Jump to content
Wizardzone - Harry Potter Community

Charlotte_1981

Member +
  • Content Count

    1,083
  • Joined

  • Last visited

Community Reputation

11 Oh die!

About Charlotte_1981

  • Rank
    SpiritLeviosa54
  • Birthday 08/04/1981

Contact Methods

  • Skype
    lotje_1981
  • Pottermore
    SpiritLeviosa54

Profile Information

  • Op Wizardzone sinds
    het begin
  • Locatie
    Den Haag
  • Geslacht
    Heks
  • Interesses
    gitaar, Harry Potter, Sims 3, sims Middeleeuwen en Napoleon. Opera, muziek en Kunst. Reizen.
  1. [font="Tahoma"]Buiten mijn oneshots van de oneshotclub en mijn verhalenkluis heb ik besloten om ook weer eens een langere fanfic te schrijven. Deze fanfic gaat verder, waar mijn verhaal in mijn verhalen kluis met het onderwerp Harry Potter geëindigd is. Veel plezier.[/font] [size="5"][b]Als Harry’s vader nog zou leven.[/b][/size] [size="4"][b](vervolg op oneshot verhalenkluis)[/b][/size] [size="3"]Proloog[/size] [i]Even vertel ik in het kort wat voor dit verhaal is gebeurd. Harry’ s moeder was vermoord door de meest gevreesde tovenaar aller tijden. James Potter was slechts verlamd geweest. Hagrid ontdekte Harry in het wiegje en Sirius Zwarts heeft kunnen vaststellen dat James ook nog leefde en is opzoek gegaan naar de verader. Harry en James waren verhuisd naar Klein Zanikem. Toen Harry eenmaal ouder was ging hij naar een basisschool waar toevallig ook zijn neefje Dirk op zat. Op een dag werd Harry op de hielen gezeten door maatjes van Dirk Duffeling en is terwijl hij achter de vuilnisbakken wilden schuilen op het dak van de schoolkeuken beland. Harry Potter was een tovenaar en James was zo trots op een pauw. Hij vertelde Harry alles over de toverschool waar Harry naar toe zou gaan: Zweinstein Hogeschool voor Hekserij en Hocus pocus. [/i] [size="3"]Hoofdstuk 1[/size] Harry luisterde aandachtig naar de verhalen van zijn vader. Hij zat zo wat op zijn vaders lippen. Hij wilde echt alles weten over Zweinstein en over de tijd dat James op de school zat en over hoe hij en zijn moeder elkaar hadden leren kennen en van elkaar gingen houden. ‘Zweinstein, moet je weten heeft vier afdelingen.’ vertelde James. ‘Je hebt Griffoendor, Huffelpuf, Ravenklauw en Zwadderich. De tovenaars en heksen op die vier afdelingen zitten hebben allemaal andere eigenschappen.’ ‘O, gaaf.’ zei Harry. ‘Wat zijn de eigenschappen van die afdelingen, pap?’ ‘Leerlingen van Griffoendor, zijn dapper en ridderlijk, die van Huffelpuf zijn trouw en ijverig, die van Ravenklauw zijn slim en nieuwsgierig en die van Zwadderich ambitieus en sluw. Ook komen van die laatste afdeling de meeste duistere tovenaars vandaan.’ Harry’s mond viel open bij dat laatste. ‘Dan hoop ik dat ik niet bij Zwadderich kom.’ zei Harry beslist. ‘Bij welke afdeling zaten jij en mama?’ ‘Wij zaten allebei op Griffoendor Ook Sirius, wat heel bijzonder is, want de meesten van zijn familieleden kwamen in Zwadderich. Waaronder zijn broer.’ vertelde James. ‘Waar is die Sirius nu, pap?’ vroeg Harry. ‘Geen idee, Harry.’ antwoordde James. ‘Sinds die keer dat hij kwam kijken hoe het met ons ging heb ik hem niet meer gezien. Eigenlijk sinds hij naar de verrader op zoek ging, heb ik niks meer van hem gehoord.’ James keek een beetje beteuterd na dat hij het vertelde, vond Harry. Hij vroeg aan zijn vader waarom hij ineens zo sip keek. James vertelde hem dat Sirius zijn beste vriend was en dat hij zich ongerust maakte over hem. Dat was natuurlijk niet zo vreemd dat een van je beste vrienden niks meer van zich laat horen, terwijl er geen teken was van ruzie of zo. ‘O, wat erg.’zei Harry. ‘Heb je echt geen idee? Ook geen vermoeden?’ ‘Ja, ik heb de dag dat we hier pas woonden en jij nog je eerste stapjes zette, ooit in de krant gelezen dat er dertien doden zouden zijn gevallen, waarvan twaalf dreuzels. En dat er een knappe tovenaar met donker haar gearresteerd werd.’ zei James. ‘Die signalementen leken sterk op die van Sirius, maar ik kan het niet geloven, dat hij die dertien moorden gepleegd heeft.’ ‘Oh. Wat erg. Weet je ook wie die dertiende dode was?’ vroeg Harry. ‘Ze hadden het er over dat er van een tovenaar alleen een vinger was gevonden. En die eigenaar daar van Peter Pippeling was. Hij was de geheimhouder toen Voldemort nog aan de macht was.’ vertelde James. ‘Pap? Wie is of eigenlijk was Voldemort?’ vroeg Harry nieuwsgierig. ‘Een duistere tovenaar die uiteraard op Zwadderich heeft gezeten.’ antwoordde James. Het was duidelijk dat James niet graag over die periode sprak. Harry kon het wel een beetje voorstellen. Harry dacht na. Zijn vader vertelde net dat een ene Peter Pippeling geheimhouder was. Zou hij dan die verader zijn geweest? En dat Sirius achter hem is aangegaan om hem te grazen te nemen? Dat leek Harry waarschijnlijker dan het verhaal dat in de krant gestaan had. ‘Pap, zou die Pippeling de verader van jullie aan die moordenaar van mama geweest zijn?’ vroeg Harry. ‘Ik neem aan van wel.’antwoordde James. James Potter keek naar buiten. Het begon donker te worden. Ook keek hij even op de klok boven de open haard. ‘Harry, ik denk dat ik maar even wat eten voor ons klaarmaak. Het is hoogtijd.’zei James. ‘Of heb je geen trek, nadat ik je vertelde over de vermissing van Sirius en de vermoedelijke dood van Pippeling?’ ‘Wel, ik barst van de honger.’ antwoordde Harry. James glimlachte weer een beetje en hij ging de keuken in. Even later kwam James weer terug met twee borden pasta. Hij liep naar de eettafel en zette daar de twee borden neer. Harry stond op van de bank en ging aan tafel zitten. Hij zat nog niet of hij begon zijn bord gretig leeg te eten. James echter, kreeg geen hap door zijn keel. ‘Wat is er pap? Heb je geen honger?’ vroeg Harry bezorgd. ‘Nee, eigenlijk niet.’ antwoordde James. ‘Wil jij mijn portie?’ ‘Nee, ik heb genoeg gegeten. Het was erg lekker pap.’ zei Harry. ‘Dank je, Harry.’ zei James. ‘Dan denk ik dat ik het restje in de koelkast zet. Dan kan ik als ik toch trek krijg het alsnog op eten.’ Het voegde de daad bij het woord. Even later kwam hij weer terug in de huiskamer. Hij vroeg of Harry nog iets wilde doen. Daar voelde Harry wel wat voor. Ook James wilde wel nog iets leuks gaan doen, al was het om zijn zinnen te kunnen verzetten. ‘Wat wil je gaan doen Harry?’ vroeg James. ‘Ik wil eigenlijk best iets buiten de deur doen.’ zei Harry. James stelde voor om dan met zijn tweeën naar de Wegisweg te gaan. Harry was daar nooit geweest dus daar had hij wel oren naar. James liep naar de haard en pakte een pot van de schouw. Hij stak het uit naar Harry. Hij zag dat in de pot poeder zat. ‘Wat is dat voor pap?’ vroeg Harry. ‘Dat heb ik speciaal gekocht om ooit samen ergens op een vlugge manier ergens naar toe te gaan. Dit poeder heet brandstof. Dat is om via de haard te kunnen reizen.’ legde James uit. ‘Hoe ga je dan als je alleen ergens naar toe moet?’ vroeg Harry. ‘Dan verdwijnsel ik en aangezien jij dat nog niet mag, gaan we nu met brandstof. Jij mag eerst. Neem maar een handje.’ Dat deed Harry. Hij nam wat van het poeder in zijn hand. ‘En nu?’ vroeg Harry. ‘Dan moet je nu in de haard gaan staan en gooi je het poeder in het vuur en dan zeg je de bestemming. In dit geval Wegisweg. Wel duidelijk uitspreken, want god weet waar je anders terecht komt.’zei James. ‘O, wacht. Moet ik natuurlijk wel eerst de haard aanmaken.’ James pakte zijn toverstaf en wees naar de haard. ‘Incendio’ Niet veel later brandde er een knapperend vuur. Harry ging vertwijfeld in de haard staan en gooide de brandstof in de haard waarna hij ‘Wegisweg’ riep. Harder dan noodzakelijk, maar dan wist hij zeker dat het duidelijk genoeg was. Harry voelde dat hij bewoog. Hij zag allemaal kamers langs flitsen. Snel deed hij zijn ogen dicht en drukte hij zijn ellebogen tegen zijn lichaam aan. Niet veel later zag hij een ruimte met boeken. Hij remde af en viel pardoes een drukke winkel in. Even later kwam James ook in de winkel. Hij was wat meer gewend om via de haard te reizen, want hij viel niet languit op de grond. Hij klopte wat as van zijn broek en liep naar Harry die helemaal onder het roet zat. ‘Ah, ik zie dat je goed aangekomen bent.’ zei James goedkeurend ‘En beviel het, met brandstof reizen?’ ‘Nee.’ kuchte Harry. ‘Is er geen andere manier?’ ‘Ja, verdwijnselen, met een viavia of gewoon op dreuzelmanier, natuurlijk.’ zei James. ‘Alleen dat laatste duurt wat lang.’ ‘Nou, dan ben ik liever wat langer onderweg.’ zei Harry. ‘Waar zijn we eigenlijk?’ vroeg Harry terwijl hij om zich heen keek. ‘We zijn bij Klieder en Vlek. De magische boekenwinkel.’ antwoordde James. ‘Maar eerst gaan we naar de bank. Nu ik hier toch ben kan ik dat mooi doen. Ik begin er onderhad door heen te raken.’ James liep de winkel uit en Harry volgde. Hij keek zijn ogen uit. Hij wist dat hij tovenaar was, omdat zijn vader er ook een was, maar hij was nog nooit in die wereld geweest. Harry vond het prachtig. Hij keek terwijl ze over de Wegisweg liepen zijn ogen uit. Ze kwamen langs een winkel met allemaal uilen, een winkel met andere vreemde diersoorten en nog veel meer. Niet veel later liepen ze tegen een sneeuwwit gebouw aan. James hiel halt en Harry volgde zijn voorbeeld. ‘Hier zijn we dan, Harry. Dit is Goudgrijp. De tovenaarsbank, en dus de bank waar ik mijn kluis heb.’ zei James. ‘Een kluis, helemaal voor je zelf? Wauw.’ zei Harry vol ontzag. ‘Wij hebben er allemaal een. Niet even vol natuurlijk. En sommige hebben ook andere dingen dan geld in de kluis, maar ik heb er voornamelijk geld in. ‘zei James. ‘Maar dan geen ponden.’ voegde hij eraan toe. ‘Waar bewaar je dan de ponden? Hoe betaal je de school waarop ik zit dan?’ vroeg Harry. ‘Ik heb thuis een voorraadje ponden, maar niet zeggen hoor.’ antwoordde James. James pakte Harry’s hand vast en liep samen met hem de bank binnen. Harry had nog nooit zo iets gezien. Het was een grote marmeren zaal met aan de rand allemaal balies. En aan de balies zaten allemaal wezens iets wat op geld leek te wegen. Helemaal aan het eind daarvan stond een soort hoge toonbank met daaraan nog zo’n wezen als langs de kant, maar die keek recht voor zich uit. Daar liepen hij en zijn vader naar toe. James bleef bij de toonbank staan en schraapte zijn keel om aandacht te trekken. Een mannetje met puntoren keek hem streng aan. Harry huiverde en deinsde een beetje achteruit. James merkte dat en er verscheen een grijns op zijn gezicht. ‘Je hoeft niet bang te zijn hoor.’ zei hij tegen Harry. Hij wendde zich weer naar het wezentje. ‘Wat is het pap?’ vroeg Harry wijzend naar het wezen. ‘Dat is een kobold, Harry.’antwoordde James. ‘En niet wijzen, want daar houden ze niet van.’ Dat klopte, want terwijl Harry naar hen wees gromde hij. Harry hield er snel mee op, maar bleef hem wel angstig aanstaren. De kobold keek weer naar James. En boog wat voorover om hem te kunnen aankijken. ‘U wilt?’ vroeg de kobold grommend. ‘Ik wil graag wat geld uit mijn kluis halen.’antwoordde James vriendelijk. ‘Sleutel.’ beval de kobold. James gaf de sleutel, maar gaf geen krimp. Harry bewonderde zijn vader. Dat hij kalm en vriendelijk bleef bij zo’n onvriendelijke kobold. De kobold keek enigszins achterdochtig naar de sleutel, maar blijkbaar was het toch in orde want hij riep een andere kobold erbij. ‘Breng die twee naar hun kluis.’ zei de kobold tegen de andere die net verschenen was. De andere kobold boog. En in tegenstelling tot die ene was hij wat vriendelijker toen hij vroeg of James en Harry hem wilde volgen. ‘Wat een verschil met die aan de toonbank.’ fluisterde Harry tegen James. ‘Er bestaan ook wel vriendelijke kobolden, nou ja vriendelijk, minder onvriendelijk dan de vorige dan.’ fluisterde James terug. Ze gingen door een deur achter de toonbank en ze kwamen in een soort grot terecht. Harry vond het een grote overgang vergeleken die mooie marmeren hal. Even later kwamen ze bij een karretje op rails aan. James tilde Harry in het wagentje en klom er zelf ook in. Toen de kobold er ook in zat, begon er een dollemansrit. Na wat wel uren leek stopten ze. James tilde Harry weer uit het wagentje. Eenmaal op de grond stond Harry te wankelen, alsof hij een hele fles rum op had. Dit was nog vreselijker dan met brandstof reizen, besloot hij. James zag er uit alsof hij het ook maar niks vond. Hij zag helemaal bleek, bijna tegen het groene aan. Hij zag er precies zo uit als Harry zich voelde. Ze volgden nog wankelend de kobold die een olielamp droeg. Even later stopte ze bij een kluisdeur. ‘Sleutel, graag’ zei hij. James gaf hem de sleutel, en de kobold gaf de lamp aan Harry. ‘Houdt je even vast, wil je?’ vroeg de kobold bevelend. Harry had geen kans om te antwoorden, want de kobold drukte de lamp zowat in Harry’s hand. De kobold draaide zich van Harry af en stak de sleutel in het sleutelgat in de deur. De kluisdeur zwaaide naar binnen open. Harry’s mond viel open van verbazing. James vond het de normaalste zaak van de wereld, zag Harry aan hem. James begon te lachen. ‘Je had nooit gedacht dat ik zo veel tovenaarsgeld heb, nietwaar?’ vroeg James grinnikend. ‘Ook vraag jij je zeker af hoe ik daar aan kom, hè?’ ‘Ik neem aan dat je het verdiend.’ zei Harry. ‘Natuurlijk verdien ik dat geld. Ook heb ik wat van Lily geërfd. Wat jij op jouw beurt weer gaat erven van mij, als ik er niet meer ben.’ zei James. ‘Ja gaat er geen moord voor plegen hé?’ ‘Nee, we delen het toch?’ James gaf geen antwoord, maar pakte van alles wat en stak dat in een buidel. De kobold sloot de deur. Liepen weer naar het karretje en gingen met net zo’n dolle rit als daarstraks ook weer terug. Na een paar seconden stonden ze weer in de grote marmeren zaal. James bedankte de kobold en liep samen met Harry de bank uit. Eenmaal buiten liet James Harry’s hand weer los. ‘Nu we het geld hebben. ‘Waar zullen we dan naar toe gaan?’ vroeg James. ‘Ik wil eigenlijk gewoon op de Wegisweg rondkijken. Ik heb al een paar interessante winkels gezien.’ antwoordde Harry. ‘L:aten we maar nog niet iets nemen, want mijn maag is nog een beetje van slag door die rit in goudgrijp. wat jij?’ zei James. ‘Ik ben ook nog een beetje misselijk, inderdaad. Maar als dat over is, lust ik wel een ijsje of zo.’ zei Harry. ‘O, dan weet ik wel een adresje. Zullen we eerst eens een kijkje gaan nemen in het “Zwik en Zwachtels Zwerkbalpaleis”?’ vroeg James verlekkerd. ‘Het wat?’ vroeg Harry op zijn beurt. ‘Dat is een winkel waar je onder andere bezemstelen kan krijgen. En zwerkbal is onze sport.’antwoordde James. ‘Ik was daar erg goed in, al zeg ik het zelf.’ ‘O, heb je zwerkbal gespeeld?’ vroeg Harry verbaasd ‘Wat houd die sport in?’ James knikte bevestigend en begon uitgebreid over de sport te vertellen. Harry merkte dat hij niet de enige was die stond te luisteren. Nadat James het woord zwerkbal in zijn mond nam kwamen er tovenaars en heksen om hun heen staan. Dat niet alleen, sommigen keken geïnteresseerd naar Harry. Hij merkte dat en Harry begon rood te worden. James keek Harry glimlachend aan. ‘Dat was de rede dat ik je nooit meegenomen heb, naar de Wegisweg of de rest van de tovenaarswereld.’ zei James. ‘Wat bedoel je met “dat”?’ vroeg Harry. ‘Jouw beroemdheid, Harry.’antwoordde James. Harry keek zijn vader met grote ogen aan. Waar had zijn vader het over? Hij beroemd? Hoe kwam hij daar nu bij? Hij was toch een gewone jongen? Nou ja een gewone tovenaar zoals pa. James zag dat Harry verbaasd was. ‘Je geloofd het niet, hé?’zei James ‘Toch spreek ik de waarheid. Ook ik ben zeer bekend in de tovenaarswereld, maar dat is omdat ik jouw vader ben.’ ‘Niet alleen omdat je de vader van de beroemde Harry Potter bent, Potter.’ zei iemand uit het publiek. James keek de man die dat zei fronsend aan. Blijkbaar mocht zijn vader die man niet, want hij glimlachte niet meer. Hij keek nu tamelijk verafschuwd. Harry keek naar de tovenaar. De man had een tanige huid een kromme neus en vettig haar tot aan zijn schouders ook droeg hij een zwart gewaad.. Harry merkte dat ook hij zich niet echt op zijn gemak voelde door de manier waarop de man naar hem keek. Harry trok aan James’ mouw. ‘Pap, wie is die man met dat vettige haar?’ vroeg hij. ‘Dat was iemand die in mijn tijd en jaar op Zweinstein zat. We hadden toen al een hekel aan elkaar.’ antwoordde James. De tovenaar in het zwarte gewaad kwam op James en Harry af. En bleef vlak voor hun neus staan. Hij keek eerst naar Harry en toen duidelijk vol afschuw naar James. ‘Potter, dat ik jouw hier tref. Nooit gedacht dat jij nog leefde.’ zei hij. ‘En waar is Evers?’ ‘Die is helaas dood, maar wat kan jou dat schelen, Secretus.’ zei James. Harry keek zijn vader verwonderd aan. ‘Heet hij zo?’ vroeg Harry verbaasd. ‘Nee, zo noemde jou vader mij altijd toen we nog op Zweinstein zaten.’ antwoordde de man die Secretus werd genoemd. ‘Harry vroeg het aan mij, niet aan jou, Sneep.’ zei James. ‘Zo heet ik dus.’zei Sneep James negerend. ‘We ontmoeten elkaar ooit nog op Zweinstein, Potter. Maar ik moet nu naar de apotheek.’ Sneep keerde James de rug toe en schreed met ruisend gewaad weg. ‘Nu weet het dus,’ zei James. ‘Je bent wereldberoemd.’ ‘Nou ik denk niet dat hij me echt roem toeschrijft. Volgens mij mag hij me niet.’ zei Harry die Sneep nakeek. ‘Kom, we gaan naar het zwerkbalpaleis.’zij James. Hij nam Harry mee naar een winkel met in de etalage allemaal bezemstelen. Buiten de bezemstelen waren er ook gewaden in verschillende kleuren en met logo’s uitgestald aan etalagepoppen. Ze liepen de winkel binnen. Ze waren nog niet in de winkel of er kwam iemand verrast naar hun toe. ‘James Potter.’ zei hij. ‘Wat een aangename verrassing.’ James glimlachte. Kennelijk kende James hem, maar dat niet alleen. In tegenstelling tot Sneep kon hij het goed met de man vinden, merkte Harry. Zijn vader liep op de man af en begon elkaar te flink de handen te schudden. ‘Wat leuk je te zien. Ik zie dat je werk hebt gevonden.’ zei James. ‘Gelukkig wel. Maar ik werk hier om de twee weken alleen overdag.’ zei de man.. James glimlachte. Hij liet Harry naar voren komen en hield zijn hand op Harry’s schouder. ‘Dit is mijn zoon Harry, maar die ken je waarschijnlijk wel. Nietwaar?’ zei James. ‘En of ik die ken.’ Hij wendde zich naar Harry. ‘Ik kende je vader nog van Zweinstein. We waren met elkaar bevriend en eigenlijk nog steeds.’ zij hij. Harry keek nog even goed naar de man. Hij had een jong gezicht en lichtbruin haar. Wel had hij, zag Harry een bruin versleten gewaad aan. Hij wendde zich tot zijn vader. ‘Wie is dat, pap?’ vroeg Harry. ‘Dat is een van mijn oude schoolvrienden en jaar- en afdelingsgenoten van mij. We sliepen in de zelfde slaapzaal. ’antwoordde James. ‘Dat klopt. En elke maand verdween ik, wist je nog?’ zei de man wrang. ‘Niet echt een prettige herinnering.’ zei hij toen Harry hem bezorgd aankeek. ‘O, ja. Ik ben trouwens Remus Lupos.’ En hij stak Harry een hand uit, die hij op zijn beurt weer schudde. ‘Aangenaam om kennis te maken.’ zei Harry. ‘Hoe komt het zo dat je in een zwerkbalwinkel bent gaan werken? Je hebt daar toch niks mee?’ vroeg James. ‘Ik speelde het niet, maat dat wil nog niet zeggen dat ik het niet geweldig vond om naar te kijken.’antwoordde Remus. ‘Ik keek er heel graag naar, zelfs. En zeker als jij speelde. Doe je er nog aan trouwens?’ ‘Nee, niet echt. Niet sinds ik alleen met Harry ben. En toen we nog ondergedoken zaten.’zei James. ‘Je wil er zeker zijn voor Harry. Daar kan ik me wel iets bij voorstellen.’zei Remus. ‘Kan ik je nog ergens van dienst zijn?’ Remus begon nu zakelijker te worden toen er een man binnen kwam. Waarschijnlijk was hij de eigenaar. ‘Wat sta je daar te kletsen, Lupos. Aan de slag.’ zei de man. ‘Direct, meneer.’zei Remus. En hij liep naar achteren. James keek hem na en wendde zich naar de man die net binnen kwam. ‘Mijn excuses dat ik hem van zijn werk hield, maar hij is een oude bekende van me.’ zei James verontschuldigend. De man keek James en Harry vol bewondering aan. ‘Maar, maar jullie zijn die twee van de familie Potter.’ stamelde hij. ‘Wat kan ik voor jullie betekenen?’ ‘Nou, we keken eigenlijk alleen maar wat rond, maar als u er toch bent zou ik graag een nieuwe bezem willen kopen.’zei James. ‘Wat zal het zijn, een helleveeg 7:het nieuwste van het nieuwste. Of een wat ouder en vertrouwder model?’ vroeg de man. ‘Zilveren pijlen worden niet meer gemaakt heb ik begrepen.’ zei James enigszins teleurgesteld. ‘Wat jammer is, want daar heb ik in mijn schooltijd nog zwerkbal op gespeeld.’ ‘Ik weet het, toen won de rode afdeling tenminste nog.’ zuchtte de man ‘Al is er laatst weer een veelbelovende speler langs geweest die in het team ging spelen. Eentje met rood haar.’ ‘Ah, een Wemel.’ zei James. ‘Meneer Wemel werkt toch op het ministerie?’ ‘Ik geloof het wel.’ zei de man. De eigenaar riep Remus Lupos naar voren. En hij vroeg of hij James verder wilde helpen met het uitzoeken van een goede bezem. Na een paar bezems bekeken en op een plaatsje achter de winkel uitgeprobeerd te hebben viel de keus uiteindelijk toch op een helleveeg 7. James rekende af. En samen met Harry liep hij naar de ijssalon voor een ijsje. Harry nam een ijsje met rozensmaak die hij met smaak op at. Daarna gingen ze met de nieuwe bezem via de haard vanuit de lekke ketel weer terug naar huis.
×
×
  • Create New...