Spring naar inhoud




- - - - -

Fenrir Vaalhaar


Fenrir Vaalhaar
Fenrir Greyback




Uiterlijk
Fenrir is een lange, breedgeschouderde kerel met warrig grijs haar, vol klitten en een grijze snor met lange snorharen. Zijn stem is een schor, raspend geblaf. Hij verspreidt een doordringende stank van vuil, zweet en bloed. Zijn smerige handen hebben lange, kromme, gele nagels en zijn tanden zijn puntig en bruin. Hij heeft zweren in zijn mondhoeken.

Weerwolf
Vaalhaar is de Weerwolf die Lupos gebeten heeft. Hoewel Weerwolven normaal onbewust handelen, plaatst Vaalhaar zichzelf expres in de buurt van kinderen als het volle maan wordt. Hij is waarschijnlijk de meest bloeddorstige Weerwolf die er tegenwoordig rondloopt. Hij ziet het als zijn missie om zoveel mogelijk mensen te bijten en te besmetten; hij wil voldoende Weerwolven creëren om de tovenaars te overwinnen. Voldemort heeft hem prooi beloofd, in ruil voor zijn diensten.

Kinderen zijn zijn specialiteit. Je moet ze bijten als ze jong zijn, zegt hij, en dan zonder hun ouders opvoeden. Je moet ze leren om normale tovenaars te haten. Voldemort dreigt hem op de zonen en dochters van Tovenaars los te laten; een dreigement dat meestal werkt. Voldemort gebruikt hem om de Weerwolven te leiden.

Aan het eind van het zesde boek, bijt Fenrir Bill zelf zonder dat hij getransformeerd is. Het is nog onbekend wat hier de gevolgen van zullen zijn.

Dooddoener
Ook is Fenrir Dooddoener. Net als een aantal andere Dooddoeners, dacht hij dat Voldemort na zijn val dood was, maar sinds Voldemort weer is teruggekeerd, werkt Vaalhaar weer voor hem.

Fenrir gaat ook met de andere Dooddoeners mee Zweinstein in, op de avond dat Perkamentus wordt vermoord.

Als Voldemort weer aan de macht komt, laat Fenrir zich met een stel Bloedhonden in, waaronder Kolier, om voortvluchtigen op te sporen en voor geld over te leveren aan het Ministerie van Toverkunst.

Slag om Zweinstein
Fenrir heeft meegevochten bij de Slag om Zweinstein. Hij vocht aan de Duistere Zijde.

Fenrir Greyback
Fenrir (of Fenrisulfr, "Fenriswolf") is de (middelste) zoon van de grapgod Loki en de boosaardige heks Angrboda. Hij is de broer van de godin van de dood (Hel) en de Midgardsorm. Fenrir was geen mens of god, maar leek op een klein hondje toen hij klein was en Odin hem meenam naar de Asgaard waar de æsen woonden. Alle voorspellingen zeiden dat Fenrir een probleem zou worden voor de æsen.

Hij ontwikkelde zich tot een reusachtige wolf met verschrikkelijke kaken en stond als kwaadaardig te boek. Bovendien was hij niet alleen sterk, hij had ook de sluwheid van Loki geërfd. Uiteindelijk durfde hij zelfs de æsen te bedreigen.

Op een bepaald moment was hij zo onhandelbaar geworden dat de goden onder elkaar een plan beraamden om hem vast te binden. Eerst werd geprobeerd met de ketting Lœðing, maar die brak. Toen werd een ketting die twee keer zo sterk was gehaald, de ketting Drómi, maar ook deze was te zwak.

Ten slotte stuurde Odin de boodschapper van Freyr, Skírnir, naar de svartalvene (ook wel dwergen genoemd) toe om een speciale ketting te laten maken. Deze zou zo sterk moeten zijn dat zelfs Fenrir hem niet zou kunnen breken. Het werd een hele fijne ketting, de Gleipnir, die zo slank en zacht was als een van zijde gemaakte touw. Gleipnir werd gemaakt van zes ingredienten die niemand vandaag meer kan vinden: de ademhaling van de vis, de baard van een vrouw, het speeksel van een vogel, de wortels van de berg, het geluid van de poten van een kat en de pezen van een beer.

De æsen lokten Fenrir in de val op het kleine eiland Lyngvi in het meer Ámsvartnir. Ze gingen met hem een weddenschap aan: Fenrir beweerde dat hij zo verschrikkelijk sterk was dat ze daar wel eens een bewijs van wilden zien. Ze zouden hem vastbinden en Fenrir zou zijn boeien moeten doorbreken. Als het hem niet lukte, was hij zo zwak dat ze hem niet hoefde te vrezen - en hem los zouden laten.

Fenrir echter had weinig vertrouwen in de æsen. Hij eist dat iemand zijn hand in zijn muil moest leggen, als "onderpand". Enkel Týr, de oorlogsgod, durfde dit te doen. Týr legde zijn rechterhand in de muil van Fenrir en toen de wolf zijn boeien niet kon doorbreken beet hij Týrs hand af onder zijn poging om los te komen. Zodoende verloor Týr zijn rechterhand.
Fenrir hapte naar de æsen, zij staken een zwaard in zijn muil met het punt omhoog zodat hij niet kon bijten. Door zijn gekwijl ontstond de rivier Ván.
Pas aan het einde van de wereld, tijdens Ragnarok, zal Fenrir loskomen en gedood worden door de zoon van Odin, genaamd Vidar, die zijn vader zal wreken.

Greyback bestaat uit de woorden 'grey' en' back', wat samen 'grijze rug' betekent.


_______________________________________________________________________________________
De citaten en onderdelen van deze tekst zijn afkomstig uit één of meerdere van de volgende boeken: Harry Potter en de Steen der Wijzen, Harry Potter en de Geheime Kamer, Harry Potter en de Gevangene van Azkaban, Harry Potter en de Vuurbeker, Harry Potter en de Orde van de Feniks, Harry Potter en de Halfbloed Prins, Harry Potter en de Relieken van de Dood, Zwerkbal door de Eeuwen Heen, Fabeldieren en Waar ze te Vinden en De Vertelsels van Baker de Bard. Van al deze boeken rust het copyright bij Uitgeverij de Harmonie en Warner Brothers. De boeken zijn geschreven door J.K. Rowling.
  • 0


0 Commentaren