Perkamentus in het bezit was van de Zegevlier. Hij breekt de tombe waarin Perkamentus ligt begraven, open om de stok te stelen.

 

Vliegen

In het laatste boek heeft Voldemort ook leren vliegen zonder bezem. Hier komen de Ordeleden achter wanneer ze Harry begeleiden van de Ligusterlaan naar het Nest.

 

Slag om Zweinstein

Wanneer Voldemort weet dat Harry achter de Gruzielementen aanzit, zet hij de aanval in tegen Zweinstein.

 

Op het moment dat professor Anderling op het punt staat de Hoofdmonitoren te verzoeken hun afdelingen naar het evacuatiepunt van Zweinstein te leiden, klinkt de hoge, kille stem van Voldemort door de Grote Zaal. "Ik weet dat jullie van plan zijn om te vechten. Verzet is zinloos. Jullie kunnen mij niet verslaan en ik wil jullie niet doden. Ik heb groot respect voor de leraren van Zweinstein en ik wil geen toverbloed vergieten. Geef me Harry Potter, dan zal verder iedereen ongedeerd blijven. Geef me Potter en ik zal de school met rust laten. Geef me Potter en jullie zullen beloond worden. Jullie hebben tot middernacht de tijd."

 

Tijdens de slag om Zweinstein, houdt Voldemort zich schuil in het Krijsende Krot. Hij heeft, ter bescherming van Nagini, een betoverde ruimte voor haar geschapen: een glinsterende, transparante bol die het midden houdt tussen een kooi en een vivarium. Hij stuurt Lucius Malfidus op pad om Sneep te halen.

 

De zegevlier uit bij Voldemort geen speciale toverkracht. Voldemort redeneert als volgt: Perkamentus was de eigenaar van de Zegevlier, Sneep vermoordde Perkamentus dus Sneep is de nieuwe eigenaar. Voldemort denkt dus dat hij Sneep moet vermoorden om de ware eigenaar van de stok te worden, en hij doet dit.

 

Voldemort maakt een gebaar met de zegevlier. De kooi van Nagini rolt door de lucht en voor Sneep meer kan doen dan een gil slaken, sluit de transparante bol zich om zijn hoofd en schouders en zegt Voldemort iets in Sisselspraak: "Dood hem.

 

Er weerklinkt een vreselijke gil en het laatste beetje kleur trekt weg uit Sneeps gezicht. Het wordt bleker en bleker terwijl zijn zwarte ogen zich opensperren, de slang haar tanden in zijn hals boort, hij vergeefs probeert zich van de magische kooi te ontdoen en zijn knieën het begeven.

 

Voldemort wijst met zijn stok op de glinsterende bol ronde de slang en die zweeft omhoog. Sneep valt op zijn zij en het bloed stroomt uit de wonden in zijn hals. Zonder ook maar één keer achterom te kijken, verlaat Voldemort de kamer en de slang zweeft achter hem aan in haar beschermende ronde kooi.

 

Vlak na de moord op Severus Sneep, klinkt opnieuw de hoge, kille stem van Voldemort. "Jullie hebben dapper gevochten. Heer Voldemort weet moed te waarderen. Maar jullie hebben ook zware verliezen geleden. Als jullie je blijven verzetten, zullen jullie allemaal sterven, een voor een. Dat is niet wat ik wil. Iedere druppel toverbloed die wordt vergoten, is een verlies en een verspilling. Heer Voldemort is genadig. Ik draag mijn troepen op om zich onmiddelijk terug te trekken. Jullie hebben één uur. Geef jullie doden een waardige rustplaats. Verzorg jullie gewonden.

 

Ik richt me nu rechtstreeks tot jou, Harry Potter. Je hebt je vrienden voor je laten sterven in plaats van je rechtstreeks met mij te meten. Ik zal één uur lang op je wachten in het Verboden Bos. Als je na afloop van dat uur niet gekomen bent, je niet hebt overgegeven, wordt de strijd hervat. Maar dan zal ik zelf mijn troepen aanvoeren en zal ik je vinden, Harry Potter. Iedere man of vrouw en ieder kind dat geprobeerd heeft je te verbergen zal ik persoonlijk straffen. Je hebt één uur."

 

Nadat Harry de herinneringen van Sneep heeft bekeken in de Hersenpan en snapt dat hij door Voldemort moet worden gedood om Voldemort sterfelijk te maken, zoekt hij Voldemort op in het Verboden Bos. Voldemort bevindt zich, vergezeld door zijn troepen, op de open plek die ooit de schuilplaats was geweest van Arogog de reuzenspin.

 

Als Harry de confrontatie met Voldemort aangaat, ziet hij dat Hagrid aan een boom is vastgebonden. Hagrid snapt niet wat Harry aan het doen is. Met een schuin hoofd en een nieuwsgierige blik kijkt Voldemort naar Harry, terwijl hij de Vloek des Doods uitspreekt.

 

Harry belandt in een soort tussenfase tussen leven en dood. Hij ligt in een heldere mist, op een witte vloer. Een enorm, koepelvormig glazen dak glinstert in het zonlicht. Het is een kolossale open ruimte, zonnig en schoon en veel groter dan de Grote Zaal.

 

Spartelend op de grond, ligt Voldemort in de gedaante van een klein, naakt kind. De huid van het schepsel is rauw en rood, alsof het gevild is en het ligt rillend onder een stoel. Blijkbaar is het daar achtergelaten, als iets ongewensts, weggestopt waar niemand het kan zien. Het moet moeite doen om adem te halen. Als Harry er twijfelend naartoe loopt, verschijnt Perkamentus, kwiek en energiek, in een golfblauw gewaad. Hij vertelt Harry dat hij niks kan doen voor het kind.

 

Na het gesprek met Perkamentus, besluit Harry om weer terug te keren naar de aarde en zijn strijd tegen Voldemort af te maken.

 

Als Harry weer terug op aarde is, blijkt ook Voldemort niet onaangedaan te zijn door de Vloek des Doods. Voldemort was ook gevallen en het lijkt erop dat hij ook even bewusteloos was geweest. Voldemort geeft aan Narcissa Malfidus de opdracht om te controleren of Harry dood is. Stiekem vraagt Narcissa zachtjes aan Harry of Draco nog leeft en of hij in het kasteel is. Harry fluistert terug: "Ja". Hij voelt de hand op zijn borst samentrekken en Narcissa's nagels dringen even in zijn vlees. Vervolgens gaat ze overeind zitten en zegt tegen de toeschouwers dat Harry dood is. Narcissa weet dat ze alleen het kasteel binnen zou mogen gaan om haar zoon te zoeken als onderdeel van een zegevierend leger. Het kan haar niet meer schelen of Voldemort wint.

 

Door Crucio te gebruiken op Harry, probeert Voldemort hem nog even extra te vernederen. Hij wordt drie keer omhooggeslingerd en terug op de grond gesmakt. Toch houdt hij zich met al zijn wilskracht slap en de pijn die hij verwacht had, blijft uit. Uiteindelijk geef Voldemort aan Hagrid de opdracht om Harry mee naar het kasteel te dragen, zodat iedereen kan zien wat er van Harry geworden is. Hagrid is intens verdrietig maar Harry ziet geen manier om hem duidelijk te maken dat nog niet alles verloren is.

 

Als ze aan de rand van het Verboden Bos komen, galmt Voldemorts magisch versterkte stem over het schoolterrein: "Harry Potter is dood! Hij is gedood toen hij probeerde te vluchten, zichzelf in veiligheid probeerde te brengen terwijl jullie je leven voor hem opofferden. We brengen jullie zijn lijk als bewijs dat jullie held dood is. Wij hebben de slag gewonnen. De helft van jullie strijders is gesneuveld. De Dooddoeners zijn in de meerderheid en de Jongen Die Bleef Leven is niet meer. De strijd moet nu beëindigd worden. Wie zich blijft verzetten, man, vrouw of kind, zal worden afgeslacht, samen met zijn hele familie. Kom naar buiten en kniel voor mij, dan zal jullie leven worden gespaard. Jullie ouders en kinderen, broers en zusters zullen blijven leven en vergeven worden, en samen met mij een nieuwe wereld opbouwen."

 

Door zijn oogleden ziet Harry hoe Voldemort met grote passen voor hen uit loopt. Nagini zit niet meer in haar magische kooi, maar is om zijn schouders heen gedrapeerd. De Dooddoeners vormen een rij tegenover de open voordeur van het kasteel. Anderling is de eerste die komt kijken en slaakt een vreselijke gil: "Nee!" Hagrid moet Harry aan Voldemorts voeten leggen, in het gras. Als Marcel Lubbermans ineens naar voren stormt in de richting van Voldemort, wordt hij Ontwapend. Toch wil Voldemort dat hij zich bij de Dooddoeners aansluit, omdat hij van zuiver bloed is maar uiteraard weigert Marcel dit.

 

Voldemort sommeert de Sorteerhoed en deelt mee dat er voortaan niet meer zal worden Gesorteerd, maar dat iedereen in Zwadderich komt. Met een zwiep van Voldemorts toverstok, belandt de Sorteerhoed op Marcels hoofd en vliegt hij in brand. Ineens gebeurt er van alles tegelijk en barst het rumoer los. Harry maakt van de gelegenheid gebruik door zijn Onzichtbaarheidsmantel over zich heen te gooien en op te springen. Ook Marcel komt in actie. Met één vloeiende beweging verbreekt hij de Vloek van de Totale Verstijving. De brandende Sorteerhoed valt op de grond en Marcel haalt er het Zwaard van Griffoendor uit. Met één bliksemsnelle houw slaat hij de kop van Nagini af en die tolt in de lucht, glanzend in het licht dat uit het dal stroomt. Voldemorts mond is opengesperd in een geluidloze gil van woede en het lijf van de slang smakt aan zijn voeten neer.

 

De chaos gaat verder en het gevecht verplaatst zich richting het kasteel zelf. Ook de centauren en huis-elfen hebben zich inmiddels in de strijd gemengd. Als in de Grote Zaal, een Vloek des Doods van Bellatrix van Detta, Ginny Wemel op een haar na mist, rent mevrouw Wemel op haar af. "NIET MIJN DOCHTER, KRENG!" Ze gooit haar mantel af en gaat het duel met Bellatrix aan. De grijns van Bellatrix verandert langzaam in een woedende grimas. Als Bellatrix Molly probeert te treiteren en krankzinnig en hatelijk begint te lachen, raakt Molly's vloek haar in haar borst, precies boven haar hart. Haar hatelijke grijns verstart en haar ogen puilen uit; een fractie van een seconde beseft ze wat er gebeurd is en dan valt ze, dood.

 

Voldemort, die inmiddels met Anderling, Romeo en Slakhoorn tegelijk aan het vechten was, wordt woedend en richt zijn toverstok op Molly, maar Harry vuurt een Schildspreuk af. Hiermee onthult hij dat hij nog leeft, en hij gaat het duel met Voldemort aan. Het gevecht in de Grote Zaal valt stil en iedereen kijkt alleen nog maar naar Harry en Voldemort, die om elkaar heen cirkelen. Harry legt hem uit dat hij, doordat hij bereid was voor zijn dierbaren te sterven, ze op dezelfde manier heeft beschermd als Lily bij Harry heeft gedaan en dat Voldemort hen niets meer kan doen.

 

Voldemort schampert dat liefde ook geen redding heeft geboden aan Perkamentus en Lily. Harry vertelt Voldemort dat hij helemaal niet verantwoordelijk was voor de dood van Perkamentus, maar dat Perkamentus zijn eigen dood al maanden ervoor had gepland, samen met Sneep. Hij vertelt hem ook dat Sneep van Lily hield en daarom geen dienaar was van Voldemort, maar voor Perkamentus werkte. Harry raadt hem aan om een beetje berouw te voelen nu het nog kan, omdat Harry heeft gezien wat er anders van hem terecht komt. Tot slot vertelt Harry hem dat Sneep niet de ware meester van de Zegevlier was, maar Draco Malfius en dat de Zegevlier voor Voldemort nutteloos is omdat Harry, Draco heeft Ontwapend en daarmee de nieuwe meester van de Zegevlier is geworden.

 

Harry en Voldemort slaan beiden toe:

"Avada Kedavra!

Expelliarmus!"

 

pottervoldemort.jpg
Er volgt een knal als een kanonschot en de gouden vlammen die precies in het midden van de cirkel oplaaien, markeren het punt waar de spreuken op elkaar zijn gebotst. Harry ziet hoe de groene lichtstraal van Voldemort op zijn eigen spreuk stuit, ziet de Zegevlier omhoogvliegen, donker tegen het licht van de zonsopgang, tollend onder het betoverde plafond, tollend als de kop van Nagini, in de richting van de meester die hij niet wilde doden, de meester die hem nu eindelijk kwam opeisen. Met de feilloze lenigheid van de ware Zoeker vangt Harry de stok met zijn vrije hand, terwijl Voldemort met gespreide armen achterover valt. Zijn rode ogen rollen omhoog in hun kassen en Marten Vilijn smakt met een van alle glorie gespeende doffe dreun op de grond. Zijn lichaam lijkt zwak en gekrompen, zijn witte handen zijn leeg en zijn slangachtige gezicht is slap en onwetend. Voldemort is gedood door zijn eigen terugkaatsende vervloeking, en Harry staart met twee toverstokken in zijn handen naar de lege huls van zijn vijand.

 

Er volgt een vreemde mengeling van vreugde en rouw om de verloren dierbaren. Het lijk van Voldemort wordt in een ruimte gelegd die grenst aan de hal, ver van de lichamen van de andere doden. Foppe zoeft door het kasteel en zingt een zelfgecomponeerd lied:

"We hebben ze in de pan gehakt en Potter is van goud!

Stop Vollie onder de zoden en zet het Boterbier koud!"

 

Voldemort

In het Frans is de naam Voldemort te verdelen in 3 stukken: Vol-De-Mort. Letterlijk betekent deze vertaling: Diefstal van een lijk.

 

Tom Riddle

Tom is een jongensnaam afkomstig van de Hebreeuwse naam 'Thomas' (???) of Tôm, wat tweeling betekent. Thomas is een bijbelse naam, die ons bekend is geworden als de naam van één van de twaalf apostelen van Jezus (zie Thomas (apostel)).

 

_______________________________________________________________________________________

De citaten en onderdelen van deze tekst zijn afkomstig uit één of meerdere van de volgende boeken: Harry Potter en de Steen der Wijzen, Harry Potter en de Geheime Kamer, Harry Potter en de Gevangene van Azkaban, Harry Potter en de Vuurbeker, Harry Potter en de Orde van de Feniks, Harry Potter en de Halfbloed Prins, Harry Potter en de Relieken van de Dood, Zwerkbal door de Eeuwen Heen, Fabeldieren en Waar ze te Vinden, De Vertelsels van Baker de Bard en van Pottermore. Van al deze boeken rust het copyright bij Uitgeverij de Harmonie en Warner Brothers. De boeken zijn geschreven door J.K. Rowling.

Sign in to follow this  


User Feedback

Recommended Comments



Join the conversation

You can post now and register later. If you have an account, sign in now to post with your account.

Guest
Add a comment...

×   Pasted as rich text.   Paste as plain text instead

  Only 75 emoji are allowed.

×   Your link has been automatically embedded.   Display as a link instead

×   Your previous content has been restored.   Clear editor

×   You cannot paste images directly. Upload or insert images from URL.

Loading...

×
×
  • Create New...