Spring naar inhoud




Foto
- - - - -

I’m not a Death Eater


  • Log in om te reageren
36 reacties in dit topic

#1 Sabbientje

Sabbientje

    rasechte paardengek

  • Member +
  • 1984 Posts:
  • Locatie:In een zonnig klinkend dorp onder de rook van Rotterdam
  • Geslacht:Heks
  • Interesses:Paarden, lezen, schrijven en natuurlijk Harry Potter

Gepost 25 May 2016 - 07:23

Tijd om weer eens wat hersenspinsels te posten.

Na enige tijd geen fanfictie geschreven te hebben, kwam een paar maanden geleden ineens de kriebel weer en ben ik vol goede moed begonnen met een nieuwe fanfictie.

Het verhaal is ooit, jaren geleden, begonnen als een One Shot en ik vond eigenlijk dat dit verhaal wel een vervolg mocht hebben.

Het verhaal begint aan het einde van boek 6 en de roots van het verhaal liggen in een tijd dat boek 7 nog niet verschenen was. De tijd dat iedereen twijfelde of Perkamentus wel echt dood was en iedereen geschokt was van het verraad van Severus Sneep.

 

Introductie:

Ik haal voor dit verhaal mijn zelfverzonnen personage Saskia den Otter uit het stof en het lijkt mij handig om even in het kort te vertellen wie zij is, aangezien het verhaal waar zij in speelde allang onder de spinnenwebben zit en laten we Aragog daar vooral niet uitjagen. ;) (Dat verhaal is ondertussen ook al *kuch* 12 jaar oud ofzo…man, ik word echt oud geloof ik...... :angel: )

 

Saskia den Otter was ooit door Perkamentus naar Zweinstein gehaald om Dreuzelkunde te geven. Ze heeft op latere leeftijd magische krachten gekregen, waardoor ze een aangepaste toverstok bezit (een met twee kernen) en niet genoeg magie heeft om bijvoorbeeld te Verdwijnselen.

 

In de tijd dat zij op Zweinstein verbleef, had ze haar paard, Sharonne, bij zich. Deze had daar gezelschap van een Eenhoornveulen genaamd Eentje.

 

Na enige jaren les te hebben gegeven, wilde Saskia terug naar de Dreuzelwereld en heeft haar oude kantoorbaan weer opgepakt. Ze woont samen met haar vriend, Johan, die een Dreuzel is en ze doet eigenlijk niet zo veel meer met haar magie.
Sharonne is mee terug gegaan en Eentje is weer naar de kudde eenhoorns in het Verboden Bos verhuisd.

 

Toen Voldemort weer verscheen is Saskia door Perkamentus gevraagd bij de Orde van de Feniks te komen met als taak de Dreuzelwereld in de gaten te houden en de Ordeleden meer te leren over Dreuzels en hoe die zich gedragen en kleden.

 

Tot zover denk ik dat deze kleine introductie wel genoeg is.

 

Nog even wat fanfic codes: AL/ DRAMA/ GW***/ GT
(Lang geleden dat ik een verhaal geplaatst heb, dus hoop dat ze de lading dekken)
 

Ik wens jullie veel plezier met mijn verhaal:

 

 

I’m not a Death Eater
 

Mijn hoofd voelde zwaar aan en ik voelde steken in mijn gehele lichaam. Ik had het gevoel dat ik niet wakker kon worden en lag duf op een bed. Tenminste, ik ging er van uit dat ik op een bed lag, want ik durfde mijn ogen niet te openen. Mijn linker onderarm brandde nog erger dan de rest van mijn lichaam en ik vroeg me af hoe dat kwam.

Ik hoorde voetstappen naderen. Dicht in mijn buurt hielden op en niet lang daarna voelde ik hoe mijn mouw omhoog werd geschoven. Ik verstijfde en durfde me niet meer te bewegen. Wie was dat? Waar was ik? Wat deed ik hier? Vragen schoten sneller door mijn hoofd dan ik ze verwerken kon.

“Rustig, ik doe je niets,” klonk een bekende stem. Ik herkende de stem direct. Het was de stem van Severus Sneep en ik opende mijn ogen een stukje. Ik zag wazig en knipperde een paar keer met mijn ogen. Langzaam werd mijn zicht scherper en ik zag Severus geknield naast mij zitten. Hij smeerde iets op mijn arm en ik voelde hoe de pijn in mijn arm snel verminderde, hierna pakte hij een rol verband en begon mijn arm voorzichtig te verbinden.

“Severus, waar ben ik?” vroeg ik met een schore stem. “Wat heb ik aan mijn arm? En waarom herinner ik me niets meer?” Er zat een groot zwart gat in mijn geheugen. Hoe kon dat? Wat was er gebeurd? Zoveel vragen, ik kon ze onmogelijk allemaal tegelijk stellen.

Severus Sneep keek mij kort aan. Er was iets vreemds aan zijn blik; Iets wat leek op medelijden. Een blik die ik nog nooit had gezien in zijn meestal kille ogen. Ik ging voorzichtig rechtop zitten, iets waar de spieren van mijn lichaam het niet mee eens waren, en keek naar mijn kleding. Waarom had ik dit zwarte gewaad aan? Waar was mijn eigen gewaad gebleven? Ik had een gewaad als dit helemaal niet in mijn kledingkast, dat was één ding wat ik zeker wist.

Eén blik op het gewaad van Severus vertelde mij dat we hetzelfde gewaad aan hadden. Hij was opgestaan en een paar passen bij mij vandaag gelopen. Hij keek me niet aan, maar hield me vanuit zijn ooghoeken in de gaten. Langzaam stond ik op en wilde op hem aflopen, maar mijn blik viel op het verband wat hij even daarvoor om mijn arm had gedaan. Met een ruk trok ik het van mijn arm af. Direct sloeg mijn hart een paar slagen over. Ademen lukte niet meer en ik staarde naar de plek op mijn arm. Het was als een brandmerk. Een brandmerk in de vorm van een doodshoofd met een slang uit de mond.

“D-d-dit kan niet,” hakkelde ik, toen ik weer iets uit kon brengen. “DIT KAN NIET! Ik kan dit teken niet hebben. Ik kan geen dooddoener zijn. Ik ben geen dooddoener. Dit kan gewoon niet.”

“Sorry,” zei Severus rustig. “Het spijt me heel erg.” Hij keek me nog steeds niet aan en ontweek mijn blik. Zijn houding was anders dan normaal; alsof hij even niet wist wat hij moest doen; alsof hij in tweestrijd was met zichzelf.

“Ik ben geen dooddoener. Ik ben geen dooddoener,” snikte ik zacht. Hoe kon dit? Dooddoeners waren meestal volbloed tovenaar, nooit zo’n smerige halfbloed als ik. Ik was volgens deze mensen nog erger als een Dreuzel of Modderbloedje. Normaal zouden ze mijn bestaan gewoon negeren of zelfs uitbannen. Ik was iemand die op latere leeftijd magische krachten had gekregen. Dat was iets wat, volgens de dooddoeners, gewoon niet hoorde.

Ik was op mijn knieën op de grond gezakt met mijn hoofd in mijn handen. Ik hoorde hoe Severus langzaam mijn kant op kwam lopen, waarna er een arm om mijn schouders werd gelegd.

“Saskia, luister naar me,” fluisterde Severus zacht. “Je bent pas een dooddoener als je hart zegt dat je er één bent. Dat teken op je arm verandert je innerlijk niet.”

“Wat nu? Waar ben ik eigenlijk?” vroeg ik, terwijl er steeds meer vragen door mijn hoofd spookten. Ik veegde met de mouw van mijn gewaad de tranen uit mijn ogen.

“Hoe het nu verder gaat, weet ik niet. Dat weet alleen de Heer van het Duister. Waar je bent? In Villa Villijn,” sprak Severus rustig. “Maar laat me je arm opnieuw verbinden, dat helpt tegen de ergste pijn.” Hij stond op en wenkte mij hetzelfde te doen. Langzaam ging ik op de rand van het bed zitten en stak Severus twijfelend mijn arm toe. Voor de tweede keer verbond hij mijn arm. Ik staarde naar het verband om mijn onderarm en een rilling liep over mijn rug.

“Probeer wat te slapen. Vanavond hebben we jouw eerste bijeenkomst,” zei Severus, die opstond.

“Severus,” zei ik met trillende stem. “Wil je bij me blijven? Ik ben bang.”

“Het komt wel goed,” zei Serverus zacht. “En natuurlijk blijf ik bij je.” Hij ging op een stoel zitten, die langs de muur stond, en haalde een boek uit de zak van zijn gewaad. Hij sloeg het oud uitziende, zwarte boek open en begon te lezen.

Ik ging op mijn zij liggen en keek de kamer rond. Door mijn paniek had ik nog niet eens de moeite genomen de ruimte in mij op te nemen. Ik lag op een stalen ledikant met aan het hoofd- en voeteneinde spijlen. Het matras was versleten, net als de donkerbruine deken die op het bed lag. Het enige raam in de kamer was dichtgespijkerd met een houten plank.  Ik kon dus niet naar buiten kijken om te zien in welke omgeving ik terecht gekomen was. De grijze gordijnen die voor het dichtgespijkerde raam hingen waren gerafeld en hadden waarschijnlijk vroeger een andere kleur gehad. De rest van de kamer was al even grauw en stoffig. Hier en daar hing het grijze streepjesbehang los.

Ik sloot mijn ogen en rilde. Ik was onverklaarbaar moe, had het koud en voelde me angstig. Ik trok de versleten, donkerbruine deken over me heen en draaide me met mijn gezicht naar de muur. Niet veel later viel ik in slaap.


  • 0

#2 Morgana

Morgana

    op de versirius toer (A) / Tubbie! =D

  • -Site Crew
  • 4108 Posts:
  • RPG naam:Isobel Clarkson
  • Locatie:Bij Sirius ~<3
  • Geslacht:Heks

Gepost 25 May 2016 - 10:29

Zo, daar zit even een omschakeling in tussen het voorstelstukje en het verhaal. Arme Saskia. Ik hoop voor d'r dat dit 1 grote grap is, al kan ik me dat niet voorstellen met Sneep. :P

Maar wel heel origineel idee! Ben heel benieuwd naar de rest, dus snel meer? :D


  • 0

The ones who love us, never really leave us and you can always find them in here <3


When you have to make a hard decision: flip a coin. ~

~ Because when that coin is in the air, you suddenly know what you're hoping for..


#3 Sabbientje

Sabbientje

    rasechte paardengek

  • Member +
  • 1984 Posts:
  • Locatie:In een zonnig klinkend dorp onder de rook van Rotterdam
  • Geslacht:Heks
  • Interesses:Paarden, lezen, schrijven en natuurlijk Harry Potter

Gepost 27 May 2016 - 08:02

Bedankt Morgana. 
Er zit inderdaad echt een flinke omschakeling in. Dat komt omdat ik niet te veel wilde verraden hihihi. (zit namelijk zelf al veel verder in het verhaal. Het verhaal is nu 114 pagina's lang en de eerste 53 pagina's zijn al helemaal een aangesloten stuk en grotendeels af.)

Nieuwe stukje: 

 

“Nee, Bellatrix, je mag de kamer niet in,” hoorde ik de stem van Severus fluisteren. Zijn stem klonk kil, koud en dreigend.

“Je neemt je babysit baantje wel erg serieus,” klonk een sarcastische vrouwenstem op de gang. Ik opende mijn ogen en zag Severus bij de deur staan. De deur stond op een kier en hij sprak met iemand op de gang.

“Verdwijn,” zei Severus tegen de persoon achter de deur. Ik ging rechtop zitten en vervloekte het bed dat kraakte. Severus keek om en deed direct de deur dicht.

“Je bent wakker,” zei hij rustig. Alle kilheid, die ik net in zijn stem gehoord had, was verdwenen.

“Is het waar?” vroeg ik met trillende stem. Ik voelde me alles behalve rustig. “Is het waar dat jij hier alleen bent omdat je moet babysitten?”

“Ik ben hier inderdaad omdat de Heer van het Duister het wilde, ja, maar anders was ik hier ook geweest.” Severus was nog steeds rustig. Hij keek me aan en liep op me af.

“Ga bij me vandaan,” schreeuwde ik en sprong op van het bed. “Je bent hier alleen maar omdat je niets anders te doen hebt. Jij kunt niet weg. Je hebt Perkamentus vermoord. Het hele land zoekt je.”

“Je vergist je. Ik heb Perkamentus niet vermoord.”

“Je bent gezien. Je kunt het niet ontkennen.” Ik liep verder bij Severus uit de buurt. Toen ik de eerste keer wakker was geworden, had ik me een hoop dingen niet herinnert, maar nu drong het weer tot me door waarom ik Severus al een hele tijd niet gezien had. Hij had die ene avond op de toren Perkamentus vermoord met de doodsvloek en hij was gevlucht, samen met een groep dooddoeners. Dezelfde dooddoeners waar ik nu toe behoorde, maar niet toe wilde behoren.

“Perkamentus is niet dood. Hij wil dat iedereen denkt dat hij dood is.Het is een val om de Duistere Heer ten val te kunnen brengen.” Severus fluisterde zacht. Zijn stem klonk rustig en deed een stap in mijn richting.

“Natuurlijk,” zei ik, maar de ongeloof in mijn stem was goed te horen en ik stootte een holle lach uit.

“Ik kan je niet bewijzen dat hij nog leeft, maar alsjeblieft, geloof me.” Severus zijn stem klonk bijna smekend, maar ik wist niet wat ik moest geloven. Het klonk allemaal zo onwerkelijk. Net als dit eigenlijk. Ik zat in een villa vol dooddoeners en had opeens een dooddoenersteken op mijn arm. Het was net of ik niet wakker wilde worden uit een nachtmerrie.

Opeens begon het teken op mijn arm te branden. Ik gaf een schreeuw en greep naar mijn arm. Wanhopig keek ik naar Severus en zag dat zijn gezicht ook iets vertrok.

“Laat het ophouden,” snikte ik. “Wat gebeurt er toch?” De tranen schoten in mijn ogen en ik liet me op mijn knieën zakken.

“Rustig. Het is zo over.” Ik voelde de warme arm van Severus om me heen. Het troostte me en ik dook weg in zijn gewaad.  Zacht drukte hij mij tegen zich aan.

Ik keek omhoog, recht in zijn donkere ogen waar een schittering in was ontstaan. Het lukte me niet meer om mijn blik af te wenden en langzaam zag ik zijn gezicht dichterbij komen. Opeens schudde hij zijn hoofd en nam weer afstand.

“Kom, we moeten gaan. We worden verwacht,” zei hij na een tijdje. Hij stond op en stak mij zijn hand toe. Hij hielp me omhoog en ik keek hem vragend aan.

“Dat branden van het teken betekent dat de Heer van het Duister ons roept,” legde Severus uit en gaf me een masker. Zelf had hij ook een masker in zijn handen en deed het voor zijn gezicht, hierna deed hij de kap van zijn gewaad over zijn hoofd en gebaarde mij hetzelfde te doen.

We liepen de donkere gang in en gingen de trap af. Het was stil in de Villa. Waarschijnlijk waren alle dooddoeners al naar de ontmoetingsplaats gegaan.

We liepen de donkere hal door en gingen door de voordeur naar buiten. Het was donker buiten en aan de lucht te zien kon het nog wel eens gaan regenen vannacht. Severus liep voor mij uit en ik had moeite om hem bij te houden.

We liepen de heuvel, waar het huis op stond, af en gingen onder de poort van een begraafplaats door. Hier was het doodstil en de stilte bezorgde me koude rillingen. Een uil in een boom kraste en ik sprong van schrik opzij. Severus schonk er geen aandacht aan en liep stevig door. Ik moest rennen om hem weer in te halen, maar durfde niet te vragen of hij wat rustiger wilde lopen.

Verderop zag ik tussen de graven een groep mensen. Ze zaten geknield in een grote kring en hadden allemaal dezelfde kleding aan. In het midden van de kring stond een man, die neerkeek op de geknielde mensen.

 

 

 


  • 0

#4 Sabbientje

Sabbientje

    rasechte paardengek

  • Member +
  • 1984 Posts:
  • Locatie:In een zonnig klinkend dorp onder de rook van Rotterdam
  • Geslacht:Heks
  • Interesses:Paarden, lezen, schrijven en natuurlijk Harry Potter

Gepost 30 May 2016 - 06:55

Nieuw stukje:

 

“Jullie zijn laat,” zei de kille stem van de man in het midden van de kring, toen we in de buurt van de kring kwamen. De stem zorgde ervoor dat mijn nekharen overeind zien staan. Het was een koude, ijzige stem waar geen warmte in te bespeuren was. Dit moest Voldemort zijn, daar was geen twijfel over mogelijk. Zijn rode ogen waren duidelijk te zien vanonder de kap die hij droeg. Het was net of ze oplichtte in de duisternis.

“Het spijt ons, meester,” zei Severus op nederige toon. “De nieuweling raakte in paniek van uw teken.” Hij knielde neer op een lege plek in de kring en wees op de lege plek naast hem. Ik knielde twijfelend naast hem neer en nam daarmee de laatste plaats in, in de kring vol dooddoeners, maar ik was geen dooddoener. Ik hoorde hier niet. Deze gedachten schoten constant door mijn hoofd.

“Ik voel twijfels,” klonk de kille stem van Voldemort. Ik staarde naar de grond en durfde niet op te kijken. Ik wist dat hij voor me stond en dat hij mijn angsten en twijfels op één of andere manier kon voelen. Een stekende pijn ging kort door mijn lichaam. Ik klemde mijn kiezen op elkaar. Nooit zou ik hem de voldoening geven om te schreeuwen van de pijn; nooit.

“Een harde,” zei Voldemort vermaakt. “Maar we breken je wel. Je bent een dooddoener, of je dat nu wilt of niet.” Zijn voetstappen gingen de kring door en hij begon een lange toespraak over trouwheid aan de Duistere kant en aan hem. Ik keek opzij en zag dat Severus glazig naar de bemoste grond staarde. Hij had deze toespraak vast al vaker gehoord. Ik richtte mijn blik ook op de grond en sloot mijn ogen. Mijn rug deed pijn. Ik voelde de steken nabranden in mijn rug en ik trilde licht. Ver weg hoorde ik de woorden van Voldemort, maar ze raakten mij niet. Het was net of ze niet tot mij gericht waren. Ik sloot mij er helemaal voor af. Ik was geen dooddoener, dus hij kon het onmogelijk tegen mij hebben.

Pas toen hij de opdrachten ging uitdelen, kwam ik weer bij mijn positieven. Ik hoorde de commando’s aan. Ze waren niet op mij gericht, gelukkig, maar ze klonken verschrikkelijk.

“Severus mag nog even op de nieuweling letten,” zei Voldemort en een vermaakt gegrinnik steeg op uit de kring. “Stilte!” vervolgde Voldemort. “En zet haar maar aan het werk, dan doet ze nog wat nuttigs.”

Hierna werd de bijeenkomst gesloten en langzaam stonden de dooddoeners op mij heen op en verdwenen van het kerkhof. Naast mij stond Severus ook op en ik volgde zijn voorbeeld. We deden onze maskers af en ik stopte mijn masker in de zak van mijn gewaad. Ik keek naar Severus. Zijn gezicht stond vermoeid. We hadden lang in dezelfde houding moeten zitten en ik voelde dat mijn spieren ook behoorlijk stijf waren.

We liepen zwijgend terug naar de uitgang van het kerkhof, toen ik het gevoel kreeg dat we gevolgd werden. Severus voelde waarschijnlijk hetzelfde, want plots stond hij stil.

“Waarom volg je ons?” vroeg Severus kil. Ik had geen idee tegen wie hij het had en wie ons volgde, want ik zag en hoorde niemand.

“Ik houd je in de gaten,” zei een vrouwenstem. Een stem die ik eerder die dag gehoord had. Een zwartharige vrouw kwam achter een grafsteen vandaan en liep op ons af. Haar ogen waren donker en dreigend en ik vertrouwde haar houding niet. Ik deed een stap achteruit, in de hoop dat ze mij niet zou zien. “Ik vertrouw je niet,” vervolgde de vrouw, even kil als ze het vorige gezegd had.

“Het gaat er niet om of jij mij vertrouwd, Bellatrix. Het gaat erom dat de Heer van het Duister mij vertrouwd.” Serverus wilde zich omkeren en weglopen.

“Je hebt me nog steeds de waarheid niet verteld,” zei Bellatrix en pakte Severus bij zijn arm.

“De gebeurtenissen van die avond zijn verteld aan de Heer van het Duister. Jij was er die avond bij toen we verslag deden. Jij hebt ze dus ook gehoord, dus ik ga je het niet nogmaals vertellen.” Severus trok zijn arm los en keek Bellatrix ijzig aan.

“Ik heb Draco zelf opgeleid. Hij was er klaar voor,” zei Bellatrix hard. Haar stem klonk vastberaden, maar dreigend. Ik week nog een pas naar achteren en hield me op de achtergrond. Ik wilde niet tussen de ruzie van deze twee dooddoeners komen. Je wist nooit welke vloeken ze allemaal hadden geleerd van hun meester.

“Dan ben je een slechte trainer, want hij kon het niet, Bellatrix,” Severus zijn stem klonk kwaad. Ik kreeg er kippenvel van. Als iemand zo tegen mij zou praten, zou ik toch minimaal een stap naar achteren gedaan hebben, maar Bellatrix deed dat niet. Ze knipperde niet eens met haar ogen. “Hij stond daar voor Perkamentus, trillend, en hij kon het niet.”

“Ik geloof je niet, Severus,” schreeuwde Bellatrix. Haar stem galmde over het verlaten kerkhof en de uil, waar ik eerder die avond van geschrokken was, vloog op uit zijn boom. “Jij hebt het gedaan, omdat iedereen twijfelde aan je loyaliteit. Jij wilde de beste dooddoener zijn.”

“Jij weet dat het niet waar is,” zei Severus met een ijzige stem. “Ik wilde dat Draco in zijn opdracht slaagde, maar het lukte hem niet. Ik heb hem geholpen.”

“En toch vertrouw ik je niet,” zei Bellatrix. Haar stem klonk vastbesloten.

“Dat kan mij niets schelen, Bellatrix. Zolang de Heer van het Duister mij maar vertrouwt,” zei Severus. Hij keerde zich om en wenkte mij mee te komen. Ik maakte aanstalten om hem te volgen en opeens kreeg Bellatrix mij in de gaten.

“Kijk nou, onze nieuwste dooddoener,” zei ze vermaakt. “En bevalt het een beetje?”

“Laat haar met rust,” snauwde Severus, die voor me kwam staan.

“Ze kan best voor zichzelf praten,” snauwde Bellatrix terug en ze richtte zich weer tot mij. “Ik kan niet wachten tot we samen een opdracht mogen doen.” Haar stem klonk vermaakt, alsof ze hoopte dat die opdracht dan mis zou gaan en ik in de handen van het Ministerie van Toverkunst zou vallen.

“Maar ik zal me eerst even voorstellen. We hadden nog niet echt kennisgemaakt, geloof ik. Bellatrix van Detta.” Bellatrix duwde Severus opzij en stak haar hand naar me uit. Ik keek haar argwanend aan. Ik vond haar alles behalve aardig. Ze keek me aan met een vermaakte glimlach op haar gezicht. Ze genoot van mijn twijfel, dat was één ding dat ik zeker wist. Severus keek van een Bellatrix naar mij en weer terug. Hij had zijn hand in zijn gewaad gestoken en ik wist dat hij klaar stond om in te grijpen als Bellatrix iets zou proberen.

“Saskia den Otter,” zei ik na een tijdje en gaf haar een hand, maar ik was blij toen ik haar hand weer los kon laten. Ik wilde het liefst bij zo ver mogelijk bij haar vandaan. Ik vertrouwde haar niet; ik vertrouwde niemand hier eigenlijk, behalve misschien Severus. Maar dat was meer omdat ik wel op hem moest vertrouwen. Ik had geen keus.

“Wat voor spelletje speel je, Bellatrix,” snauwde Severus haar toe.

“Gewoon kennismaken met de nieuweling,” zei Bellatrix quasi onschuldig.

Tijdens het bekvechten van Severus en Bellatrix keek ik in het rond. Was er een mogelijkheid om hier weg te komen zonder dat iemand het zou merken? Ik was bang van niet. Er waren veel te veel dooddoeners in deze buurt, daarnaast kon ik niet verdwijnselen. Dit was één van de nadelen van een half heks zijn.

“Als je het maar uit je hoofd laat,” gromde Bellatrix in mijn oor. Ze stond plots vlak naast me en ik schrok op uit mijn gedachten. Ik keek haar geschrokken aan. Haar ogen glommen dreigend in het weinige licht en ik week een stap naar achteren. “Het is niet mogelijk om aan ons te ontsnappen,” zei Bellatrix dreigend.

“Voor de laatste keer, laat haar met rust,” gromde Severus Bellatrix toe. Hij keerde zich om en gebaarde mij hem te volgen. Ik bedacht me geen minuut en liep hem vlug achterna. Bellatrix bleef alleen achter op het verlaten kerkhof en ik hoorde haar verdwijnselen met een zachte plop.

“Ik vertrouw haar niet, Severus,” zei ik met een licht trillende stem. “Het was net of ze wist wat ik dacht.”

“Ze raadde maar wat,” stelde Severus mij gerust. “Het was niet zo moeilijk om te raden waar jij net aan dacht, maar kom laten we naar binnen gaan.”

Ik liep naast Severus terug naar Villa Vilijn. Dit keer was het drukker in de villa. Ik zag verschillende dooddoeners in de gang staan. We liepen langs de dooddoeners en gingen de trap op. Ik voelde hoe de dooddoeners mij nakeken, maar probeerde er niet op te reageren.

Ik was blij toen we de kamer, waar ik eerder had gezeten, bereikte en niemand me meer na kon kijken of na kon wijzen. Ik had behoefte aan rust. Al die dooddoeners om me heen benauwde me.

“Ik ga kijken of er wat te eten is,” zei Severus en hij verliet de kamer weer. Ik liet me op het bed zakken en staarde naar het plafond. Ik begreep nog steeds niet waarom ik nou juist in deze situatie beland was. Ik kon geen reden bedenken. Ik wachtte gespannen af tot Severus terugkwam. Zo in mijn eentje was deze ruimte beangstigend. De kamer was grauw en slecht verlicht, waardoor er grote, spookachtige schaduwen in de hoeken te zien waren. Ik vroeg me af hoe laat het was, maar ik had geen horloge om.

Ik schrok op toen ik gemorrel aan de deur hoorde. Direct zat ik rechtop, met mijn blik op de deur gericht. Het gemorrel hield op, maar de deur werd niet geopend. Even later hoorde ik voetstappen weglopen.

Ik bleef gespannen naar de deur kijken, maar er gebeurde een hele tijd niets meer. Met een zucht liet ik me weer achterover op het bed vallen en staarde opnieuw naar het grauwe plafond. Het duurde lang voordat Severus terugkwam. Ik weet niet of het uren waren of misschien maar tien minuten, maar het voelde als eeuwen. Uiteindelijk kwam hij toch terug de kamer in. Hij had een dienblad bij zich met wat brood en een beker thee.

“Er was niet veel meer,” zei Severus en zette het dienblad op een stoel naast het bed. Ik was ondertussen op de rand van het bed gaan zitten en pakte dankbaar een boterham van het bord. Ik kreeg het gevoel al dagen niet meer gegeten te hebben en begon hongerig te eten.

Severus stond op en liep heen en weer door de kamer. Ik zag aan zijn gezicht dat hij diep nadacht, maar had geen idee waarover. Ik volgde hem met mijn ogen en at mijn boterham verder op. Na een tijdje liep Severus richting de deur.

“Ik moet even weg,” zei hij en deed de deur open. “Ik blijf niet lang weg.” Hij verliet zonder verdere uitleg de kamer en ik hoorde de deur in het slot vallen. Wat zou hij niet lang vinden? Ik stond op en liep heen en weer door de kamer. Op de gang hoorde ik verschillende voetstappen, maar geen enkele hielden stil voor de kamerdeur.

Na een tijdje ging ik maar weer op het bed liggen. Misschien zou het lukken om wat te slapen. Ik luisterde naar de geluiden in en om het huis. Stuk voor stuk waren ze beangstigend. Zo nu en dan hoorde ik iets wat op een gegil leek. Ik probeerde mij niet voor te stellen waar dat vandaan kwam. Als ik daarbij stilstond kon ik waarschijnlijk helemaal niet meer slapen. Met een zucht ging ik op mijn zij liggen en sloot mijn ogen, maar alsnog duurde het lang voor de slaap wilde komen.


  • 0

#5 Sabbientje

Sabbientje

    rasechte paardengek

  • Member +
  • 1984 Posts:
  • Locatie:In een zonnig klinkend dorp onder de rook van Rotterdam
  • Geslacht:Heks
  • Interesses:Paarden, lezen, schrijven en natuurlijk Harry Potter

Gepost 02 June 2016 - 07:36

Toen ik wakker werd zat Severus vertrouwd in de hoek van de ruimte. Hij had zijn houten stoel vervangen voor een leren fauteuil en zat stilletjes te lezen in zijn boek. Ik bleef hem nog even stilletjes gadeslaan tot hij door had dat er naar hem gekeken werd.

“Goedemorgen,” zei hij vriendelijk. Hij stond op, liep naar de deur en keek of er iemand op de gang was. Daarna liep hij naar het bed en kwam op de rand zitten

“Je moet hier weg,” zei Severus zacht. “Ik ben er alleen nog niet uit hoe ik je hier weg ga krijgen.” Ik keek hem vragend aan, maar daar besteedde hij geen aandacht aan. “Tot die tijd ga ik doen wat de Heer van het Duister van mij gevraagd heeft,” ging hij rustig verder. “Ik ga je aan het werk zetten. Er zijn genoeg huishoudelijke klusjes te doen hier.”

“Dus ik word Jeweetwel zijn persoonlijke poetsvrouw?” vroeg ik. Dit klonk wel heel ongeloofwaardig. “De grote Heer van het Duister neemt een Dreuzel als mij als poetsvrouw?”

“Je bent geen Dreuzel,” zei Severus streng. “Vergeet dat niet.”

“Nee, ik ben nog erger. Ik ben een smerig modderbloedje dat toevallig op latere leeftijd toch ineens magische krachten bleek te bezitten,” zei ik en hief theatraal mijn handen in de lucht.

“Noem jezelf geen modderbloedje,” gromde Severus op boze toon. “Je bent veel beter dan dat.”

“Wat moet de machtigste tovenaar aller tijden nou met mij,” ging ik echter verder.

“Dat is iets waar ik je geen antwoord op kan geven, Saskia. Al zou ik dat nog zo graag willen,” zei Severus. Zijn stem klonk weer zo kalm. Iedere keer als ik langzaam in paniek raakte, zorgde zijn kalmte ervoor dat ik weer tot bezinning kwam. “Mijn mening, en dan is het echt een gok, is dat zelfs de Heer van het Duister zich wel eens verveeld en een speeltje nodig heb. Zoiets als een kat en een muis.”

“Zo fijn om die muis te zijn,” gromde ik. “Kunnen we niet gewoon zo’n rammelballetje voor hem kopen? Kan hij daar mee spelen.”

“Kom op, we gaan beginnen,” zei Severus, die niet reageerde op mijn opmerking en stond op. “Waar wil je beginnen?”

“Als ik zelf mag kiezen, wil ik deze kamer wel wat meer bewoonbaar maken,” zei ik na een korte stilte. “Kan die plank bijvoorbeeld voor het raam weg? En kan er iets meer licht komen?”

“Wat jij wilt,” zei Severus.

Ik werkte een groot deel van de dag zonder commentaar. Na het leefbaar maken van de kamer waar ik opgesloten zat, gingen we verder met de keuken. Hier liepen huiselven, maar die waren duidelijk nooit geïnstrueerd dat je een aanrecht schoon behoorde te maken voor je er eten op bereidde. Ik had zelden zo’n smerige bende gezien.

Al snel had ik door waarom de huiselven hun werk niet goed deden. Ze werden geschopt en geslagen door de verschillende dooddoeners die de keuken binnen kwamen voor iets te eten.

Severus zat in de hoek van de keuken en staarde verveeld voor zich uit, terwijl ik op mijn knieën een keukenkastje aan het uitboenen was. Er kwam opnieuw iemand de keuken in gelopen. Ik kon niet zien wie het was, maar ik hoorde wel dat er een huiself piepte van pijn. Was dat nou echt nodig?

“Laat dat,” gromde ik en ik haalde mijn hoofd uit het kastje. Op een paar meter naast mij stond Bellatrix en ze had een huiself aan zijn oor opgetild.

“Oh, ons Dreuzelheksje heeft ook nog wat te vertellen hier,” grinnikte ze. Ze smeet de huiself in een hoek en kwam vlak naast mij staan. “Voor jou informatie. Hij had mijn toast aan laten branden vanochtend.”
“Dus?” Ik stond op en bleef recht voor haar staan. “Is dat voor jou een goede reden om hem dan maar te mishandelen?”

“En wat ga jij er aan doen, Dreuzelheksje?” zei ze dreigend. “Ga je mij vervloeken? Of krijg ik dan geen eten van je?” Ik gaf geen antwoord en keek haar kwaad aan.

“Kom op, ik vroeg je wat,” zei ze. Ze kreeg een vermaakte grijns op haar gezicht. “Wat ga je er aan doen?” Severus was opgestaan en hield de situatie nu goed in de gaten. Bellatrix en ik bleven elkaar aankijken, tot er een vierde persoon de keuken in gelopen kwam.

“Tante, vader vraagt waar zijn mede blijft,” vroeg een blonde jongen. Hij bleef direct staan bij het zien van het tafereel. “Ik pak het zelf wel, tante,” vervolgde hij en liep naar een kast waar blijkbaar de drankvoorraad stond.

“Dat is goed, Draco,” antwoordde Bellatrix uiteindelijk. “En jij moet goed op je tellen passen Dreuzelheksje,” gromde ze mij toe. “Want jij wil en kan misschien niemand vervloeken. Ik heb daar geen enkel probleem mee.” Ze draaide zich op haar hakken om en verliet met grote passen de keuken.

“Dat was niet slim van je, Sas.” Severus zijn stem kwam langzaam dichterbij. “Je echt moet leren je in te houden, want ruzie met Bellatrix van Detta is niet iets wat je wilt.”

“Maar ze mishandelde dat arme wezen,” zei ik boos.

“Dat zag ik ook wel, maar er zijn nu eenmaal mensen die andere normen en waarden hebben ten opzichte van huiselven. Jij zal daar niets aan kunnen veranderen.”

“Maar..” begon ik, maar Severus kapte mij meteen af.

“Voortaan spreek je iedere dooddoener hier aan met mevrouw of meneer. Je zegt alleen nog maar iets tegen ze als ze iets aan je vragen en dan antwoord je zoveel mogelijk met ja of nee.” Severus stem klonk dwingend. “Ben ik duidelijk?” Ik keek hem kwaad voor ik mijn woorden uitspuwde.

“Ja, meneer Sneep.”

“Leer je emoties te controleren, den Otter,” ging hij streng verder. “Dat is hetgeen wat je hier in leven zal houden. En nu weer aan het werk.”

“Ja meneer Sneep,” gromde ik en ging kwaad verder met het schoonmaken van het keukenkastje. Hierna vervolgde ik de huishoudelijke taken met het maken van het avondeten.

Severus zat opnieuw in zijn hoek een boek te lezen, terwijl ik de huiselven instructies gaf welke groenten ze moesten snijden. Ze waren duidelijk niet gewend aan vriendelijke aanwijzingen, want iedere keer als ik iets zei keken ze mij even argwanend aan, voor ze hun taak uitvoerden. Uiteindelijk stond er een grote pan stoofschotel klaar om gegeten te worden.

“Dat ruikt goed, Sas,” zei Severus tenslotte. Hij stond op, liep naar de pan en tilde het deksel op. “Laten we wat eten meenemen naar boven.”
“Ja, meneer,” zei ik zacht. Ik pakte twee grote kommen en zette ze op een dienblad.

“En je mag stoppen mij meneer te noemen,” zei Severus, die het gevulde dienblad van mij over nam. “Kom we gaan.”


  • 0

#6 Sabbientje

Sabbientje

    rasechte paardengek

  • Member +
  • 1984 Posts:
  • Locatie:In een zonnig klinkend dorp onder de rook van Rotterdam
  • Geslacht:Heks
  • Interesses:Paarden, lezen, schrijven en natuurlijk Harry Potter

Gepost 04 June 2016 - 06:02

“Ik ga je leren mediteren,” zei Severus. We hadden in stilte gegeten en ik keek hem vragend aan. “Meditatie kan je met veel dingen helpen. Je leert ermee je emoties onder controle houden, maar het is ook het begin van Occlumentie. Het binnendringen van de geest van buitenaf,” legde hij uit. “Occlumentie kan en mag ik je niet leren. Dat zou de Heer van het Duister nooit goed vinden. Maar met meditatie kan ik weinig fout doen.”

Severus stond op uit zijn stoel, ging op de planken vloer zitten en gebaarde mij hetzelfde te doen.

“Sluit je ogen nu,” zei Severus zacht. Zijn stem klonk kalm. Ik deed wat hij vroeg en luisterde naar zijn stem. “Ban nu alle gedachten uit je hoofd. Maak je hoofd leeg en let op je ademhaling. Adem rustig in en rustig uit. Denk aan niets, luister naar het kloppen van je hart.”

We gingen een tijdje door en toen Severus aangaf dat we stopten was het buiten donker geworden en voelde ik mij helemaal rustig.

“Probeer dit een aantal keer per dag een paar minuten te doen. Het zal je helpen,” zei hij, terwijl hij opstond. “Rust uit. Ik moet verslag uitbrengen. Ik zie je morgen.”

 

De volgende dagen was ik de huishoudster van de villa. De huiselven bleven in de keuken in ik moest alle kamers schoonmaken. In de kamer waar Sneep op dit moment verbleef was het donker en ik trok de gordijnen open om zonlicht toe te laten. Het was duidelijk dat hij op Zweinstein altijd gewend was geraakt aan de donkere kerkers. Een boekenkast vol boeken besloeg een van de wanden van de kamer en ik besloot daar maar niet aan te zitten. Severus keek vanuit de deuropening toe hoe ik het bed opmaakte, de vloer veegde en de ramen zeemde. Er volgden nog een aantal kamers waar ik de bewoners niet van wilde kennen. Ik deed mijn werkzaamheden snel en verliet de ruimtes zo snel ik kon. Dit grote landhuis bezat een hoop naargeestige kamers waar ik liever niet in wilde komen. Ik zag boeken en voorwerpen die hoogstwaarschijnlijk in de Verdonkeremaansteeg of ander duistere winkelstraat gekocht waren.

De werkzaamheden in de keuken vond ik dan wel weer fijn. Daar was ik omringt door de huiselven die ondertussen zonder achterdocht mijn aanwijzingen aannamen en ze uitvoerde. Ik had bij het wassen van de gewaden de theedoeken die ze als kleding droegen mee gewassen, zodat ze er ook allemaal wat frisser uitzagen. En ondanks ik mij hier absoluut niet thuis voelde en ik de hele tijd het gevoel had dat ik keihard weg moest rennen, deed ik gedwee wat er van mij gevraagd werd. De nachten waren het moeilijkst. Als de geluiden in het huis harder klonken dan overdag. Beangstigende geluiden die ik zelfs met meditatieoefeningen die ik moest doen niet uit mijn hoofd gezet kreeg.

Ik probeerde aan leuke dingen te denken. Aan mijn paard, Sharonne en aan mijn vriend Johan. Maar ook dat kreeg het beangstigende gevoel in de nachten niet uit mijn lijf.


  • 0

#7 Morgana

Morgana

    op de versirius toer (A) / Tubbie! =D

  • -Site Crew
  • 4108 Posts:
  • RPG naam:Isobel Clarkson
  • Locatie:Bij Sirius ~<3
  • Geslacht:Heks

Gepost 04 June 2016 - 14:49

Mooi geschreven stukjes weer! Ik lees trouwens heel trouw, maar niet vaak de energie of tijd om te reageren. Sorry :P

 

Bella moet lief tegen d'r doen! En Sev mag wel wat meer voor haar opkomen, al zal hij daar alleen maar gezeik mee krijgen denk ik. Gelukkig vertrouwen de huiselven haar wel. Ik hoop dat ze door middel van meditatie minder last krijgt van Voldemort.

 

Snel meer? ^_^


  • 0

The ones who love us, never really leave us and you can always find them in here <3


When you have to make a hard decision: flip a coin. ~

~ Because when that coin is in the air, you suddenly know what you're hoping for..


#8 Sabbientje

Sabbientje

    rasechte paardengek

  • Member +
  • 1984 Posts:
  • Locatie:In een zonnig klinkend dorp onder de rook van Rotterdam
  • Geslacht:Heks
  • Interesses:Paarden, lezen, schrijven en natuurlijk Harry Potter

Gepost 06 June 2016 - 07:40

Bedankt Morgana. Vind het allang leuk dat je af en toe reageert. :D 
Bella is gewoon een Bitch en Sevie best wel een schatje.   :wub: (oke dat laatste valt nog wel over te discussiëren :angel: hahahaha)

Nieuw stukje: 

 

“En wat denk jij dat je hier aan het doen bent,” de stem van Bellatrix galmde door de ruimte. Ze stond in de deuropening en keek hooghartig mijn kant op. Ik keek even om, maar ging daarna verder met het zemen van het raam.

“Schoonmaken, mevrouw van Detta,” zei ik. Ik probeerde mijn stem kalm te laten klinken, maar bij het zien van haar gingen mijn nekharen al overeind staan.

“Waar zijn de huiselven die dit werk normaal doen?”
“In de keuken, mevrouw van Detta,” antwoordde ik. Ik kneep harder dan de bedoeling was in de spons die ik vast  had en voelde hoe het water over mijn hand mijn mouw in liep.
“Je spreekt mij tenminste met meer respect aan dan de vorige keer,” zei Bellatrix tevreden. Ze sloot de deur achter haar en ik hoorde haar door de ruimte lopen. “Waar is je oppas?” vroeg ze. Ik voelde haar adem in mijn oor.

“Die werd geroepen door de Heer van het Duister, mevrouw van Detta,” antwoordde ik. Mijn stem trilde en in mijn hoofd maande ik mijzelf rustig te blijven. Ik had het al geen goed idee gevonden dat Severus mij hier achterliet, maar ik had daar nu eenmaal weinig over te vertellen en moest doen wat hij mij opdroeg.

“Dus wij zijn alleen?” vroeg ze vermaakt. “Wat gezellig.” Ik kon mij wel gezelligere dingen bedenken dan samen met Bellatrix van Detta in een kamer aanwezig te zijn. Ik besloot geen antwoord te geven op haar vraag of we alleen waren. Het was iets wat duidelijk was, aangezien er niemand anders in de ruimte aanwezig was.

“Ik wil dat je voor mij danst,” zei Bellatrix eisend. Ik vroeg mij letterlijk af waarom ik een dansje voor haar zou moeten doen en deed net of ik haar eis niet gehoord had. Ik maakte het raam droog met de doek die ik over mijn schouder had hangen en wilde daarna richting de deur lopen.

“Ik dacht het niet,” zei Bellatrix en ik hoorde de deur op slot draaien. “Ik zei ‘ik wil dat je voor mij danst’ dus dans!” Ik draaide mij langzaam naar haar om en zette mijn emmer op de grond. Ze had haar toverstok op mij gericht en het koste mij moeite om alles wat ik haar toe wilde schreeuwen in te slikken.

“U bent mijn meester niet, mevrouw van Detta,” zei ik uiteindelijk zo koel mogelijk. “Ik hoef niet voor u te dansen.”

“Imperio,” sprak Bellatrix koeltjes. “En als ik zeg dat je danst, dan dans je.”

Mijn hoofd was wazig en ik voelde dat mijn benen uit zichzelf begonnen te bewegen. De vloek van totale controle had direct zijn uitwerking. Ik wilde niet dansen, maar kon niet anders dan haar gehoorzamen. Ik hoorde haar lach door de ruimte galmen, terwijl ze mij allerlei pasjes liet doen.

Met een knal vloog de deur open en Severus verscheen in de deuropening.

“Laat haar met rust, Bellatrix,” gromde hij.

“Waarom? Het is toch best een leuk speeltje zo’n Dreuzelheksje?” zei Bellatrix lachend.

“Ik zal de Heer van het Duister vertellen dat je met zijn muis speelt,” beet Severus haar toe en wilde zich omdraaien, toen Bellatrix de vloek die ze over mij had uitgesproken ophief. Mijn lichaam zat midden in een of ander maf danspasje, waardoor ik meteen mijn evenwicht verloor en met een klap op de vloer belandde.

“Al goed, al goed,” zei ze sussend. “Het was gewoon een spelletje.”

Ik krabbelde omhoog, telde tot tien en liep zonder iets te zeggen richting mijn emmer. Bellatrix stond er echter naast en gaf de emmer een schop de kamer door.

“Voor je weggaat, eerst nog even dweilen, den Otter,” zei ze met een vermaakte glimlach op haar gezicht. Ik keek haar kwaad aan, maar liep toen langs haar heen, pakte de dweil die naast de deur bij de andere schoonmaakspullen lag en begon de natte bende op mijn knieën op te dweilen.

“De volgende keer komt hij het te weten,” hoorde ik Severus dreigend zeggen.

“Dan moet je er wel achter komen dat ik haar vervloekt heb.” Bellatrix haar stem klonk uitdagend. Ze maakte er duidelijk een spel van.

Uiteindelijk was ik klaar met het opdweilen van het water, stond op en richtte mij tot Bellatrix. Ik telde opnieuw rustig tot tien voor ik haar aansprak.

“Verder nog iets, mevrouw van Detta?” Ik vroeg het met mijn kaken op elkaar geklemd en ze moest de spanning in mijn stem gehoord hebben. Bellatrix keek echter verveeld rond voor ze antwoord gaf.

“Nee, ik denk dat het voor nu wel weer schoon genoeg is. Je kunt gaan, den Otter.”

Ik gaf een kort knikje, pakte de schoonmaak spullen op en verliet zo snel mogelijk de ruimte. Ik negeerde Severus die de deur open hield en liep direct door naar mijn kamer. Daar gooide ik alles wat ik in mijn handen had in de hoek en gaf een schop tegen het eerste stuk meubilair wat ik tegen kwam. Helaas was dat het ijzeren bed en vloekend van de pijn in mijn voet liet ik mij er op neer ploffen.

“Ik ben trots op je,” zei de kalme stem van Severus. Hij stond in de deuropening en stapte de drempel over.

“En waarom dan wel. Dat ik zo een leuk speeltje ben voor iedereen hier?” gromde ik. “Of omdat ik van die leuke dansjes kan?”

“Nee, Saskia. Dat je ondanks dat je je ongenoegen liet blijken in je houding, wel rustig bleef.” Severus sloot de deur achter zich en liep op de stoel af die naast het bed stond. “Het lukt je dus aardig om je in te houden.”

“Heb ik een keus dan?” gromde ik zacht. Ik voelde de boosheid nog steeds in mij borrelen, maar besloot deze niet op Severus bot te vieren. Hij was de enige in dit huis die vriendelijk tegen mij deed. Of hij dit uit zichzelf deed of dat het het een opdracht was, kon mij op dit moment niet schelen. Ik koesterde die vriendelijkheid. Langzaam ging ik op de rand van het bed zitten. “Ik wil hier weg, Severus. Ik hou het niet langer meer uit.”

“Je zult nog even vol moeten houden,” zei hij zacht. “Heb je overigens goed opgelet bij het opruimen van Bellatrix haar kamer?”

“Ik was nog met de ramen bezig, toen ze binnenkwam, dus nee.” Ik vroeg mij af waar hij op doelde.

“Soms zou je je omgeving toch wat beter in je op moeten nemen,” zei hij op serieuze toon. “Jouw toverstok ligt op haar kamer. Ik zag hem liggen op haar nachtkastje.”

“Dat verklaart meteen waarom ze zo aanvallend was,” zei ik met een zucht. “Zij dacht natuurlijk dat ik mijn toverstok terug kwam stelen.”

“Misschien, misschien niet. Ze houd ervan om zwakkere te pesten,” zei Severus na een korte stilte. “Maar we weten nu in ieder geval waar we jouw toverstok kunnen vinden. Dus een volgende keer kun je proberen hem terug te stelen, maar eerst nog wat andere delen van het ontsnappingsplan uitwerken.”

We bleven nog even zwijgend zitten en besloten toen naar de keuken te gaan. Het was tijd om het avondeten klaar te maken. Er moesten hongerige dooddoeners gevoed worden


  • 0

#9 Sabbientje

Sabbientje

    rasechte paardengek

  • Member +
  • 1984 Posts:
  • Locatie:In een zonnig klinkend dorp onder de rook van Rotterdam
  • Geslacht:Heks
  • Interesses:Paarden, lezen, schrijven en natuurlijk Harry Potter

Gepost 09 June 2016 - 06:56

Bellatrix van Detta vond het vanaf dat moment leuk om mij als speelbal te gebruiken. Iedere keer als ik haar tegenkwam en Severus niet in de buurt was of gewoon even niet keek, sprak ze de Imperiusvloek over mij uit en liet mij in een raar dansje door de gang gaan. Ik haatte het als ze dat deed. Ondanks dat gaf het ook een vreemd gevoel van kalmte in mijn lichaam. Gewoon niet nadenken en doen wat je gevraagd werd. Voor een enkele keer voelde dat wel fijn, maar het liefst had ik gewoon de regie over mijn eigen lichaam, dus probeerde ik haar tegen te werken, maar dat was niet makkelijk. Kalm blijven en mijn hoofd leeg maken, was erg moeilijk als er woede opborrelde in mijn lijf.

Ik klaagde er niet over bij Severus, omdat ik wist dat het toch niet uit ging maken. Behalve nog meer problemen met de dooddoeners in de villa. Uiteindelijk zou ze er vanzelf wel mee ophouden. Althans, daar ging ik vanuit. Het moest toch ooit gaan vervelen.

Iedere ochtend en avond mediteerde ik en ik merkte dat ik daardoor steeds beter mijn emoties en daarmee de woede die ik voor Bellatrix voelde kon beheersen. Het zorgde ervoor dat ik steeds een stukje meer kon tegenwerken als ze de vloek van algehele controle over mij uitsprak. Ongemerkt trainde ze mij om  de vloek te weerstaan.

 

“Morgen moet het gaan gebeuren,” Severus sprak op ernstige toon. “Je steelt je toverstok terug en nog voor Bellatrix iets door heeft gaan we buiten een wandeling maken. Vanwege je goede gedrag.”

“Maar hoe kom ik dan weg?” vroeg ik en ik stond op. “Je weet dat ik niet kan verdwijnselen.”

“Dat maakt het inderdaad wel lastig,” zei Severus nadenkend. “Je zult een viavia moeten maken. Kun je dat?”

“Ik denk het wel,” zei ik voorzichtig. “Ik moest alleen nog goed oefenen in het instellen van de locatie. Maar even goed concentreren dan lukt het wel.”

“Als we aan het wandelen zijn, ga jij mij overmeesteren.” Severus had het plan duidelijk uitgedacht, maar ik had er zo mijn bedenkingen bij.

“Ik? Jou overmeesteren? En jij denkt dat dat geloofwaardig over gaat komen?” vroeg ik spottend.

“Je onderschat je duelleer capaciteiten. Ook al ben je een half heks, je bent erg goed in duelleren.”

“Als jij het zegt,” mompelde ik en ik plofte weer op het bed neer.

“Als je hier weg bent, moet je zo snel mogelijk naar het hoofdkwartier van de Orde,” zei Severus, die net deed of hij mijn gemompel niet hoorde. “Vraag naar Remus, die zal je verder helpen. Hij is de enige die weet dat Perkamentus nog leeft.” Severus was naast me op het bed gaan zitten en legde me uit wat ik moest doen. Dankbaar keek ik hem aan.

Ik wist dat hij grote problemen op zijn hals haalde door mee te helpen met mijn ontsnapping. Het was alleen te hopen dat de Heer van het Duister niet achter zijn deelname zou komen. Ik wist dat ik daarom zelf mijn toverstok moest zien te veroveren. Dan stonden er tenminste alleen maar vingerafdrukken van mij in die kamer en niet van Severus. Hem kon dan hooguit verweten worden dat hij teveel vertrouwen in mij had.


  • 0

#10 Peetje

Peetje

    Forum oma & Opperste Hotemetoot!

  • +Administrators
  • 12858 Posts:
  • Locatie:Achter de pc
  • Geslacht:Zeg ik lekker niet!

Gepost 10 June 2016 - 12:02

Ik heb ook even wat tijd gemaakt om te lezen.

Leuk dat je Saskia uit de mottenballen hebt gehaald! Maar wie is die vent die doet alsof hij Sneep is? Tot nu toe vind ik hem nogal out of character, maar misschien wordt er in de loop van het verhaal wel meer duidelijk over het waarom van zijn on-Sneep-achtige gedrag.
Bella is gelukkig wel haar krengerige zelf.
  • 0

Draco Dormiens Nunquam Titillandus...

Ontdek het verhaal op de nieuwe Wizardzone RPG!


#11 Sabbientje

Sabbientje

    rasechte paardengek

  • Member +
  • 1984 Posts:
  • Locatie:In een zonnig klinkend dorp onder de rook van Rotterdam
  • Geslacht:Heks
  • Interesses:Paarden, lezen, schrijven en natuurlijk Harry Potter

Gepost 16 June 2016 - 10:14

Leuk dat je tijd gevonden hebt om mee te lezen, Peetje.
Ik denk dat Sneepje zo zijn redenen om te doen hoe hij doet.  :stuart: 
 

 

En dan nu even een klein excuus voor de mensen die meerdere keren per week op mijn stukjes zitten te wachten. Denk niet dat dat zo'n hele kudde is, maar toch vond ik het wel even netjes te melden waarom ik deze hele week niets heb neergezet)
Ik had mijzelf gezegd dat ik meerder keren per week een stukje neer moest zetten, maar helaas was daar even wat tussen gekomen. Ik heb namelijk ongelukje gehad waarbij ik 600 kilo paard op mijn enkel heb gekregen. Er schrok er één en die sprong letterlijk bovenop me.....  50 tinten paars is er niets bij. Mijn hoofd stond dus even niet naar schrijven/posten.

Tot zover even de mededelingen die niet echt wat met de verhaallijn te maken hebben.  :zweet: 

 

Vervolgens herlas ik het stuk wat nu aan de beurt was en toen vond ik dat er dingen anders moesten. Dus ook nog even geprobeerd dat bij te schaven. 

 

Genoeg getypt. Tijd voor een nieuw stukje: 

De volgende ochtend was de tweede verdieping aan de beurt voor het schoonmaken en ik liep met mijn schoonmaakspullen de trap op. Severus volgde op enige afstand en bleef bij de trap staan, terwijl ik begon met het vegen van de overloop. In mijn ooghoeken zag ik Severus met een ongeïnteresseerd houding zijn armen over elkaar slaan en tegen de muur aanleunen. Ik opende een voor een de deuren naar de slaapkamers en kwam er al snel achter dat er niemand aanwezig was. Ik knikte naar Severus en maakte in snel tempo de kamers schoon, zodat het niet op zou vallen dat ik mijn werk niet gedaan had. Ik had in rap tempo de bedden opgemaakt en pakte in het voorbij gaan mijn toverstok van het nachtkastje af en stopte deze snel in de zak van mijn gewaad. Deze handeling zorgde dat ik even schichtig om mij heen keek, ook al wist ik dat er niemand in de buurt was. Daarna veegde ik nog even snel de kamer van Bellatrix aan en verliet hem toen. Severus stond nog steeds bij de trap tegen de muur geleund en, ondanks zijn koele uiterlijk, leek hij toch opgelucht toen ik naar hem toe kwam lopen.

“De Malfidussen zijn terug van hun opdracht,” zei hij zacht. “Ik hoorde ze binnenkomen, maar Bellatrix is nog steeds op pad. Laten we naar beneden gaan.”

We liepen de trappen af, richting de keuken en daar borg ik de schoonmaakspullen op in de kast. Het was ondertussen lunchtijd en de dooddoeners die binnen waren commandeerden de huiselven. Ik maakte snel wat te eten klaar en zorgde dat ik uit de weg van de dooddoeners bleef. Severus stond tegen de muur aangeleund en samen aten we zonder iets te zeggen onze lunch in de hoek van de keuken.

“Wanneer gaan we de poging wagen?” vroeg ik fluisterend, nadat ik uitgegeten was. Severus stond naast mij en observeerde de huiselven. Hij zorgde ervoor dat ze net uit onze buurt waren voor hij antwoord gaf.

“Straks, als we even een frisse neus gaan halen,” zei Severus rustig. “Ik ga nu naar de Heer van het Duister. Hij wil dat ik verslag kom doen over hoe jij je werkzaamheden doet. Daarna gaan we even naar buiten. Zorg dat het lijkt of je bezig bent.” Severus liep de keuken uit. Ik lette extra op dat ik uit de weg bleef van de dooddoeners die de keuken in gerend kwamen en eten eiste. Ik deed net of ik een kast aan het opruimen was, maar in werkelijkheid had ik dezelfde pot nu al voor de tiende keer in mijn handen. Gelukkig duurde het niet lang voor Severus terug kwam.

“Kom, we gaan,” zei hij toen hij binnenkwam. Ik liep achter hem aan richting de hal en we verlieten de Villa.

“Verderop is een stuk met wat meer bomen,” zei Severus, toen we op het bordes stonden. “Ik denk dat we daar wel fijn kunnen wandelen.” Hij sprak op een toon waarbij ik zeker wist dat een aantal dooddoeners die in de  hal stonden hem moesten hebben gehoord. Buiten regende het zachtjes, maar we besteedden er geen aandacht aan. We liepen een flink tempo door, tot we bij het kleine bos waren.

“Verlam me,” zei hij kort. “en ga dan snel.”

“Nee,” zei ik. “Laten we er dan in ieder geval een duel van maken. Dan lijkt het tenminste of ik je overvallen heb met een paar snelle spreuken.” Ik keek Severus recht in zijn donkere ogen aan en zag opnieuw die betoverende schittering. Er was iets aan die schittering wat ik niet thuis kon brengen, maar het zorgde ervoor dat ik even niet helder na kon denken. Wat was er toch met die blik in zijn ogen? Na een minuut schudde Severus kort zijn hoofd. Op dat moment ontdooide ik en drong het tot mij door dat we nu toch echt vaart moesten maken met de uitvoering van ons plan.  

“Laten we er een mooi toneelstuk van maken,” zei ik zacht en haalde mijn toverstok uit mijn zak en stapte bij hem vandaan.

“GA WEG, SEVERUS,” schreeuwde ik en richtte mijn toverstok op hem. “Expelliarmus.”

Hij blokkeerde mijn spreuk met gemak en schoot een ontwapeningsspreuk mijn kant op. Ik hoefde echter geen moeite te doen om deze te ontwijken, want hij had hem op een boom rechts naast mij afgevuurd. Houtsplinters schoten in het rond.

“Is dat alles wat je kunt?” zei ik uitdagend en schoot opnieuw een spreuk zijn kant op, terwijl ik een boom dook. Er sloeg opnieuw een spreuk in in een boom, dit keer de boom waar ik achter stond en rook een smeulende lucht. Voorzichtig keek ik waar Severus zich bevond, maar zag hem niet.

“Doe het,” hoorde ik zijn stem ineens vlak naast mij. Het zorgde dat ik even een sprong maakte van schrik. Ik vermande mezelf echter direct, keek hem nog een keer aan en richtte toen mijn toverstok.  

“Paralitis,” zei ik zacht, maar krachtig en zag hoe de rode lichtstraal Severus raakte. Met een wee gevoel in mijn maag keek ik toe hoe Severus in elkaar zakte. Zijn eigen toverstok lag verloren naast zijn lichaam. Ik moest mij echter dwingen niet te lang stil te blijven staan bij zijn verlamde lichaam en pakte een steen. Het koste mij even wat tijd voor ik mij genoeg kon concentreren, maar uiteindelijk lukte het en maakte ik van de steen een viavia. Na een laatste blik op Severus verdween ik in de richting van Londen.


  • 0

#12 Sabbientje

Sabbientje

    rasechte paardengek

  • Member +
  • 1984 Posts:
  • Locatie:In een zonnig klinkend dorp onder de rook van Rotterdam
  • Geslacht:Heks
  • Interesses:Paarden, lezen, schrijven en natuurlijk Harry Potter

Gepost 19 June 2016 - 21:06

In Londen regende het harder en binnen zeer korte tijd voelde ik het water door mijn gewaad heen komen. Mijn haar zat tegen mijn hoofd aangeplakt en ik liep zo vlug mogelijk. Ik moest snel zijn, als ze wisten waar ik naartoe was, zouden ze me kunnen volgen.

Tijdens het voorbij lopen keek ik in de ruit van een geparkeerde auto en schrok van wat ik zag. Ik herkende bijna mezelf niet en dook verder weg in de kraag van mijn gewaad. Ik hoopte dat ze me binnen zouden laten op het Grimboudplein. Ik wist niet wie er aanwezig zouden zijn en of er eigenlijk wel iemand aanwezig was. Hier wilde ik niet aan denken en versnelde mijn pas.

Uiteindelijk liep ik het Grimboudplein op en klopte op de net verschenen voordeur van nummer twaalf. De deur werd op een kier geopend en ik hoorde de stem van Tops.

“Saskia, wat zie je eruit,” zei ze geschrokken en opende de deur verder.

“Mag ik binnenkomen? Ik heb jullie hulp nodig,” vroeg ik smekend.

Tops deed een stap opzij en liet me binnen. Zwijgend liepen we naar de keuken. Hier was alleen Molly Wemel aanwezig, die me onderzoekend aankeek.

“Kom zitten en vertel,” zei Tops rustig. Ik zakte neer op een stoel tegenover Molly en Tops en staarde naar de tafel. Ik wist niet waar ik moest beginnen. Hoe moest ik ze dit vertellen?

“Waarom ben je gekleed in een dooddoenergewaad?” vroeg Molly achterdochtig. De tranen brandde achter mijn ogen.

“Ik…ik…” Meer kon ik niet uitbrengen. Een brok in mijn keel zorgde ervoor dat ik niet meer kon spreken. Met gesloten ogen stroopte ik de linkermouw van mijn gewaad omhoog. Ik hoorde hoe hun adem stokte, maar kon ze niet aankijken en toezien hoe erg ze schrokken. Langzaam liet Ik mijn mouw weer zakken en legde mijn hoofd in mijn handen.

“Tops, wil jij Remus even roepen? Hij is boven,” zei Molly rustig. Er klonk een gespannen rust in haar stem, “En Saskia, mag ik je toverstok?”

Ik stak mijn hand in mijn gewaad, haalde mijn toverstok eruit en gaf hem aan Molly, die naast me was komen staan. Voorzichtig keek ik en keek haar met betraande ogen aan. Haar gezicht stond vreemd. Aan de ene kant medelevend, aan de andere kant achterdochtig. Ze vertrouwde me niet en ik kon haar geen ongelijk geven. Waarschijnlijk zou ik hetzelfde reageren als er iemand bij mij binnenstapte die nog maar een paar maanden bij de Orde van de Feniks zat en nu opeens een dooddoenersteken op haar arm had.

Achter me ging de deur open en dicht en ik richtte mijn blik weer op de tafel.

“Hier is haar stok, Remus,” hoorde ik Molly zeggen.

“Dank je, Molly,” klonk de rustige stem van Remus. “Zouden jullie ons even alleen willen laten?”

Na instemmend gemompel hoorde ik Tops en Molly de keuken verlaten. Met mijn blik op de tafel gericht hoorde ik Remus heen en weer lopen, maar durfde niet op te kijken. Ik wist niet wat hij aan het doen was, maar ik hoorde hem wat rommelen op het aanrecht. Een kop warme thee werd voor me neergezet en ik pakte hem dankbaar aan. Remus ging tegenover me zitten, maar zei nog steeds niets. Voorzichtig nam ik wat kleine slokjes thee en voelde me langzaam warm van binnen worden. Mijn natte gewaad zat aan mijn rug geplakt en ik rilde even.

“Je ziet spierwit,” zei Remus uiteindelijk. “Kun je me vertellen wat er gebeurd is?” Zijn stem klonk vriendelijk en aanmoedigend. Langzaam schudde ik mijn hoofd.

“Ik werd wakker met dit,” zei ik zacht. Ik schoof opnieuw mijn mouw omhoog. Gelukkig hapte Remus niet naar adem. “Alles daarvoor is een groot zwart gat,” vervolgde ik. “Ik weet niet wat er gebeurd is. Ik weet alleen dat ik geen dooddoener wil zijn. Ik ben er geen één.” Ik rilde nogmaals van de kou en zat in elkaar gedoken aan de tafel. Ik voelde me wanhopig en vooral angstig. Stilletjes hoopte ik dat Remus me zou geloven, maar ik had geen idee waarom hij me zou moeten geloven. Ik wist niet wat er allemaal met me gebeurd was voor ik wakker was geworden in Vila Vilijn en als ik het wel geweten had, had ik geen bewijzen dat dit niet mijn keuze was geweest. Mijn hoofd bonkte van al deze gedachten en stilletjes nam ik nog een slokje van mijn thee.

“Ik geloof je,” zei Remus en schoof mijn toverstok naar me toe. “Een zeker persoon, waarvan iedereen denkt dat hij overleden is, heeft me een brief gestuurd en verteld dat je eraan kwam.”

Verrast keek ik op en wist direct dat hij het over Perkamentus had.

“Ik heb hier een brief voor je. Zodra je hem gelezen hebt, moet je hem verbranden. Niemand mag verder weten dat hij nog leeft. Eigenlijk weet jij al teveel,” zei Remus en hij schoof me een rolletje perkament toe. “Voorlopig verblijf je hier. Dat lijkt me het veiligst. Zowel voor de Orde, als voor jezelf.”

Ik knikte en rolde het perkament uit dat ik van Remus had gekregen.

 

Beste Saskia,

 

Ik ben door Severus op de hoogte gesteld van de gebeurtenissen.

Wees niet bang voor het gat in je geheugen. Je kunt maar beter niet weten wat er in die tijd gebeurd is.

En onthoud zijn woorden:

Je bent pas een dooddoener als je hart zegt dat je dat bent.

Remus zal er de komende tijd voor zorgen dat je veilig bent. Luister goed naar hem en doe voorzichtig.

 

Met vriendelijke groet,

 

Albus Perkamentus

 

Na het lezen van de brief stond ik op en liep naar het haardvuur. Daar hield ik de punt van het perkament in het vuur en keek toe hoe het perkament verbrande.

“Het is zo raar,” zei ik zacht. “Severus vertelde mij dat hij niet dood was en ik geloofde hem niet. Maar toch vertrouwde ik Sev. Ondanks dat we allemaal denken dat hij zoveel slechte dingen gedaan heeft.”
“Severus Sneep is de beste spion die we op dit moment hebben,” zei Remus langzaam. Hij was opgestaan en stond nu naast mij bij het haardvuur.

“Ik hoop maar dat hij zich red,” zei ik zacht. “De Heer van het Duister zal niet blij zijn hij zijn speeltje is verloren.”

“Speeltje?”

“Zoiets als een muis voor een kat is, of zo’n rammelballetje of een zakje gevuld met kattenkruid,” zei ik bitter.

“Misschien kun je beter een warme douche gaan nemen,” zei Remus. “Je zult er van opknappen. Ondertussen breng ik Tops en Molly op de hoogte en ik zal ervoor zorgen dat je een ander gewaad krijgt.”

“Bedankt,” zei ik trillerig. Ik was moe en voelde mij niet lekker. Alle spanning werd mij langzamerhand teveel. Langzaam stond ik op en liep ik naar de deur.

“Saskia,” zei Remus, toen ik de deurknop in mijn handen had. Ik draaide me om en keek hem aan. “Houd moed. Het komt allemaal goed.”

“Ik hoop het,” zei ik zacht. “Ik hoop het echt.” Hierna verliet ik de keuken voor een warme douche.

Gelukkig hadden de meeste van de Orde genoeg aan het verhaal van Remus en hoefde ik verder niets uit te leggen. De enige die mij argwanend aan bleef kijken was Alastor Dolleman, maar die wantrouwde nou eenmaal iedereen.

Arthur Wemel vond het maar al te leuk dat ik nu in het huis verbleef en probeerde mij uit te horen over hoe Dreuzels leefden. Molly keek hem geregeld ontstemd aan als hij weer fanatiek vragen begon te stellen. Ik liet hem maar, zo voelde ik mij tenminste nog een beetje nuttig in het grote, veelal lege huis. Het vermaken van mensen met verhalen over de Dreuzelwereld en het huishouden vormden mijn dagelijkse taken. Een enkeling vroeg over mijn tijd in de Dooddoenersvilla. Ik was blij dat ik niet keer op keer hoefde te vertellen dat ik niet wist hoe ik er terecht gekomen was en wat ik daar allemaal had moeten doen. Het was onwerkelijk dat ik als puur modderbloed niet vermoord was door Voldemort. Dat was iets wat ik nog steeds niet snapte.

Ik had mijn vriend, Johan, een brief mogen sturen met daarin uitleg wat er gebeurd was en waar ik mij bevond. Dat laatste kon ik niet geheel opschrijven, maar ik kon hem wel vertellen dat ik mij in het hoofdkwartier van de Orde van de Feniks bevond. Remus had beloofd Johan op te laten halen en hier heen te brengen, zodat we even samen konden praten. Hij durfde het niet aan mij naar huis te laten gaan, voor het geval dat er dooddoeners de boel in de gaten hielden. Ik wist nog steeds niet goed wat ik tegen Johan moest zeggen, maar een ding wist ik wel. Ik moest mijn relatie met hem verbreken. Ik moest iedereen om mij heen beschermen tegen de Heer van het Duister met zijn dooddoeners en dat kon maar op één manier. Afstand nemen. Bij de gedachte hieraan voelde ik mij al ziek, maar ik kon niet anders. Ik bereidde mij voor op het gesprek wat later die week plaats moest gaan vinden.


  • 0

#13 Peetje

Peetje

    Forum oma & Opperste Hotemetoot!

  • +Administrators
  • 12858 Posts:
  • Locatie:Achter de pc
  • Geslacht:Zeg ik lekker niet!

Gepost 20 June 2016 - 11:03

Au, enkels zijn inderdaad niet gemaakt voor 600 kilo paard. Mijn tenen trouwens ook niet...

Zal Voldemort wel geloven dat Sneep ontwapend en verlamd is door een dreuzelheksje? En goede vraag inderdaad, waarom heeft hij haar niet gewoon vermoord, in zijn ogen is ze nog erger dan een modderbloedje of snul. Of is er iets in Saskia's verleden wat wij (en zijzelf?) nog niet weten?
  • 0

Draco Dormiens Nunquam Titillandus...

Ontdek het verhaal op de nieuwe Wizardzone RPG!


#14 Morgana

Morgana

    op de versirius toer (A) / Tubbie! =D

  • -Site Crew
  • 4108 Posts:
  • RPG naam:Isobel Clarkson
  • Locatie:Bij Sirius ~<3
  • Geslacht:Heks

Gepost 20 June 2016 - 20:47

Beterschap met je enkel! Hoop dat het nu stuk beter gaat. Logisch dat je hoofd er niet naar stond om te posten/schrijven. Voor jezelf zorgen is stuk belangrijker. ;)

 

Arme Saskia, haar relatie moeten verbreken. Al hoop ik niet dat dat gaat gebeuren. :P Gelukkig geloofde Remus haar direct en hebben de andere Orde-leden niks tegen haar. Al lijkt er niet veel anders te zijn dan nu, ze blijft schoonmaken. :P

 

Snel weer een stukje?


  • 0

The ones who love us, never really leave us and you can always find them in here <3


When you have to make a hard decision: flip a coin. ~

~ Because when that coin is in the air, you suddenly know what you're hoping for..


#15 Sabbientje

Sabbientje

    rasechte paardengek

  • Member +
  • 1984 Posts:
  • Locatie:In een zonnig klinkend dorp onder de rook van Rotterdam
  • Geslacht:Heks
  • Interesses:Paarden, lezen, schrijven en natuurlijk Harry Potter

Gepost 21 June 2016 - 08:31

Bedankt voor de reacties.  :w00t: 

Tijd voor een nieuw stukje:
 

“Johan, ik denk dat we even moeten praten,” zei ik zacht. We zaten in de keuken in het huis op het Grimboudplein en ik keek kort hem aan. Remus, Tops, Molly en Arthur waren ook aanwezig en zaten aan de andere kant van de lange tafel te praten. Ze bemoeiden zich niet met ons, maar toch wilde ik hetgeen ik wilde zeggen niet in deze keuken doen. “Onder vier ogen,” vervolgde ik. “Laten we even naar een andere kamer gaan.” Ik stond op en liep voor hem uit de gang in en de trap op. We gingen de woonkamer in en ik sloot de deur.

“Johan,” begon ik. Ik zocht naar de juiste woorden om hetgeen wat ik wilde gaan zeggen te vertellen, maar kon ze niet vinden. Ik keek naar de man die voor mij stond. Met zijn korte haar en blauwe ogen. De man waar ik van hield en waar ik hetgeen wat ik nu moest gaan zeggen niet tegen wilde zeggen. Uiteindelijk schraapte ik al mijn moed bij elkaar en begon mijn zin opnieuw.

“Johan , ik denk dat het beter is als we uit elkaar gaan.” Dat was eruit en ik wachtte op zijn reactie. Het duurde even voor mijn woorden tot hem doorgedrongen waren, maar uiteindelijk reageerde hij.

‘Is er een ander?” Johan zijn stem klonk gespannen en ik keek hem met enige ongeloof aan.

“Natuurlijk is er een ander,” zei ik koel. “Iemand zo machtig dat jij er niet tegenop kan.” Mijn stem klonk misschien koel, maar zo voelde ik mij niet. Ik was boos en verdrietig tegelijk. Hoe kon hij denken dat er een ander was?

“Dus toch? Wie is het? Ken ik hem?”

“Nee, ik denk niet dat je hem ooit gezien hebt, maar hij is echt heel knap.” Mijn stem begon te trillen en ik vroeg mij af of Johan de boosheid die ik nu opbouwde erin kon horen. Hoe kon hij denken dat ik hem, na alles wat ik de afgelopen tijd had meegemaakt, verliet voor een ander. “Slangachtig uiterlijk, rode ogen. Een echte knappe vent en heel overtuigend als het gaat om trouw. Hij heeft mij een mooie tatoeage gegeven om onze liefde te verzegelen.” Ik trok mijn mouw omhoog en liet hem het dooddoenersteken zien wat er op mijn arm prijkte. “Mooi hè. Is weer eens iets anders als een ring.”

“Sorry, ik dacht,” stamelde Johan. Hij ontweek mijn blik. Ik voelde mijn woede wegzakken. Voor mij stond een man die er helemaal niets van begreep. Enkele weken geleden was alles nog koek en ei geweest en nu stond ik hier en vertelde hem dat ik hem ging verlaten. Dat ik hem moest verlaten, voor zijn eigen veiligheid.

“Johan, ik hou van jou,” zei ik zacht. “En daarom moet ik dit doen.” Ik voelde de tranen achter mijn ogen branden, maar hield mij sterk. “Jeweetwel is niet een tovenaar waar je even bij weg loopt. Iedereen waar ik van hou is in gevaar en jij het meest. De Heer van het Duister vind dat ik zijn nieuwste speeltje ben en zal er alles aan doen om mij weer terug te krijgen. Alles, dus  ook martelen en moorden. Ik wil jou niet kwijt, maar jou veiligheid is mij veel meer waard.”

“Je duikt toch onder? Dan kan hij jou toch niet te pakken krijgen?”

“Je snapt het echt niet hè?” Ik pakte zijn hand vast. “Hij zal via andere wegen proberen mij uit mijn schuilplaats te lokken. Hij zou jou kunnen ontvoeren, martelen en uiteindelijk vermoorden. Hij zal alles wat ik lief heb gebruiken om mij te straffen voor mijn ontrouw.” Ik keek Johan nu recht in zijn ogen aan en ik zag dat hij mij begreep.

“Remus zorgt voor een veilige plek voor jou, maar ook voor Sharonne,” ging ik verder. “Over de huizen van de rest van de familie zullen beveiligingsspreuken worden uitgesproken. Daar zijn ze met een hele groep nu al mee bezig.”

“Het is echt serieus dus? Die Jeweetwel is echt.”
“Nee sukkel, ik verzin het hier ter plekke en dit is een plak plaatje,” zei ik geërgerd. Ik wreef geïrriteerd over het dooddoenersteken dat zojuist begonnen was met branden. Keer op keer kreeg ik het teken dat ik moest komen, maar keer op keer reageerde ik er niet op. Voldemort moest ondertussen woedend en tot van alles in staat zijn. “Natuurlijk is het echt en serieus,” vervolgde ik en probeerde mezelf te kalmeren. “Het doet zeer om dit te moeten vertellen, Johan. Ik ga je echt missen.” Hij sloeg zijn armen om mijn nek en kuste mij zacht op mijn wang.

“Ik kan niet zeggen dat ik het allemaal echt begrijp,” zei hij zacht. “Remus heeft mij geprobeerd uit te leggen wat er gebeurd is. Wat je allemaal hebt meegemaakt, maar ik begrijp er werkelijk niets van.”

“Zodra ik het begrijp, hoor je het van mij,” zei ik en legde mijn hoofd op zijn schouder. “Ik weet alleen dat ik heb kunnen ontsnappen, maar dat ik nog lang niet veilig ben.” De tranen liepen nu over mijn wangen. “Je moet nu gaan,” zei ik zacht. “Ga met Remus mee en luister alsjeblieft naar zijn raad. Hij zal ervoor zorgen dat Jeweetwel en zijn volgelingen je niet zomaar kunnen vinden. Beloof je dat?” Ik keek hem aan en zag de tranen in zijn ogen.

“Ik beloof het schat,” zei hij zacht. Daarna liet hij mij los en verliet de ruimte. Ik zakte neer op een stoel naast de haard en voelde mij belabberd. Tranen stroomden nu onophoudelijk langs mijn wangen en mijn schouders schokten van de snikken. Zo zat ik een tijdje en besloot toen op te staan. Zin om terug naar de keuken te gaan had ik niet. Ik had even geen behoefte aan medelijden, begrip of kritiek, dus ging ik naar boven, naar de kamer die ik toegewezen had gekregen en sloot mij daar op.

Pas lange tijd later klopte er iemand op de deur. Deze ging langzaam open en het bezorgde gezicht van Molly kwam om de hoek.

“Ik heb wat te eten voor je meegenomen,” zei ze en voor ik kon zeggen dat ik geen honger had, had ze het dienblad naast mij neergezet en was ze op het tweede bed tegenover de mijne gaan zitten.

“Het is een moeilijke beslissing die je hebt gemaakt,” zei ze voorzichtig. “Ik zeg niet dat het de juiste beslissing is geweest, maar wel dat ik je keuze begrijp.”

“Wat had ik dan moeten doen?” zei ik zacht. “Ik wil Johan niet kwijt, maar ik wil ook niet dat hem iets overkomt.”

“Dat begrijp ik,” hoorde ik Molly moederlijk zeggen. Ze kwam naast mij zitten en legde een arm om mijn schouders. Het moederlijke van Molly deed mij goed en ik zuchtte diep.

“Eet wat en kom dan even naar beneden. Niet te lang alleen blijven zitten kniezen.” Molly stond op en verliet de ruimte. Misschien had ze gelijk, dacht ik en begon mijn bord leeg te eten. Stiekem had ik toch meer honger dan ik van te voren had gedacht.

Na het eten schraapte ik al mijn moed bij elkaar en stond ik op om de afwas naar de keuken te brengen. Ik hoopte dat er niet te veel ordeleden waren, maar als dat zo was, kon ik altijd nog terug naar boven vluchten.


  • 0

#16 Sabbientje

Sabbientje

    rasechte paardengek

  • Member +
  • 1984 Posts:
  • Locatie:In een zonnig klinkend dorp onder de rook van Rotterdam
  • Geslacht:Heks
  • Interesses:Paarden, lezen, schrijven en natuurlijk Harry Potter

Gepost 24 June 2016 - 12:13

“Wanneer mag ik eindelijk weer eens naar buiten. Ik verveel me dood hier.” Ik plofte met een diepe zucht aan de keukentafel neer en wreef geïrriteerd over mijn linkerarm. Molly, Tops en Remus keken mij tegelijk vragend aan. Zij waren zacht in gesprek geweest, toen ik de keuken binnen was komen stormen.

“Wat?” vroeg ik opstandig. “Vinden jullie het erg vreemd dat de muren op me af beginnen te komen. Ik zit al weken opgesloten in dit muffe huis.”

“Brand je teken weer?” vroeg Molly rustig en ze keek me onderzoekend aan. Op één of andere manier merkte ze gelijk aan me als er iets aan de hand was. Als een tweede moeder hield ze mij in de gaten en probeerde ze ervoor te zorgen dat ik me een beetje thuis voelde in dit grote, vreemde huis. Ik knikte, maar durfde haar niet aan te kijken. Iedere keer als het teken brandde voelde ik mij opgesloten. Op zo’n moment werd ik chagrijnig en opstandig en wilde ik gewoon weg. Weg uit dit huis, weg uit de magische wereld. Gewoon weer normaal kunnen leven, zoals vroeger. Saai, maar gewoon.

Molly stond op en liep naar een keukenkastje. Ze haalde er een potje uit en kwam op me aflopen.

“Doe je mouw eens omhoog,” zei ze rustig en vriendelijk. Ik schoof mijn mouw naar boven en liet haar de zalf op het teken smeren. Het branderige gevoel nam direct af.

“Bedankt,” mompelde ik zacht. “Sorry.” Ik schaamde me voor mijn opstandigheid. Zij konden er ook niets aan doen dat ik hier ondergedoken moest zitten. Molly sloeg een arm om me heen en drukte me zacht tegen zich aan.

“Kom op. Niet opgeven,” zei ze opbeurend. Ik glimlachte vaag. Molly hiep me altijd om de zonnige kant van alles te bekijken, al was dat soms erg moeilijk. Molly keek richting Remus en Tops, die beide knikten.

“We hebben net even zitten praten,” begon Molly. “We denken dat het goed voor je is om even naar buiten te gaan.”

Verrast keek ik op. Meende ze dat? Mocht ik eindelijk even dit huis verlaten? Dat zou geweldig zijn. Even weg uit dit stoffige oude huis en buitenlucht opsnuiven.

“Tops en Remus gaan straks naar de Wegisweg. Als jullie met het haardvuur reizen zijn jullie er snel en de Wegisweg is neutraal gebied. Daar zullen de dooddoeners niet zo snel iets doen, dus als je wilt, mag je met ze mee.”

“Dat lijkt me fantastisch,” riep ik enthousiast. Ik sprong op en omhelsde Molly. “Wanneer gaan we?”

“Zodra jij klaar bent,” zei Tops.

“Ik ben klaar.”

“Zou je je haar niet eerst even borstelen en misschien een gewaad aantrekken?” vroeg Molly lachend. “Je loopt nog in je nachthemd.” Ze had helemaal gelijk. Ik had geen zin gehad om me aan te kleden of mijn haar te borstelen. Ik was al een paar dagen in een slecht humeur en had me er vandaag niet toe kunnen zetten om me aan te kleden.

“Oeps. Helemaal vergeten. Zo terug.” Ik rende de trap op naar mijn slaapkamer en dook de kast in. Ik trok er een gewaad uit en sprintte naar de badkamer.

 

Niet veel later stond ik weer voor de keukendeur. Ik wilde de deur open doen, maar hoorde stemmen. Met mijn hand op de deurknop bleef ik staan luisteren.

“Jullie letten goed op haar, hé,” hoorde ik de bezorgde stem van Molly zeggen. “Je weet maar nooit wat die dooddoeners van plan zijn.”

“Jaha, we letten op,” zie Tops. Haar stem klonk geïrriteerd. Waarschijnlijk hadden ze dit al vele malen besproken.

“Het komt goed, Molly,” zei de rustige stem van Remus. Ik besloot niet langer aan de deur te blijven luisteren, duwde de deurknop naar beneden en stapte de drempel over.

“Ik ben klaar,” zei ik en kwam vrolijk de keuken binnengelopen. “Gaan we?”

Tops knikte instemmend.

“Maar voor we gaan wil ik je nog even iets geven,” zei ze en haalde een ketting met ronde hanger uit haar zak. “Het is een herinneringsketting,” vervolgde ze. “Op het moment dat je de ketting breekt, word het gesprek wat je vlak daarvoor hebt gevoerd opgeslagen.”

“Hoe kom je daaraan?” vroeg Molly argwanend.

“Molly, je zou echt eens met je zoons moeten praten,” giechelde Tops. “Tovertweeling heeft echt super spionage materiaal.” Ik pakte de ketting met hanger aan en deed hem om.

nadat Tops er van verzekerd was dat ik de ketting had omgedaan liep ze naar het haardvuur.

“Remus gaat eerst, dan jij en ik ga als laatste,” zei Tops, terwijl ze een schaaltje Brandstof van de schoorsteenmantel pakte en het uitdeelde.

“Zorg ervoor dat je bij Remus en Tops in de buurt blijft,” drukte Molly mij op het hart en ze liet me pas gaan toen ik plechtig beloofd had in hun buurt te blijven.


  • 0

#17 Sabbientje

Sabbientje

    rasechte paardengek

  • Member +
  • 1984 Posts:
  • Locatie:In een zonnig klinkend dorp onder de rook van Rotterdam
  • Geslacht:Heks
  • Interesses:Paarden, lezen, schrijven en natuurlijk Harry Potter

Gepost 27 June 2016 - 07:34

Vanuit de Lekke Ketel stapte we de Wegisweg op. Het was druk in de winkelstraat en ik moest goed mijn best doen om dichtbij Remus en Tops te blijven. Terwijl we winkelden had ik regelmatig het idee dat ik in de gaten gehouden werd. Het onaangename gevoel dat iemand naar me keek, maar iedere keer als ik mij omdraaide was er niets verdachts te zien.

Ik bleef even staan bij een etalage en keek naar de verschillende schrijfveren en inktsoorten die uitgestald stonden. Ik keek waar Tops en Remus waren. Die hadden niet gezien dat ik stil was blijven staan en waren pratend doorgelopen. Net toen ik ze weer wilde volgen hoorde ik iets.

“Psst,” klonk het. Ik wist niet waar het geluid vandaan kwam en keek om mij heen. Ik zag niets, haalde mijn schouders op en maakte aanstalten om achter Tops en Remus aan te lopen, die nu toch wel een eindje van mij verwijderd waren. Maar voor ik een stap in hun richting kon zetten werd ik vastgegrepen. Een hand over mijn mond zorgde ervoor dat ik niet om hulp kon schreeuwen en werd een steeg ingetrokken.

“Eén kik en ik vervloek je zo grondig dat je voorlopig niet meer op staat,” klonk een dreigende vrouwenstem in mijn oor. Ik werd tegen de muur aangegooid en voor ik kon reageren tegen de muur aangedrukt.

“Bellatrix,” zei ik schor. Ze hield mij tegen de muur gedrukt door haar arm tegen mijn keel te drukken. Ik kreeg bijna geen lucht, dus om hulp roepen ging niet, daarnaast had ze haar toverstok in mijn zij gezet en durfde ik mezelf niet te bewegen. Haar ogen stonden dreigend en berekenend, klaar om me te vervloeken als ik iets zou proberen.

“Heb je nooit geleerd dat je moet komen als je meester je roept,” zei Bellatrix dreigend.

“Hij is mijn meester niet,” bracht ik met moeite uit.

“Je leert het nog wel,” zei Bellatrix, die net deed alsof ze mij niet had gehoord. “Wat gezellig dat je hier aan het winkelen bent.”

Ik probeerde haar arm los te trekken, maar ze had verbazingwekkend veel kracht en duwde haar arm nog wat krachtiger tegen mijn keel aan. Daarom staakte ik mijn poging voor ze mijn keel helemaal dicht zou drukken.

“Maar ik geloof dat mijn enthousiasme niet wederzijds is,” ging Bellatrix verder, alsof we thee zaten te drinken op een terras.

“Wat wil je van me?” Ik begon naar adem te snakken, maar merkte dat Bellatrix niet van plan was mij los te laten. Opnieuw greep ik naar haar arm.

“Heb je het benauwd?” vroeg Bellatrix op kinderlijke toon. “We gaan zo. Nog even wachten.” Ik had geen idee waar we op moesten wachten, maar ik moest iets doen. Iets van een teken achterlaten. Ineens dacht ik aan de ketting die Tops mij even voor we vertrokken om had laten doen. Zo onopvallend mogelijk trok ik de ketting los en liet hem op de grond vallen. In de hoop dat Remus en Tops in deze steeg zouden gaan zoeken, als ze erachter kwamen dat ik weg was.

Bellatrix duwde een oude krant tegen mijn hand die nog steeds probeerde haar arm los te trekken van mijn keel. Een ruk achter mijn navel deed mij beseffen dat die krant een viavia moest zijn.

Met een klap kwam ik op een donkere stenen vloer terecht. Direct sprong ik op en greep mijn toverstok uit de zak van mijn gewaad.

“Dat zou ik maar laten als ik jou was,” hoorde ik Bellatrix vermaakt zeggen en ik draaide me met een ruk om. “Ik ben heel wat sneller met duelleren als je vriendje. Volgens mij had je die wel heel snel verlamd.”

“Severus is mijn vriendje niet,” siste ik kwaad. “Waar ben ik?”

“Op een plaats waar het geen zin heeft om mij aan te vallen. Er zijn genoeg dooddoeners om je tegen te houden,” zei Bellatrix rustig. “Meer hoef je niet te weten.”

Ze liep naar de deur en verliet de ruimte. Ik was alleen in een donkere ruimte die alleen verlicht werd door twee torsen die bijna uitgingen. Ik keek in het rond en voelde me alles behalve op mijn gemak. Ze hadden mij opgesloten in een kleine ruimte die helemaal leeg was. De grove stenen muren glansden spookachtig in het weinige licht. Ik liet mij tegen de vochtige muur op de grond zakken. Er zat weinig anders op dan afwachten.

Ik sloeg mijn armen om mijn knieën, met mijn toverstok stevig in mijn hand geklemd, en legde mijn hoofd in mijn armen. Zo bleek ik zitten en luisterde naar de geluiden om mij heen, klaar om op te springen als dat nodig was. Het was ijzig stil. Ergens in de ruimte druppelde water naar beneden. Met mijn ogen gesloten zat ik daar, wachtend op wat er komen ging.

Een schreeuw, die door merg en been ging, deed me opspringen. Met mijn toverstok beschermend voor me uit, keek ik in het rond. Er was niets te zien, natuurlijk niet, dit was een cel in een kerker waar waarschijnlijk meer mensen gevangen zaten. Geschrokken van de gil, liet ik me weer tegen de muur zakken. Het was weer ijzig stil geworden. Een stilte die beangstigend was.


  • 0

#18 Sabbientje

Sabbientje

    rasechte paardengek

  • Member +
  • 1984 Posts:
  • Locatie:In een zonnig klinkend dorp onder de rook van Rotterdam
  • Geslacht:Heks
  • Interesses:Paarden, lezen, schrijven en natuurlijk Harry Potter

Gepost 30 June 2016 - 11:53

Na een tijdje klonken er voetstappen op de gang en de deur van mijn cel ging krakend open. Licht vanuit de gang viel naar binnen en ik knipperde met mijn ogen tegen het felle licht. De torsen in mijn cel werden vervangen door iemand die direct de ruimte weer verliet. Een tweede persoon bleef achter, maar zei niets. Toen mijn ogen uiteindelijk gewend waren aan het licht zag ik dat het Bellatrix was. Ze stond geduldig te wachten tot ik een reactie zou geven, maar ik deed net of ik haar niet zag en legde mijn hoofd terug op mijn armen.

Bellatrix liet een ontstemd geluidje horen en liep op me af.

“Aantrekken,” snauwde ze en gooide een zwart gewaad voor me op de grond neer.

“Nooit,” siste ik kwaad, terwijl ik opkeek.

“Weet je dat zeker?” vroeg Bellatrix uitdagend. “Crucio.”

Duizenden messen staken in heel mijn lichaam en het leek wel of mijn botten in brand stonden. Ik zakte zijwaarts op de grond en probeerde mij zo klein mogelijk te maken in de hoop dat het getrek aan mijn spieren minder zou worden. Ik probeerde niet te schreeuwen, maar stootte toch zachte gesmoorde kreetjes uit.

“Een volhouder,” zei Bellatrix na enige tijd. Er klonk verbazing in haar stem. Toen hield ik het niet meer. De vlekken, die ik al enige tijd voor mijn ogen zag, werden groter en ik besefte dat ze niet zou stoppen voor ik toe zou geven.

“Stop, alsjeblieft,” kreunde ik. Het was een smekende kreun, maar het kon me even niets schelen. Als de pijn maar ophield. “Ik doe dat stomme gewaad wel aan,” zei ik hijgend, toen de ergste pijn was weggetrokken en ik duwde mezelf in zittende positie. Even bleef ik zo zitten. Ik was duizelig en misselijk van de pijn en moest even bijkomen.

“Komt er nog wat van?” vroeg Bellatrix geïrriteerd. Ze tikte ongeduldig met haar voet op de grond.

“Heb je haast of zo?” snauwde ik terug. Ik pakte het gewaad op en vouwde het uit.

“Dat gaat je niets aan,” gromde Bellatrix terug.

Ik worstelde verder met het gewaad en hield Bellatrix argwanend in de gaten.

“Je krijgt dat gewaad beter aan als je je andere gewaad uittrekt,” zei Bellatrix fronsend.

“Over mijn lijk,” siste ik.

“Kijk uit met wat je wenst,” zei Bellatrix met een grijns. "Het is dat de Heer van het Duister mij de opdracht heeft gegeven je in leven te houden, anders had ik misschien wel aan je verzoek voldaan.” Haar stem klonk vermaakt. Alsof ze een spelletje speelde. Dit was waarschijnlijk ook haar manier van spelletjes spelen.

"Ik help wel even,” gromde ze, toen ik na een minuut of vijf het gewaad nog steeds niet aan had. "Imperio” Ik haatte het als ze dat deed. Als ik door die spreuk de complete controle over mijn lichaam verloor, maar nog wel meekreeg wat ik allemaal deed. Ze liet me mijn gewaad uittrekken en het dooddoenersgewaad aantrekken."Zie je wel dat dit veel makkelijker gaat," zei ze op kinderlijke toon. "En doe nu maar een dansje voor mij." Ze liet mij haar favoriete dans weer uitvoeren. Koortsachtig probeerde ik mijzelf onder controle te krijgen. Mijn hoofd leeg te maken en te denken aan niets. Het was niet makkelijk met dat wazige gevoel, maar uiteindelijk lukte het aardig. Ik probeerde de vloek van Bellatrix te verbreken, maar dat lukte niet. Wel kon ik onopgemerkt een paar passen veranderen. Iets wat ik wel een goed begin vond.

"Tante Bella," klonk een jongensstem ineens door de ruimte. "Ik moet van moeder zeggen dat het eten klaar is. En vader vroeg mij u er aan te herinneren dat u de gevangene in leven moet houden." Draco stond in de deuropening. Hij keek verveeld naar hoe ik door de ruimte danste en schudde zijn hoofd alsof hij dacht dat zijn tante gek geworden was.

Met een simpele zwiep van haar toverstok liet Bellatrix mij ophouden met dansen en gooide mij met een tweede zwiep van haar toverstok tegen de muur aan. De lucht werd uit mijn longen geduwd door de klap en ik probeerde gierend naar adem te happen. Meteen voelde ik koude, rammelende kettingen om mijn polsen glijden die mij tegen de muur aan trokken. Ik vocht ertegen, maar hoe meer ik vocht, hoe strakker de kettingen mij tegen de muur vast pinden.

Bellatrix liep op mij af met een grijns op haar gezicht. Ze hurkte voor mij neer en keek mij enige tijd recht aan. Haar ogen waren donker en toonden geen enkele emotie.

"ik zou stil blijven zitten als ik jou was," giechelde ze. "Dan worden de kettingen misschien wel losser."

"Tante," klonk het voor de tweede keer.

"Ik had je de eerste keer wel gehoord, Draco," zuchtte Bellatrix geïrriteerd. "Zie je niet dat ik nog even dit aan het afronden ben?" Ze keek mij weer aan, hield haar hoofd even schuin, maar zei niets. Hierna stond ze op en liep haar neef achterna. Ik rukte nog een keer aan de kettingen, maar stopte daarmee toen ik voelde dat ze nog strakker trokken. Misschien moest ik proberen mij te ontspannen? Het zou moeilijk zijn, maar ik moest het proberen. Ik sloot mijn ogen en probeerde alle gedachten uit mijn hoofd te bannen. Gravend in mijn geheugen probeerde ik de stem van Severus op te roepen, toen hij mij vertelde hoe ik moest mediteren. “ Adem rustig in en rustig uit. Denk aan niets, luister naar het kloppen van je hart.” Uiteindelijk voelde ik mij rustiger worden en voelde dat Bellatrix niet had gelogen. De kettingen werden losser toen ik mij ontspande. De druk op mijn schouders verminderde en ik voelde mijn armen zakken. Ik kon gemakkelijker gaan zitten, zodat mijn protesterende spieren minder zeer deden. Langzaam opende ik mijn ogen en keek de schemerige ruimte door. Net buiten mijn bereik lag mijn toverstok. Bellatrix had de moeite niet genomen om hem op te rapen. Of had ze hem expres daar laten liggen. Om mij te treiteren. Mijn toverstok in zicht, maar niet in bereik. Ik raakte er gefrustreerd door en voelde meteen de kettingen weer aanspannen. Ik maande mijzelf rustig te blijven en ademde een paar keer rustig in en uit. Op het moment dat het mij lukte mijn emoties onder controle te krijgen, werden de kettingen weer losser. Ik deed mijn best om zo rustig mogelijk te blijven zitten en wachtte op wat er komen ging.


  • 0

#19 Sabbientje

Sabbientje

    rasechte paardengek

  • Member +
  • 1984 Posts:
  • Locatie:In een zonnig klinkend dorp onder de rook van Rotterdam
  • Geslacht:Heks
  • Interesses:Paarden, lezen, schrijven en natuurlijk Harry Potter

Gepost 04 July 2016 - 06:51

Een pijnscheut schoot door mijn lichaam. Geschrokken gaf ik een schreeuw. Door de schokgolf die door mijn lichaam ging, trokken de kettingen mij direct hardhandig tegen de muur. Met een ruk opende ik mijn ogen en zag Bellatrix vermaakt kijken. Ik was in slaap gevallen en had haar de ruimte niet in horen komen, maar door haar actie was ik in een klap wakker.

Ze liep sierlijk op mij af en bleef mij, zonder iets te zeggen aankijken. Achter haar kwam een blondharige man de ruimte binnen, die ik herkende als Lucius.

“Wat gezellig dat jullie op visite komen,” zei ik stoerder als ik mij voelde. Angst borrelde in mij omhoog. Wat waren ze van plan? Wat was hun opdracht van de Heer van het Duister? Mij breken? Ze mochten mij niet doden, dat hadden ze al laten weten, maar er waren vast nog veel dingen zie ze wel mochten doen van hun meester.

Bellatrix pakte mijn toverstok van de grond en gooide hem mijn kant op. Met een simpele zwiep van haar toverstok vielen de kettingen levenloos op de grond. Ik liet mijn armen langzaam zakken en bleef verder bewegingloos zitten. Er werd niet gesproken. Het duurde even voor Lucius zacht kuchte.

“Pak je toverstok, den Otter,” zei Bellatrix koeltjes.

“En dan?” vroeg ik opstandig. “Vuren jullie meteen allebei allerlei spreuken op mij af? Zoeken jullie een reden om mij te vervloeken?”

“Ik heb geen reden nodig,” grijnsde Bellatrix. Ze liep op mij af en keek op me neer. “Crucio.”

Opnieuw staken er duizenden messen in mijn lijf en ik kronkelde over de grond van de pijn.

“Genoeg gespeeld Bellatrix,” zei de stem van Lucius. “Vraag haar nu maar wat je wilt weten.”

De martelvloek werd opgeheven en ik besloot stil te blijven liggen, om de pijn uit mijn lichaam te laten trekken.

“Vertel eens, den Otter,  waar heb je al die weken gezeten?” klonk de stem van Bellatrix vlak naast mij. “Waar is de schuilplaats van de Orde van de Feniks?” Bij de tweede vraag voelde ik haar adem in mijn oor, maar gaf geen antwoord.

“Kom op, den Otter,” klonk de verveelde stem van Lucius nu door de ruimte. “Geef antwoord, dan ben je van ons af.”

“Al zou ik het willen, ik kan het jullie niet vertellen,” gromde ik en duwde mijzelf in zittende positie. “Jullie weten toch dat alleen een geheimhouder een verborgen locatie kan prijsgeven.”

“Maar waar moeten we zoeken?” Lucius kwam langzaam dichterbij gelopen. Hij pakte mijn toverstok van de grond en liet hem tussen zijn vingers draaien. “Noem een plaats. Zweinsveld, Londen, Birmingham of misschien toch Liverpool?”

“Ergens op deze wereldbol of misschien zelfs wel op de maan,” antwoordde ik. Direct lag ik weer op de grond. Dit keer was het Lucius die de martelvloek over mij uit had gesproken.

“Wat moet de Heer van het Duister eigenlijk met jou?” hoorde ik Bellatrix vragen, zodra de martelvloek was opgeheven. Hoe moest ik antwoorden op vragen die ik niet kon beantwoorden?

“Misschien moet je dat aan hem vragen,” kreunde ik en voelde de steken weer door mijn lichaam trekken. Ik zag vlekken voor mijn ogen en wist dat het niet lang meer kon duren voor ik het bewustzijn zou verliezen. Iets wat ik op dit moment niet zo erg zou hebben gevonden.

“Genoeg,” klonk een nieuwe stem door de ruimte. Hij kwam mij bekend voor, maar ik was niet helder genoeg om te horen wie het was.

“Sorry vader,” klonk een vierde stem. “Hij stormde meteen naar binnen toen ik de deur open deed.”

“Het is goed Draco,” gaf Bellatrix antwoord en grinnikte. “Sevie was op zoek zijn vriendinnetje.”

“De Heer van het Duister vroeg mij om te controleren hoe jullie zoektocht ging,” gaf Severus als antwoord op zijn komst.  “En ik zie tot mijn grote verrassing dat jullie haar hebben gevonden. De Heer van het Duister zal erg blij zijn met jullie vorderingen.” Ik hoorde zijn voetstappen dichterbij komen. “Ik weet alleen niet of hij zo blij zal zijn om te horen dat jullie haar al hebben verhoord. Dat wilde hij zelf doen.”

“Ze heeft geen antwoord gegeven op onze vragen,” zei Bellatrix uiteindelijk. Haar stem klonk als een verwend kind dat haar zin niet kreeg.

“Wat had je dan verwacht, Bella,” klonk de kille stem van Severus. “Al zou ze willen, ze kan het niet vertellen. Ze is de geheimhouder van de locatie niet en het is te hopen dat er niet ergens een geheugenslot in haar geheugen zat, want als je daar de beveiliging van hebt geactiveerd kunnen we fluiten naar de informatie die het verbergt." Ik voelde iemand naast mij neerknielen en wist dat dit Severus moest zijn. Ik had zijn stem dichterbij horen komen. “En nu gaat ze naar de plek waar jullie haar naartoe hoorden te brengen. Breng jullie verslag uit voor ik het voor jullie doe.” In zijn laatste zin hoorde ik een kille dreiging die mij angst aan jaagde. Nog voor Lucius of Bellatrix konden reageren had Severus zich tot mij gewend. Hij haalde mijn losgeraakte haar uit mijn gezicht en legde zijn koele hand even om mijn voorhoofd. Op de achtergrond hoorde ik voetstappen de kamer uitlopen. Lucius, Bellatrix en waarschijnlijk Draco waren vertrokken.

“Kun je staan?” vroeg hij. Het was opnieuw een vraag waar ik geen antwoord op kon geven en ondanks dat zijn stem bezorgd klonk, raakte ik in paniek en dook in elkaar.

"Sev, alsjeblieft nee," kreunde ik zacht. Zijn vraag was genoeg om mij tot snikken uit te laten barsten. Mijn schouders schokten, wat zorgden voor.nieuwe pijnscheuten in mijn lichaam en ik kreunde zacht.

“Rustig,” zei hij zacht. “Ik ga je geen pijn doen. Als je rustig word, dan kunnen we daarna kijken of je kunt staan. Haal rustig adem. In...uit...in….uit.” Het duurde even voor ik doorhad dat er echt geen nieuwe vloek kwam. Ik werd weer rustiger en liet mij omhoog helpen door Severus. Met enige moeite lukte het mij om te blijven staan. Al hing ik wel met een groot gedeelte van mijn gewicht op Severus.

“Ik moet je helaas naar Villa Vilijn brengen,” fluisterde Severus in mijn oor. Ik knikte dat ik hem begreep. Het zou raar zijn, als ik nu weer verdween. Het zou hem in grote problemen brengen. Moeizaam gingen we de trap op de kelder uit, de hal door en daarna naar buiten.

"Ik wilde via het haardvuur reizen, maar toen bedacht ik mij dat Villa Vilijn niet op het haardvuurrooster aangesloten staat," legde Severus rustig uit. "Ik ga je te laten bijverschijnselen, maar je moet beloven mij goed vast te houden." Ik knikte vaag en samen Verdwijnselden we naar Villa Vilijn.


  • 0

#20 Sabbientje

Sabbientje

    rasechte paardengek

  • Member +
  • 1984 Posts:
  • Locatie:In een zonnig klinkend dorp onder de rook van Rotterdam
  • Geslacht:Heks
  • Interesses:Paarden, lezen, schrijven en natuurlijk Harry Potter

Gepost 08 July 2016 - 07:46

We verschenen in de bossage waar ik eerder een duel had gevoerd met Severus. Ik vond het wel apart dat hij juist deze plek had uitgekozen om te verschijnselen. Het betekende ook dat we nog een aardig stukje naar de villa moesten lopen. Iets waar ik op dat moment niet toe in staat was.

"Ik draag je het laatste stuk wel," mompelde Severus.

"Maar ik ben veel te zwaar," wilde ik inbrengen.

"Ik ben een tovenaar, Sas. Denk je niet dat ik daar allang iets op verzonnen heb." Ik wist dat Severus goed was in non-verbale spreuken, want zonder iets te zeggen tilde hij mij met enig gemak op.

“Ik wilde Bellatrix de kans geven haar verhaal te vertellen aan de Heer van het Duister,” legde Severus zijn locatie van verschijnselen uit. “Ik had alleen gehoopt dat ze niet zover was gegaan met haar ondervragingstactiek.” Ik had mijn hoofd tegen zijn schouder gelegd en kreunde instemmend. Hij liep met grote passen en de villa van Voldemort en zijn dooddoeners kwam snel in zicht.

“Sev, zet mij nu maar neer,” zei ik zacht. De donkere ogen van mijn drager keken mij vragend aan. “Ik wil lopend de villa betreden.”
“Ik benijd je gedachte,” zei hij kortaf. “Zal ik je meteen maar neerzetten?” Er klonk en vleug sarcasme in zijn stem. Nog voor ik antwoord kon geven haalde hij de arm waarmee hij mijn benen vast had weg. Ik greep mij vast aan de kraag van zijn gewaad, maar kon mijzelf niet staande houden en trok Severus mee in mijn val naar beneden.
“Eikel, waarom doe je dat nou?” De donkere ogen keken mij aan, voor hij zich losmaakte uit mijn greep en omhoog krabbelde. Ik duwde mijzelf in zittende positie. Opstaan lukte echter niet, mijn benen weigerde dienst.

“Ze heeft duidelijk op je benen gericht,” zei Severus op rustige toon, mijn verwijt negerend. “Ik denk niet dat het je gaat lukken om te lopen.

“Maar ik moet het proberen, Sev,” zei ik. Mijn stem klonk sterker dan ik mij voelde.

“Goed, we gaan het proberen,” zuchtte Severus en stak zijn hand uit om mij omhoog te helpen.
Uit het zicht van de villa probeerde ik weer op mijn benen te staan, maar ze voelden als slappe was. Pijnscheuten trokken door mijn lichaam, maar ik was vast besloten om mijzelf niet naar binnen te laten dragen. Dat genot wilde ik niemand bezorgen.

“Hoe heb je mij eigenlijk zo snel gevonden?” vroeg ik, terwijl ik mijn best deed om gewicht op mijn benen te zetten.

“Remus, hij stuurde mij een bericht dat Bellatrix je te pakken had,” antwoordde Severus. “Die opnameketting is echt een goede uitvinding van die Wemel tweeling. Doen ze tenminste nog iets anders dan rotzooi trappen.” Ik glimlachte bij die gedachte. Ik had de verhalen van de twee branieschoppers wel gehoord en ze hadden hun ouders voldoende grijze haren bezorgd.

“Ik had meteen een idee waar ik je zou kunnen vinden,” ging Severus verder. “En ik had toevallig eerder vandaag de opdracht gekregen om bij Lucius op bezoek te gaan en navraag te doen naar hun vorderingen. Ze waren werkelijk al weken naar je op zoek zonder aanknopingspunt. Het was dan ook toeval dat ze je op de Wegisweg tegenkwamen.” Hij moest mij nog steeds ondersteunen, want zodra hij mij losliet zakte ik als een pudding op de grond in elkaar. Mijn benen weigerden mijn gehele gewicht te dragen.

"Ik geloof niet dat dit gaat werken,” zei ik geïrriteerd, toen we een tijdje hadden geprobeerd mij op eigen benen te laten staan, maar het grootste deel van de tijd om Severus zijn nek hing.

“Ik heb een idee,” zei Severus. “Ik ga proberen je te ondersteunen met een spreuk, zodat het lijkt dat je op eigen kracht naar binnen loopt.” Hij liet mij in het gras zakken en mompelde zacht een bezwering. “Het zal voelen of je een soort van marionet bent,” zei hij uiteindelijk toen hij klaar was. “Ik bestuur je benen.” Hij hielp mij weer omhoog en na even uitproberen lukte het mij om te blijven staan. Voorzichtig probeerden we enkele passen en zo te voelen werkte het.

“Wacht,” zei Severus ineens. “Ik moet Remus even laten weten dat ik je gevonden heb.” Er schoot een zilveren dier uit zijn toverstok welke snel de schemering in verdween.

Als een vreemd soort van marionet, liep ik met stijve benen het terrein van Villa Vilijn op.

“Ik breng je meteen door naar je kamer,” zei Severus, terwijl we de opstap naar de voordeur beklommen. “Daarna ga ik naar beneden om verslag te doen en om te horen wat Lucius en Bellatrix bij elkaar gelogen hebben.” Ik knikte en legde mijn hand op de deurknop. Even twijfelde ik voor ik de deur opende en het hol van de leeuw binnenstapte.

Er stonden verschillende dooddoeners in de hal en het werd meteen stil toen ik de drempel over stapte. Met opgeheven hoofd en rechte rug liep ik, zonder iemand aan te kijken, direct richting de trap naar boven. Severus liep achter mij aan en bestuurde mijn benen, zodat het leek of er een trotse, zelfverzekerde dooddoener de hal was binnen gelopen. Een trotse, zelfverzekerde dooddoener, die zich geen dooddoener voelde en met ontzettend stijve benen liep. Al viel dat laatste niet op door mijn gewaad. De trap was wat moeizamer, maar omdat Severus achter mij liep, was ik deels uit het zicht onttrokken. Achter ons klonk zacht gefluister. Mijn binnenkomst had indruk gemaakt.


  • 0

#21 Sabbientje

Sabbientje

    rasechte paardengek

  • Member +
  • 1984 Posts:
  • Locatie:In een zonnig klinkend dorp onder de rook van Rotterdam
  • Geslacht:Heks
  • Interesses:Paarden, lezen, schrijven en natuurlijk Harry Potter

Gepost 17 July 2016 - 19:02

Vermoeid liet ik mij op het bed zakken. Mijn lichaam deed pijn en het had veel energie gekost om het laatste stuk net te doen of er niets aan de hand was. Mijn hartslag was bij binnenkomst omhoog geschoten. Ik betrad vijandelijk gebied en het moest lijken of ik dit uit vrije wil deed, maar moeilijk vond ik het wel. Het liefst had ik hard weggerend, maar dat werkte niet met benen die niet meededen met de rest van mijn lichaam. Het idee van Severus had in ieder geval goed gewerkt en ik had zonder ondersteuning de kamer, waar ik vorige keer werd vastgehouden, bereikt.

“Je moet een bad nemen om je spieren tot rust te brengen,” hoorde ik Severus zeggen. Ik wist dat hij het tegen mij had, maar in mijn hoofd spookten zoveel gedachten dat het leek of hij van kilometers afstand tegen mij praatte. “Ik zal een huiself oproepen om op je te letten als ik naar beneden ga voor mijn verslag.” Hij klapte in zijn handen en een huiself verscheen.

“Meneer Sneep riep Holly?” piepte de huiself.

“Help Mevrouw den Otter in bad en let op haar tot ik terug ben,” zei Severus op eisende toon. Ik wist dat je sommige huiselven op die toon moest aanspreken, maar toch vond ik het nog steeds niet prettig om dat zelf te doen. Severus liet met een klein zwiepje van zijn toverstok een ouderwets uitziend bad op pootjes verschijnen, vol met dampend warm water.

“Ehhh Sev,” begon ik. “Holly gaat mij dat bad nooit inkrijgen. Ik ben toch veel te zwaar voor haar om mij te tillen.”

“Holly een sterke elf,” piepte Holly, maar ik luisterde daar niet naar en keek naar Severus.

“Ik ga je niet in bad tillen,” zei deze echter resoluut.

“Kom op Sev, niet zo preuts,” zei ik met een glimlach. “Je weet dat huiselven geen kleding mogen hebben, dus ik kan haar toch niet vragen mij te helpen met uitkleden?”

Ik zag Severus nadenken en ik wist dat hij nadacht over andere vrouwelijke dooddoeners. Helaas waren die opties niet echt aantrekkelijk. Bellatrix en Narcissa wilde ik hier absoluut niet in betrekken. “Goed dan,” zei Severus uiteindelijk. Severus hielp mij van het bed naar een stoel die door Holly naast het bad was gezet, zodat ik voorzichtig mijn gewaad over mijn hoofd kon trekken. Hij stond van mij afgedraaid en ik kon zien dat hij zijn ogen stijf dicht had geknepen. Nadat ik mij uit mijn gewaad had geworsteld, pakte Severus deze aan en legde hem aan de kant. Hierna legde ik mijn armen rond Severus zijn nek en liet mij voorzichtig optillen. Severus deed zijn ogen pas weer ogen toen ik in het water was gezakt en geheel onder het schuim was verdwenen.

Ik voelde meteen de kracht van het warme water. Mijn stijve, pijnlijke spieren begonnen meteen te ontspannen.

“Dan ga ik nu,” zei Severus en liep richting de deur. “Holly, let goed op haar.”

“Ja meneer Sneep,” piepte de huiself. Ze ging op de stoel naast het bad zitten. Ik sloot mijn ogen en genoot van het warme bad. Het schuim had een geur die kalmerend werkte en het duurde niet lang voor ik slaperig werd.


  • 0

#22 Sabbientje

Sabbientje

    rasechte paardengek

  • Member +
  • 1984 Posts:
  • Locatie:In een zonnig klinkend dorp onder de rook van Rotterdam
  • Geslacht:Heks
  • Interesses:Paarden, lezen, schrijven en natuurlijk Harry Potter

Gepost 25 July 2016 - 12:46

Toen ik wakker werd lag ik in bed met twee dekens strak over mij heen. Buiten was het donker en ik zag sterren aan de hemel staan. Ik wilde rechtop gaan zitten, maar voelde meteen dat mijn spieren het daar nog niet mee eens waren.

“Mevrouw den Otter blijven liggen,” hoorde ik een huiself piepen. Het was Holly die nog steeds  de wacht hield. “Meneer Sneep zei tegen Holly dat mevrouw niet uit bed mocht.”

Ik liet mij weer achterover zakken en merkte dat ik in een handdoek gewikkeld in bed was gelegd en glimlachte onbewust. Waarschijnlijk het werk van Severus die mij niet had aan willen kleden.

“Mevrouw dorst?” piepte Holly en ze stond met een glas water naast mijn bed. Ik pakte het glas aan en dronk voorzichtig een paar slokken.

“Dank je, Holly,” zei ik, toen ik het glas terug gaf.

“En nu mevrouw weer gaan slapen,” zei Holly streng en ze trok de dekens weer strak over mij heen. Volgens mij zat er iets in het water, want zodra ze klaar was met het rechttrekken van mijn dekens, viel ik meteen weer in slaap.

 

Op het moment dat ik opnieuw wakker werd was het buiten licht geworden. De zon stond al hoog aan de hemel en scheen de kamer in. Severus zat in de hoek een boek te lezen en Holly lag in een andere hoek te slapen. Ik bleef nog even liggen, zonder iets te zeggen en bewoog voorzichtig mijn benen. Ze werkten weer iets mee met mijn lichaam, maar ik vroeg mij af of ze ook gewicht zouden willen dragen. Alle spieren sputterden nog wel tegen als ik mij wilde bewegen, dus te veel bewegen was nog niet echt handig.

Voorzichtig duwde ik mijzelf in zittende positie. Het bed kraakte. Severus keek op en naast mij sprong Holly op.

“Mevrouw blijven liggen,” piepte deze en begon mij terug in de kussens te duwen.

“Laat maar, Holly,” zei Severus koeltjes. Hij was opgestaan en duwde de huiself weg van het bed. “Ze mag zitten, maar het bed nog niet uit.” Ik keek Severus vragend aan.

“Je lichaam heeft rust nodig,” zei hij naar aanleiding van mijn vragende blik. “Sowieso vandaag. Holly heeft van mij de opdracht gekregen voor je te zorgen. Ik moet nog wat dingen regelen voor de Heer van het Duister.” Ik vroeg niet wat voor dingen hij moest regelen en ook niet wat hij gisteren allemaal besproken had. Het had geen zin om daar naar te vragen. Als hij dat kwijt wilde, vertelde hij dat wel.
Ondanks ik net geslapen had, voelde ik mij ontzettend moe. Alsof ik een marathon gelopen had en een triatlon erachteraan.

“Slaap nog wat,” zei Severus en liep naar de deur. Ik liet mij terug in mijn kussens zakken en voelde hoe Holly de dekens opnieuw strak over mij heen trok. Ik knikte vaag zijn kant op en hoorde met gesloten ogen hoe hij de deur achter hem sloot. Ik hoorde Holly zachtjes naar haar hoek lopen en gaan zitten. Daarna viel ik opnieuw in slaap.

 

Holly had Severus zijn orders goed in haar oren geknoopt en zorgde goed voor mij. Zo goed dat ik het niet in mijn hoofd hoefde te halen een teen buiten bed te steken. Ze was er als de kippen bij om mij terug in bed te duwen en ze had niet gelogen met dat ze sterk was.

In het kleine huiself lijfje zat voldoende kracht om ervoor te zorgen dat ik bleef liggen. Zitten mocht alleen als ik wat te eten of te drinken had gekregen.

“Nu weer rusten,” piepte ze keer op keer en ik luisterde er maar naar. Het wezentje deed ontzettend haar best en ik beloonde dat door naar haar te luisteren. Severus zag ik de rest van de dag niet meer.
In de momenten dat ik wakker was, staarde ik naar het plafond en luisterde ik naar de geluiden in het huis. Het was de hele tijd druk. Veel lopende voeten in de hal beneden. Zo nu en dan een schreeuw, angst of pijnkreet van iemand. Geluiden waar ik de vorige keer al redelijk aan gewend was geraakt, maar die toch angstaanjagend bleven. Uiteindelijk werd het buiten donker en zag ik opnieuw de sterren door het raam. Holly had zojuist piepend gezegd dat het weer tijd was om te gaan slapen, maar ondanks dat ik mijzelf nog steeds moe voelde, wilde de slaap niet komen. Ik had teveel tijd om na te denken over wat er allemaal mis was gegaan. Ik verweet vooral mijzelf dat ik niet dichter bij Remus en Tops gebleven was en wist nu al dat zij de woede van Molly over zich heen hadden gekregen. Waarom was ik zo dom geweest om stil te blijven staan en in die etalage te kijken? Waarom had ik mijzelf af laten leiden door dat geluidje en was ik daardoor nog langer stil blijven staan? Ik was echt dom bezig geweest en daarom was ik nu weer hier. De enige keer dat ik even naar buiten was geweest, was ik meteen onoplettend geweest. Ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan.

Naast mij piepte Holly dat ik wat moest drinken en ik nam de beker dampende kruidenthee van haar aan. Voorzichtig nam ik een paar slokken en voelde de kalmerende werking van de kruiden die ze had gebruikt. Het maakte mij direct loom en slaperig en nog voor ik de hele beker leeg kon drinken werden mijn oogleden zwaar. Ik gaf de beker weer af, liet mij instoppen door het kleine wezentje en viel in slaap.


  • 0

#23 Sabbientje

Sabbientje

    rasechte paardengek

  • Member +
  • 1984 Posts:
  • Locatie:In een zonnig klinkend dorp onder de rook van Rotterdam
  • Geslacht:Heks
  • Interesses:Paarden, lezen, schrijven en natuurlijk Harry Potter

Gepost 28 July 2016 - 10:00

Buiten werd het langzaam licht. Holly was nergens te bekennen en ook Severus was niet in de kamer. Op de stoel naast mij bed lag een nachthemd en ochtendjas. Een teken dat Severus wel even binnen was geweest, want dat was iets wat Holly niet had mogen doen. Voorzichtig ging ik rechtop zitten en voelde dat mijn spieren minder protesteerden dan de vorige dag. Ik wikkelde mijzelf voorzichtig uit de handdoek en trok het nachthemd aan. Met mijn handen haalde ik mijn haar wat uit de klit en maakte er een nieuwe staart in, daarna schoof ik naar de rand van het bed en liet mijn benen over de rand zakken. Voorzichtig bewoog ik ze en draaide rondjes met mijn enkels. Dat voelde allemaal goed aan. Zou ik het raam halen en kunnen zien hoe de zon opkwam? Langzaam stond ik op en merkte dat mijn benen mijn gewicht weer konden dragen. Het enige was dat ze nog ontzettend trilden en na twee passen leek het mij geen goed idee om verder te lopen. Ik besloot mij naast het bed op de grond te laten zakken en een meditatiesessie te doen.

“Mevrouw terug in bed,” klonk ineens de boze stem van Holly. “Meester Sneep zei mevrouw niet uit bed mogen.”

“Ik ga zo terug, Holly,” zei ik kalm. “Ga in je hoek wachten, dan mag je mij over tien minuten verder uitfoeteren.” Ik sloot mijn ogen en begon mijn meditatiesessie. Holly maakte ontstemde geluidjes, maar die negeerde ik. Ik was blij dat Severus mij dit geleerd had, want ik werd er rustig van en kon alle gedachten die ik in mijn hoofd had ermee uitschakelen. Al was het maar voor even. Ik was net de sessie af aan het sluiten toen de stem van Severus opeens klonk.

“Welk gedeelte van ‘Ze mag niet uit bed’ heb je niet begrepen, Holly?”

Nog voor de huiself kon reageren gaf ik een reactie.
“Ook goedemorgen Sev,” zei ik rustig en opende een oog. Hij was de kamer binnengelopen en sloeg de deur nu met een klap dicht. Ik deed echter of ik zijn boze gezicht niet zag en opende mijn tweede oog ook. “Niets is zo fijn als de dag met een meditatiesessie te beginnen,” zei ik luchtig en trok mij voorzichtig op aan het bed, waarna ik daar weer op ging zitten.

De huiself piepte en dook weg in de hoek waar ze zat en ik keek waarschuwend naar Severus.

“Ik heb haar gezegd dat ze mij na mijn meditatiesessie mocht uitfoeteren,” gaf ik hem aan. “Dus kom Holly. Nu is het jou beurt om boos te zijn omdat ik niet naar je luisterde.” Ik had mij tot de huiself gericht die nog steeds met grote ogen naar Severus keek. Ik wist dat ze ieder moment een pak slaag verwachtte, maar hoopte dat Severus dat uit zijn hoofd liet.

“Mevrouw stout,” piepte de huiself die ontdooide. Ze sprong naast mij op bed en begon mij weer terug in liggende positie te duwen. “Mevrouw niet luisteren naar meneer Sneep en Holly.” Het piepende stemmetje klonk boos en eigenlijk had ik ervan onder de indruk moeten zijn, maar ik kon er niets aan doen dat ik in de lach schoot. “Mevrouw niet lachen, maar liggen,” piepte de huiself boos. Niets wat ze zei ging helpen mij sneller in bed te krijgen. Uiteindelijk lukte het haar om de dekens weer strak over mij heen te trekken en mij als een cocon in bed in te stoppen. Severus keek van een afstand toe en ik had het idee dat hij er met zijn hoofd niet bij was. Hij was al meerdere keren naar het raam gelopen en had een blik naar buiten geworpen om vervolgens mijn kant op te kijken.

“Wat is er Sev?” vroeg ik en ging rechtop zitten. Naast mij maakte Holly een ontstemd geluidje, maar dat kon mij even niets schelen. “Je kijkt zo moeilijk.” Het bleef stil en Severus ontweek mijn blik. “Sev, zeg op. Wat is er?” vroeg ik dringender. Ik had mijn benen al over de rand van het bed gegooid, toen Severus mijn kant op keek.

“Je kunt beter blijven zitten,” zei hij zacht. “Ik kreeg vannacht bericht van Remus. Tops is niet van haar missie teruggekeerd. Ze word vermist.” Het duurde even voor het nieuws aankwam. Maar toen het tot mij doorgedrongen was, sloeg het in als een bom. Ik sloeg mijn handen voor mijn mond en wist even niet wat te zeggen. “Ze had een opnameketting bij haar en die is teruggevonden,” ging Severus verder. “Ze is in de val gelokt door Arduin en Schoorvoet, dus ik verwacht dat ze hier in de kelder zit voor ondervraging.”

“Kun je dan niet gaan kijken of ze hier is?” vroeg ik stamelend. Severus schudde langzaam zijn hoofd.

“Ik ga doen wat ik kan, maar ik kan niet zomaar even iedere cel beneden openen om te kijken wie erin zit,” zei hij. “De dooddoener die een gevangene meeneemt is in principe degene die de gevangene verhoort. Of de Heer van het Duister moet anders beslissen.” Hij liet zich naast mij op bed zakken en ik zag dat hij nog iets wilde zeggen.

“Zeg niet dat het allemaal wel goed komt,” zei ik waarschuwend. “alsjeblieft, doe dat niet.” Ik wilde opstaan, maar voor ik die beslissing had gemaakt, stond Holly al voor mij.
“Mevrouw in bed blijven,” piepte het kleine wezen en voor het eerst had ik zin om haar een schop te verkopen. Toch deed ik wat ze zei en bleef zitten.

“En dan heb ik ook nog de order gekregen jou weer aan het werk te zetten,” ging Severus verder. “Zodra je weer gewend bent aan het leven hier,” voegde hij er aan toe. “Ik heb gezegd dat je even wat rust nodig had en dat je daarna weer in de keuken aan het werk ging.”

“Waarom?”

“Omdat er blijkbaar dooddoeners zijn die je kookkunsten waarderen,” zei Severus met een van zijn spaarzame glimlachen.

“De liefde van de dooddoener gaat door de maag,” gromde ik zacht.

“Maar vandaag gaat dat nog niet gebeuren. Van mij moet je nog even rusten,” zei Severus streng. “Je hoeft van mij niet in bed te blijven liggen, maar hou je wel gedeisd. Je lichaam moet herstellen van al die vloeken die op je afgevuurd zijn.”

“Ja baas,” zei ik zacht en liet mij door Holly in bed duwen. Hierna zette ze mijn ontbijt op de stoel naast het bed en ging in de hoek van de kamer zitten.

“Doe het nou maar, voor jezelf,’ zei Severus. Hij was opgestaan en naar de deur gelopen. “Ik ga kijken wat ik voor Tops kan betekenen.”

 

Severus liet zich pas eind van de middag weer eens zien en toen ik hem vragend aankeek, schudde hij zijn hoofd. Het was mij gelukt om naar het raam te lopen en zat daar op een stoel. Holly had de hele weg met de stoel achter mij aangelopen, maar gelukkig was dat niet nodig geweest. Mijn benen waren niet meer zo trillerig als vanochtend en ik had het stuk met gemak gehaald. Buiten was het druilerig en het zorgde ervoor dat mijn stemming er niet beter van werd.

“Weet je niets, of mag je niets zeggen?” Ik bleef hem aankijken en stond langzaam op. Severus wende zijn blik echter af en bleef bij de deur staan.

“Het is tijd dat je weer gaat rusten,” zei hij koel en wende zich tot Holly. “Zorg dat ze weer in bed komt.” Hierna keerde hij zich om en verliet de ruimte.

Waarom deed hij ineens zo afstandelijk? Had hij een nieuwe opdracht gekregen? Of had ik misschien iets verkeerds gezegd? Holly trok zacht aan mijn ochtendjas en wees toen naar het bed.

“Ik ga al, Holly,” zei ik zacht, terwijl ik naar de gesloten deur bleef kijken. Soms snapte ik niets van Severus. Ik liet mij door Holly in bed stoppen en liet toe dat ze de dekens strak over mij heen trok. In mijn hoofd bleven mijn gedachten nog even malen over de houding die Severus net had.
het zorgde ervoor dat ik niet in slaap kon komen en al liggend in bed probeerde ik mijn hoofd leeg te maken en al mijn gedachten en emoties af te sluiten. Toen ik mijn ogen opnieuw opende, begon het buiten schemerig te worden en stond Holly naast mij met het avondeten. Ik had dus toch nog wat geslapen, al had ik dat niet door gehad.


  • 0

#24 Sabbientje

Sabbientje

    rasechte paardengek

  • Member +
  • 1984 Posts:
  • Locatie:In een zonnig klinkend dorp onder de rook van Rotterdam
  • Geslacht:Heks
  • Interesses:Paarden, lezen, schrijven en natuurlijk Harry Potter

Gepost 09 September 2016 - 19:03

Lange tijd niet gepost. Erg druk geweest met allerlei dingen. Maar tijd voor een nieuwe stukje :P 
 

“Wat is hij met mij van plan?” Ik zat op de rand van een bed en wreef over mijn linker onderarm. Het teken wat daar als een tatoeage op mijn huid stond, brandde onophoudelijk.

De man waar ik mijn vraag aan had gesteld stond bij de deur van de ruimte en keek mijn kant op.

“Geen enkel idee,” zei hij koel. Zijn vettige haar ging tot op zijn schouders. “De heer van het Duister is zo nu en dan ondoorgrondelijk.” Een paar dagen geleden was het nog de bedoeling geweest dat ik vandaag in de keuken aan de slag moest, maar blijkbaar waren de plannen gewijzigd. Ik stond op en liep naar hem toe. Het branden van het teken was een oproep dat ik ergens gewenst was en ik kon degene die mij opriep niet te lang laten wachten. Ik had het koud en warm tegelijk. Mijn hart klopte in mijn keel. De laatste keer dat ik op een oproep had gereageerd, was ik net tot dooddoener benoemd. Dooddoeners, de onderdanen van iemand die zich Voldemort noemde, waren vaak wrede en nare mensen. Die dood en verderf zaaide en met plezier mensen martelde. Net als hun meester. Daar hield ik helemaal niet van. Ik was eigenlijk meer voor de tegenpartij en daarom snapte ik niet hoe ik hier ooit verzeild was geraakt. Ik was juist van de partij die normaal gesproken gemarteld en vermoord werd. En nu was ik ineens het nieuwe speeltje van de Heer van het Duister.

“Laten we dan maar gaan, Sev.” Mijn stem trilde licht, net als mijn handen die ik in de mouwen van mijn gewaad verstopte.

Traag liep ik de marmeren trappen van de villa af. Ik werd verwacht in een ruimte op de begane grond. Voor de deur bleef ik staan. Twijfelend.

Als ik nu zou vluchten zou ik het misschien net tot de voordeur halen, voor iemand een lamstraal of andere vervloeking mijn kant op kon sturen. Ik schudde mijn hoofd. Het leek mij geen goed idee. Ik was nu een kamer met een bed opgesloten. Ik wist dat er ook nog ruimtes waren die vochtig waren met schimmelige dekens. Onbewust rilde ik.

Severus was mee naar beneden gelopen en gaf een bemoedigend duwtje in mijn rug als teken dat ik de deur moest openen en naar binnen moest gaan. Ik haalde adem en stapte de drempel over.

 

Binnen was het schemerig. De luiken voor de ramen waren dicht en ik had het liefst meteen naar een raam gelopen om er een open te zetten. Zo warm en benauwd was het in de ruimte. Ik kon mezelf echter in bedwang houden. Ademde een keer diep in en uit en knielde toen.

“U had geroepen, Heer,” prevelde ik zacht. Naast mij knielde Severus Sneep, maar hij zei niets.

“Ah,” klonk het verrast. “onze nieuwste lid is ook weer terug.” Ik hoorde voetstappen mijn kant opkomen en voor mij stilstaan. “Volgende keer kom je meteen als ik je roep,” vervolgde hij kil. Ik wist dat hij mijn stemming probeerde te lezen. Toen hij uiteindelijk bij mij vandaan liep, haalde ik opgelucht adem. Ik volgde hem met mijn ogen en zag dat hij aan de zijkant van de ruimte op een soort van troon ging zitten.

“Sta op en kom dichterbij.” Zijn stem klonk op een vreemde manier uitnodigend en ik besloot dat gehoorzamen het beste was wat ik kon doen.

“Ik wil dat je je spreuken gaat oefenen. Ik heb niets aan een dooddoener die de onvergefelijke vloeken niet kent, ” vervolgde hij. Ik wierp snel een vragende blik op Severus, maar die haalde zijn schouders op.  “Ik heb een leraar voor je uitgezocht.”

“Maar heer,” hoorde ik de stem van Severus naast mij.

“Nee, dit keer ga jij dat niet doen.” was het korte antwoord van Voldemort. “Ik heb een andere kandidaat voor ogen.”

Toen pas zag ik dat er iemand in de hoek van de kamer had gestaan. Bellatrix van Detta deed enkele passen naar voren.

Van alle dooddoeners precies zij…. Ik wist zeker dat de personen die zij uit zou kiezen om op te oefenen mij ook niet aan zouden staan.

“Kom den Otter,” zei ze uitdagend. “Dan gaan we gezellig samen oefenen.” Snel wierp ik een blik naar Severus, die een kort, stijf gebaar maakte dat ik haar moest volgen. Waarom moest ik de onvergefelijke vloeken leren? Wat waren ze van plan? Ik moest waakzaam zijn en proberen rustig te blijven.


  • 0

#25 Sabbientje

Sabbientje

    rasechte paardengek

  • Member +
  • 1984 Posts:
  • Locatie:In een zonnig klinkend dorp onder de rook van Rotterdam
  • Geslacht:Heks
  • Interesses:Paarden, lezen, schrijven en natuurlijk Harry Potter

Gepost 26 September 2016 - 09:44

In een ruimte aan de andere zijde van de hal was al het meubilair aan de kant geschoven, zodat er een grote vrije ruimte was ontstaan. We waren nog maar net binnen of twee dooddoeners kwamen de ruimte binnen gelopen., Ze sleepten een derde persoon met zich mee en gooide deze met een ruwe duw op de grond, daarna draaide de twee zich om en verlieten de ruimte zonder ook maar iets te zeggen. Een glimlach was op het gezicht van Bellatrix verschenen en ze wachtte tot ik de gevangene beter bekeken had. Ik bevroor toen ik zag wie er op de grond lag. Ze was niet echt makkelijk herkenbaar door haar muisgrijze haar en magere gezicht, maar het was onmiskenbaar Tops. Ze zat op handen en knieën toen ze mijn kant op keek.

“Sas,” stamelde ze, terwijl ze naar mij  keek en mijn dooddoenergewaad in zich op nam. Ik liep met snelle passen op haar af en knielde naast haar neer.

“Ik wil dit niet,” zei ik zacht. “Echt niet.” Ze deinsde achteruit en keek me argwanend aan. Ik kon het haar niet kwalijk nemen dat ze mij niet vertrouwde en na de les die Bellatrix mij wilde geven, zou onze vriendschap helemaal verdwenen zijn.

“Als de dames klaar zijn met hun kennismaking, kunnen we beginnen.” De stem van Bellatrix galmde door de ruimte. “Opstaan. Beide. Meteen.”

“Het spijt me,” fluisterde ik en verdrietig keek ik Tops aan, daarna deed ik wat er van mij geëist werd en stond op. Met grote passen liep ik op Bellatrix af, die mij mijn toverstok toestak. Zonder haar aan te kijken, griste ik hem uit haar handen en liep snel enkele passen bij haar vandaan.
“Ik zal even een kleine demonstratie geven van de vloek die we gaan oefenen,” zei Bellatrix hooghartig en wees met haar stok richting Tops. Dit wilde ik niet zien en eigenlijk ook niet horen. Ik sloot mijn ogen en hoorde de martelvloek uitgesproken worden.
“Crucio” weerklonk het door de ruimte. Meteen stonden al mijn botten in de brand. De trut had de richting van haar vloek veranderd en hem nu op mij afgevuurd. Ik had dit niet aan zien komen, omdat ik mijn ogen gesloten had. Toen de vloek opgeheven werd, voelde ik dat ik op de grond lag. Langzaam opende ik mijn ogen en zag Tops geschrokken mijn kant op kijken.

“Opletten,” gromde Bellatrix. “Nu je hebt gevoeld hoe het moet, mag jij hem uitproberen op onze proefpersoon.” Ik hoorde haar door de ruimte lopen, maar ik weigerde haar kant op te kijken. Haar voetstappen stopten. Naar mijn gevoel stond ze vlak bij mij.

“Opstaan,” ze haar stem ineens vlak bij mijn oor. “en maak je klaar.” Ik had eigenlijk geen zin om naar haar commando’s te luisteren, maar nog minder zin om nog een keer als proefpersoon te dienen en stond daarom zo langzaam mogelijk op.
“Je hebt gehoord hoe de spreuk gaat,” ging Bellatrix verder, terwijl ze weer bij mij vandaan liep. “Richt je toverstok en spreek de spreuk met volle overgave uit. Je moet het echt menen.”
Deze spreuk wilde ik niet uitvoeren en al helemaal niet op een vriendin. Ik deed net of ik mij klaar maakte. Ging stevig staan. Ademde meerdere keren diep in en uit voor ik mijn toverstok richting Tops richtte. Ik sloot mijn ogen, om aan haar vragende blik te ontsnappen. Wat moest ik nu? Doen wat er van mij geëist werd? Als ik dit niet deed kon ik er zeker van zijn dat er opnieuw een martelvloek mijn kant op zou worden gestuurd. En daarna zou ik grote kans hebben deze dag niet te overleven. De raderen in mijn hoofd draaide op volle toeren, terwijl ik nadacht over een oplossing. Achter mij opende en sloot de deur en voetstappen klonken door de ruimte. Ik opende mijn ogen weer.

“Jij mocht je er niet mee bemoeien, Sneep,” gromde Bellatrix.
“Ik ben hier puur als toeschouwer,” zei Sneep kil. Vanuit mijn ooghoeken zag ik hem tegen de muur gaan staan en zijn armen over elkaar slaan.

“Komt er nog wat van,” blafte Bellatrix mijn kant op. “Richten, concentreren en uitspreken. Zo moeilijk is het niet. Wacht ik help wel even. IMPERIO!”
Meteen werd mijn hoofd wazig. Het gaf een vreemd gevoel van rust in mijn lichaam. De laatste keren dat ze deze spreuk over mij uitsprak vond ze het erg leuk mij een raar dansje te laten doen. Ik hoopte dat ze dat deze keer uit haar hoofd zou laten. “Spreek de spreuk uit.” zei haar stem in mijn hoofd, maar dat wilde ik eigenlijk nog steeds niet. Wat Bellatrix niet wist dat ik de vorige keren dat ze de vloek van totale controle over mij uitsprak geoefend had in het tegenwerken. Eerst kleine stukjes, dat ik stiekem een danspasje net wat anders deed dan ze verwachtte. Ondertussen kon ik hem aardig weerstaan en soms zelfs goed blijven nadenken.
Ik moest de spreuk uitspreken, dat stukje kon ik niet weerstaan. Maar misschien kon ik er wel wat anders mee uitvoeren. Koortsachtig dacht ik na en wist het. Ik hoopte alleen maar dat het lukte en dat Tops dan mee zou spelen. Ik keek haar aan en zag ik haar ogen groot worden, terwijl ik mijn toverstok op haar richtte.
“CRUCIO,” riep ik hard. Om vervolgens in mijn hoofd de vloek direct ongedaan te maken en een lichte kietelvloek ervoor in de plaats te sturen. Ik was nog niet zo goed in non-verbale spreuken, maar ik voelde mijn toverstok een lichte trilling geven en hoopte dat dit het teken was dat mijn plan gelukt was.

Zowel Bellatrix als Severus lieten niet merken dat ze iets gezien hadden en ik zag Tops op de grond vallen. Ze kronkelde over de vloer en schreeuwde het uit. In mijn hart hoopte ik dat het toneelspel was.

“Genoeg,” zei Bellatrix met een tevreden stem en hief de imperiusvloek die ze over mij uitgesproken had op. Ik voelde de laatste beetje wazigheid uit mijn hoofd verdwijnen en wist dat ik mijn spel nu goed moest spelen. Met een sprong van schrik, hief ik de vloek op.
“Wat heb ik gedaan,” riep ik ontdaan uit en rende naar Tops toe. Achter mij hoorde ik Bellatrix vermaakt lachen. “Ik ga de Heer van het Duister vertellen van je vorderingen,” zei ze vermaakt voor ze de ruimte verliet.


  • 0




0 gebruiker(s) leest/lezen dit onderwerp

0 leden, 0 gasten, 0 anonieme gebruikers