Spring naar inhoud




- - - - -

Harry Potter (2)


Harry Potter (2)
Harry Potter (2)



Ga terug naar pagina 1.

Slag om Zweinstein
Nadat Harry, Ron en Hermelien ook een volgend Gruzielement, de Beker van Helga Huffelpuf, uit de kluis van de Van Detta's hebben gestolen, weet Voldemort waar ze mee bezig zijn. Het volgende Gruzielement dat ze moeten zoeken, is het diadeem van Rowena Ravenklauw en dat ligt verborgen op Zweinstein. Terwijl Harry, Ron en Hermelien zich daarheen spoeden, ze Voldemort de aanval tegen de school in. Voor een uitgebreid verslag hierover, kijk je bij de Slag om Zweinstein.

Als Harry, Ron en Hermelien in de Kamer van Hoge Nood op zoek zijn naar het diadeem van Rowena Ravenklauw, verschijnen Draco Malfidus, Vincent Korzel en Karel Kwast om ze te dwarsbomen. Wanneer Korzel probeert om Duivelsvuur op hen af te sturen, kan hij het vuur zelf niet onder controle houden. Onnatuurlijk hoge vlammen nemen de vorm aan vurige beesten: gloeiende slangen, Chimaera's en draken rijzen op, verdwijnen weer, rijzen weer opnieuw op en voeden zich met het puin van eeuwen. Voorwerpen worden in de lucht gesmeten door vurige klauwen, opgeslokt door withete muilen en verslonden door laaiende vlammen. Klauwen en hoorns en staarten zwiepen en de hitte is een ondoordringbare muur.

Harry, Ron en Hermelien springen op bezems en vliegen over het vuur om Draco, Korzel en Kwast te zoeken maar ze kunnen weinig zien door de dichte zwarte rook. Opeens ziet Harry, Draco en Kwast op een wankele berg geblakerde schoolbanken. Kwast is op dat moment bewusteloos. Harry trekt Draco op zijn bezem en Ron en Hermelien grijpen Kwast. Harry ziet, terwijl ze naar de uitgang proberen te vluchten, het diadeem van Rowena Ravenklauw vallen richting het vuur. Harry maakt een scherpe bocht en duikt naar het diadeem, om het nog net op tijd uit de lucht te grissen. Harry haast zich naar de uitgang en na een paar tellen knallen ze op de muur tegenover de deur. Als ze weer een beetje bijgekomen zijn, bevestigt Ron dat Korzel dood is gegaan.

Ineens druipt er een donkere, teerachtige substantie die wel wat op bloed lijkt, uit het diadeem. Plotseling trilt het heftig en breekt het in stukken. Terwijl dat gebeurt, klinkt er vaag een langgerekte pijnkreet uit het diadeem, dat in Harry's handen versplinterd is. Dit komt door het Duivelsvuur, een van de substanties die Gruzielementen kan vernietigen.

Als Harry erachter komt dat Voldemort zich in het Krijsende Krot schuilhoudt, gaat hij daar samen met Ron en Hermelien naartoe. Hij is getuige van hoe Voldemort, Severus Sneep laat doden door Nagini, omdat hij denkt dat Sneep de ware eigenaar van de Zegevlier is en de stok pas al zijn kracht aan hem zal geven, als hij Sneep heeft gedood.

Harry kruipt naar de stervende Sneep en buigt zich over hem heen. Er stijgt een rochelend, gorgelend geluid op uit Sneeps keel. "Neem... het... Neem het..." Een herinnering druipt uit Sneep en Harry vangt hem op in een flacon. Als die helemaal vol is en Sneep zo te zien geen druppel bloed meer in zich heeft, verslapt zijn greep op Harry's gewaad. "Kijk... me... aan..." fluistert hij. De groene ogen kijken in de zwarte, maar na enkele ogenblikken verdwijnt er iets in de donkere ogen en worden ze leeg en uitdrukkingsloos. De hand die Harry had vastgehouden smakt op de grond en Sneep beweegt niet meer.

Als er even rust is tijdens de Slag om Zweinstein, gaat Harry naar de kamer van het schoolhoofd om de herinneringen te zien. Hij komt er onder andere achter dat Sneep altijd een liefde voor Lily heeft gekoesterd en dat een deel van Voldemort in hem voortleeft, waardoor Voldemort hem eerst moet doden, voordat hij zelf sterfelijk wordt. Hij leert dus dat hij zelf ook een Gruzielement is. Kijk voor een volledige beschrijving van deze herinneringen bij Severus Sneep.

Als hem duidelijk is geworden dat hij door Voldemort moet worden gedood, voordat Voldemort sterfelijk wordt, sluipt hij onder de Onzichtbaarheidsmantel het kasteel uit, naar het Verboden Bos. Onderweg komt hij Marcel Lubbermans nog tegen, die het dode lichaam van Kasper Krauwel naar binnen draagt. Kasper was nog minderjarig, maar hij moet terug geslopen zijn om toch mee te vechten. Harry doet zijn Onzichtbaarheidsmantel even af en vertelt aan Marcel Lubbermans dat het belangrijk is dat Nagini gedood wordt. Daarna gaat hij weer verder richting het Verboden Bos. Het is inmiddels bijna vier uur in de ochend.

Aan de rand van het Verboden Bos, snapt Harry ineens de inscriptie in de Gouden Snaai. Hij drukt drukt het gouden balletje tegen zijn lippen en fluisert: "Ik sta op het punt om te sterven". Op dat moment splijt het metaal open, om de gespleten Steen van Wederkeer te onthullen.

Harry draait de steen drie keer rond en de verschijningen van James en Lily Potter, Sirius Zwarts en Remus Lupos komen naar hem toegelopen: niet zo substantieel als normale lichamen, maar veel minder onstoffelijk dan geesten. Na wat korte, bemoedigende woorden loopt Harry verder het Verboden Bos in, vergezeld door de verschijningen van zijn dierbaren, die alleen voor hem zichtbaar zijn. Voldemort bevindt zich, vergezeld door zijn troepen, op de open plek die ooit de schuilplaats was geweest van Arogog de reuzenspin.

Als Harry de confrontatie met Voldemort aangaat, ziet hij dat Hagrid aan een boom is vastgebonden. Hagrid snapt niet wat Harry aan het doen is. Met een schuin hoofd en een nieuwsgierige blik kijkt Voldemort naar Harry, terwijl hij de Vloek des Doods uitspreekt.

Harry belandt in een soort tussenfase tussen leven en dood. Hij ligt in een heldere mist, op een witte vloer. Een enorm, koepelvormig glazen dak glinstert in het zonlicht. Het is een kolossale open ruimte, zonnig en schoon en veel groter dan de Grote Zaal.

Spartelend op de grond, ligt Voldemort in de gedaante van een klein, naakt kind. De huid van het schepsel is rauw en rood, alsof het gevild is en het ligt rillend onder een stoel. Blijkbaar is het daar achtergelaten, als iets ongewensts, weggestopt waar niemand het kan zien. Het moet moeite doen om adem te halen. Als Harry er twijfelend naartoe loopt, verschijnt Perkamentus, kwiek en energiek, in een golfblauw gewaad. Hij vertelt Harry dat hij niks kan doen voor het kind.

Perkamentus legt Harry uit dat hij het zevende Gruzielement is en dat, doordat Voldemort zijn bloed heeft gestolen, de bescherming van Lily nog door Voldemorts aderen stroomt en daarmee Harry in leven houdt.

Perkamentus bekent aan Harry dat hij en Gellert Grindelwald op zoek waren naar de Relieken van de Dood en dat Grindelwald naar Goderics Eind kwam omdat het graf van Ignotus Prosper zich daar bevond, de derde broer uit het vertaal over de Relieken. Perkamentus denkt niet dat het verhaal helemaal klopt zoals het verteld wordt, maar eerder dat de Prospers buitengewoon getalenteerde en gevaarlijke tovenaars waren, die zelf die drie machtige voorwerpen vervaardigd hebben. Ook bekent hij dat hij, toen James vertelde over zijn Onzichtbaarheidsmantel, opnieuw geprikkeld werd door het verhaal over de Relieken en de mantel wilde bestuderen. Toen James overleed, had Perkamentus ineens twee Relieken voor zichzelf!

Ook vertelt hij open en eerlijk dat hij vroeger zelfzuchtig was en dat hij het feit dat hij de verantwoordelijkheid kreeg over een beschadigde zus en een onhandelbare broer, een verspilling vond van zijn talent en een beknotting van zijn vrijheid. Hij liet zich meevoeren door de plannen van Grindelwald en hoewel hij waarschijnlijk diep van binnen wel wist wie Grindelwald echt was, sloot hij daar zijn ogen voor. Toch keken ze allebei anders tegen zaken aan. De Steen van Wederkeer betekende bijvoorbeeld voor Grindelwald een lever van Necroten. Voor Perkamentus betekende die de terugkeer van zijn ouders en het einde van zijn verantwoordelijkheid voor zijn broer en zusje.

Toen na het gevecht waarbij Ariana Perkamentus om het leven kwam, Grindelwald vluchtte, probeerde Perkamentus om hem te negeren. Hij wist dat Grindelwald bezig was een leger op te bouwen, maar stelde keer op keer de confrontatie uit, uit angst voor de waarheid. Hij wist niet wie Ariana uiteindelijk gedood had en was bang dat Grindelwald dat wel wist en hem zou vertellen dat hij dat zelf was geweest. Uiteindelijk kon hij de moorden van Grindelwald niet langer negeren en ging het duel aan, wat hij won. Hij veroverde daarmee de Zegevlier en Grindelwald belandde in Normengard.

Grindelwald loog jaren later tegen Voldemort en zei dat hij de stok nooit gehad heeft. Ze zeggen dat hij in latere jaren blijk gaf van berouw, eenzaam in zijn cel in Normengard.

Perkamentus bekent ook dat hij de Steen van Wederkeer probeerde te gebruiken om zijn familie terug te halen en dat dat een dwaze actie was, waarmee hij zichzelf heeft bewezen na al die jaren nog steeds niks geleerd te hebben.

Na het gesprek met Perkamentus, besluit Harry om weer terug te keren naar de aarde en zijn strijd tegen Voldemort af te maken.

Als Harry weer terug op aarde is, blijkt ook Voldemort niet onaangedaan te zijn door de Vloek des Doods. Voldemort was ook gevallen en het lijkt erop dat hij ook even bewusteloos was geweest. Voldemort geeft aan Narcissa Malfidus de opdracht om te controleren of Harry dood is. Stiekem vraagt Narcissa zachtjes aan Harry of Draco nog leeft en of hij in het kasteel is. Harry fluistert terug: "Ja". Hij voelt de hand op zijn borst samentrekken en Narcissa's nagels dringen even in zijn vlees. Vervolgens gaat ze overeind zitten en zegt tegen de toeschouwers dat Harry dood is. Narcissa weet dat ze alleen het kasteel binnen zou mogen gaan om haar zoon te zoeken als onderdeel van een zegevierend leger. Het kan haar niet meer schelen of Voldemort wint.

Door Crucio te gebruiken op Harry, probeert Voldemort hem nog even extra te vernederen. Hij wordt drie keer omhooggeslingerd en terug op de grond gesmakt. Toch houdt hij zich met al zijn wilskracht slap en de pijn die hij verwacht had, blijft uit. Uiteindelijk geef Voldemort aan Hagrid de opdracht om Harry mee naar het kasteel te dragen, zodat iedereen kan zien wat er van Harry geworden is. Hagrid is intens verdrietig maar Harry ziet geen manier om hem duidelijk te maken dat nog niet alles verloren is. Onderweg hoort hij Hagrid nog boos naar de Centauren roepen of nu blij zijn dat ze niet hebben meegevochten, omdat Harry nu dood is.

Als ze aan de rand van het Verboden Bos komen, galmt Voldemorts magisch versterkte stem over het schoolterrein: "Harry Potter is dood. Hij is gedood toen hij probeerde te vluchten, zichzelf in veiligheid probeerde te brengen terwijl jullie je leven voor hem opofferden. We brengen jullie zijn lijk als bewijs dat jullie held dood is. Wij hebben de slag gewonnen. De helft van jullie strijders is gesneuveld. De Dooddoeners zijn in de meerderheid en de Jongen Die Bleef Leven is niet meer. De strijd moet nu beëindigd worden. Wie zich blijft verzetten, man, vrouw of kind, zal worden afgeslacht, samen met zijn hele familie. Kom naar buiten en kniel voor mij, dan zal jullie leven worden gespaard. Jullie ouders en kinderen, broers en zusters zullen blijven leven en vergeven worden, en samen met mij een nieuwe wereld opbouwen."

Door zijn oogleden ziet Harry hoe Voldemort met grote passen voor hen uit loopt. Nagini zit niet meer in haar magische kooi, maar is om zijn schouders heen gedrapeerd. De Dooddoeners vormen een rij tegenover de open voordeur van het kasteel. Anderling is de eerste die komt kijken en slaakt een vreselijke gil: "Nee"! Hagrid moet Harry aan Voldemorts voeten leggen, in het gras. Als Marcel Lubbermans ineens naar voren stormt in de richting van Voldemort, wordt hij Ontwapend. Toch wil Voldemort dat hij zich bij de Dooddoeners aansluit, omdat hij van zuiver bloed is maar uiteraard weigert Marcel dit.

Voldemort sommeert de Sorteerhoed en deelt mee dat er voortaan niet meer zal worden Gesorteerd, maar dat iedereen in Zwadderich komt. Met een zwiep van Voldemorts toverstok, belandt de Sorteerhoed op Marcels hoofd en vliegt hij in brand. Ineens gebeurt er van alles tegelijk en barst het rumoer los. Harry maakt van de gelegenheid gebruik door zijn Onzichtbaarheidsmantel over zich heen te gooien en op te springen. Ook Marcel komt in actie. Met één vloeiende beweging verbreekt hij de Vloek van de Totale Verstijving. De brandende Sorteerhoed valt op de grond en Marcel haalt er het Zwaard van Griffoendor uit. Met één bliksemsnelle houw slaat hij de kop van Nagini af en die tolt in de lucht, glanzend in het licht dat uit het dal stroomt. Voldemorts mond is opengesperd in een geluidloze gil van woede en het lijf van de slang smakt aan zijn voeten neer.

De chaos gaat verder en het gevecht verplaatst zich richting het kasteel zelf. Ook de centauren en huis-elfen hebben zich inmiddels in de strijd gemengd. Als in de Grote Zaal, een Vloek des Doods van Bellatrix van Detta, Ginny Wemel op een haar na mist, rent mevrouw Wemel op haar af. "NIET MIJN DOCHTER, KRENG". Ze gooit haar mantel af en gaat het duel met Bellatrix aan. De grijns van Bellatrix verandert langzaam in een woedende grimas. Als Bellatrix Molly probeert te treiteren en krankzinnig en hatelijk begint te lachen, raakt Molly's vloek haar in haar borst, precies boven haar hart. Haar hatelijke grijns verstart en haar ogen puilen uit; een fractie van een seconde beseft ze wat er gebeurd is en dan valt ze, dood.

Voldemort, die inmiddels met Minerva Anderling, Romeo Wolkenveldt en Hildebrand Slakhoorn tegelijk aan het vechten was, wordt woedend en richt zijn toverstok op Molly, maar Harry vuurt een Schildspreuk af. Hiermee onthult hij dat hij nog leeft, en hij gaat het duel met Voldemort aan. Het gevecht in de Grote Zaal valt stil en iedereen kijkt alleen nog maar naar Harry en Voldemort, die om elkaar heen cirkelen. Harry legt hem uit dat hij, doordat hij bereid was voor zijn dierbaren te sterven, ze op dezelfde manier heeft beschermd als Lily bij Harry heeft gedaan en dat Voldemort hen niets meer kan doen.

Voldemort schampert dat liefde ook geen redding heeft geboden aan Perkamentus en Lily. Harry vertelt Voldemort dat hij helemaal niet verantwoordelijk was voor de dood van Perkamentus, maar dat Perkamentus zijn eigen dood al maanden ervoor had gepland, samen met Sneep. Hij vertelt hem ook dat Sneep van Lily hield en daarom geen dienaar was van Voldemort, maar voor Perkamentus werkte. Harry raadt hem aan om een beetje berouw te voelen nu het nog kan, omdat Harry heeft gezien wat er anders van hem terecht komt. Tot slot vertelt Harry hem dat Sneep niet de ware meester van de Zegevlier was, maar Draco Malfius en dat de Zegevlier voor Voldemort nutteloos is omdat Harry, Draco heeft Ontwapend en daarmee de nieuwe meester van de Zegevlier is geworden.

Harry en Voldemort slaan beiden toe:
"Avada Kedavra"
"Expelliarmus"


Geposte afbeelding
Er volgt een knal als een kanonschot en de gouden vlammen die precies in het midden van de cirkel oplaaien, markeren het punt waar de spreuken op elkaar zijn gebotst. Harry ziet hoe de groene lichtstraal van Voldemort op zijn eigen spreuk stuit, ziet de Zegevlier omhoogvliegen, donker tegen het licht van de zonsopgang, tollend onder het betoverde plafond, tollend als de kop van Nagini, in de richting van de meester die hij niet wilde doden, de meester die hem nu eindelijk kwam opeisen. Met de feilloze lenigheid van de ware Zoeker vangt Harry de stok met zijn vrije hand, terwijl Voldemort met gespreide armen achterover valt. Zijn rode ogen rollen omhoog in hun kassen en Marten Vilijn smakt met een van alle glorie gespeende doffe dreun op de grond. Zijn lichaam lijkt zwak en gekrompen, zijn witte handen zijn leeg en zijn slangachtige gezicht is slap en onwetend. Voldemort is gedood door zijn eigen terugkaatsende vervloeking, en Harry staart met twee toverstokken in zijn handen naar de lege huls van zijn vijand.

Er volgt een vreemde mengeling van vreugde en rouw om de verloren dierbaren. Het lijk van Voldemort wordt in een ruimte gelegd die grenst aan de hal, ver van de lichamen van de andere doden. Foppe zoeft door het kasteel en zingt een zelfgecomponeerd lied:

"We hebben ze in de pan gehakt en Potter is van goud,
Stop Vollie onder de zoden en zet het Boterbier koud"


Harry neemt Ron en Hermelien mee naar de kamer van Perkamentus om ze het één en ander uit te leggen. Daar aangekomen, krijgt hij direct een staande ovatie van alle portretten van ex-schoolhoofden die er hangen. De tranen van Perkamentus' portret, glijden onder het halfronde brilletje vandaan en druppen in de lange, zilvergrijze baard en de trots en dankbaarheid die hij uitstraalt, zijn een even grote balsem voor Harry's ziel als het lied van de feniks. Harry richt zijn woorden tot Perkamentus.

In cryptische omschrijvingen, vertelt Harry dat de Steen van Wederkeer in het Verboden Bos is achtergebleven, waar niemand iets van weet en dat hij de Mantel van Onzichtbaarheid in zijn bezit houdt. Tot slot zegt hij dat hij de Zegevlier niet wil hebben, en met de Zegevlier repareert hij zijn eigen toverstok, die weer heel wordt. "Ik leg de Zegevlier terug op de plaats waar hij vandaan kwam", vervolgt hij en Perkamentus kijkt hem met enorm veel genegenheid en bewondering aan. Als Harry een natuurlijke dood sterft, wordt de macht van de toverstok overwonnen en dat zal het einde zijn van de Zegevlier.

Na de boeken
Harry en Hermelien gaan na de boeken, beiden in dienst bij het Ministerie van Toverkunst. Harry wordt het hoofd van het Schouwershoofdkwartier.

Harry, Ron, Hermelien en Ginny hebben met hun toekomstige carrières een belangrijke rol gespeeld in het opnieuw opbouwen van de toversamenleving.

Geposte afbeelding
Grappige uitspraken
"Ja, Krinkel was een prima leraar. Zijn enige minpunt was dat Heer Voldemort uit zijn achterhoofd groeide"

Harry Potter
Harry is door J.K. Rowling als naam gekozen, omdat ze het gewoon een mooie jongensnaam vindt. Potter was de achternaam van een broer en zus waarmee ze speelde toen ze nog heel jong was.


_______________________________________________________________________________________
De citaten en onderdelen van deze tekst zijn afkomstig uit één of meerdere van de volgende boeken: Harry Potter en de Steen der Wijzen, Harry Potter en de Geheime Kamer, Harry Potter en de Gevangene van Azkaban, Harry Potter en de Vuurbeker, Harry Potter en de Orde van de Feniks, Harry Potter en de Halfbloed Prins, Harry Potter en de Relieken van de Dood, Zwerkbal door de Eeuwen Heen, Fabeldieren en Waar ze te Vinden, De Vertelsels van Baker de Bard en van Pottermore. Van al deze boeken rust het copyright bij Uitgeverij de Harmonie en Warner Brothers. De boeken zijn geschreven door J.K. Rowling.
  • 0


0 Commentaren