Jump to content
Wizardzone - Harry Potter Community
Sign in to follow this  
Charlotte_1981

Verhalenkluis van Charlotte_1981

Recommended Posts

Op het vorige board heb ik al eens twee verhalen geschreven over twee onderwerpen. Over de laatste Ring, was ik niet helemaal tevreden achteraf. Maar de eerste die ik schreef zet ik er weer opnieuw op.

Share this post


Link to post
Share on other sites
Ook ik ga een gokje wagen.
De onderwerpen zijn:
1. Zomer
2. Herfst
3. Winter
4. Lente
5. Zon
6. Regen
7. Sneeuw
8. Regenboog
9. Ochtendlicht
10. Zonsondergang

11. Toekomstdroom
12.[b][url="http://www.wizardzone.nl/forums/index.php?/topic/567-verhalenkluis-van-charlotte-1981/page__view__findpost__p__10940"] Plaaggeest[/url][/b](257 woorden)
13. Goudkoorts
14. Hoogvlieger
15. Heksenkring
16. Vuurtoren
17. Veerboot
18. Kasteel
19. Huis
20. Sahara

21. Regenwoud
22. Waterval
23. Moeras
24. [b][url="http://www.wizardzone.nl/forums/index.php?/topic/567-hermie-griffels-verhalenkluis/page__view__findpost__p__4891"]Gevangenis[/url][/b] (560 woorden)
25. Kust
26. Dierentuin
27. Scarabee
28. Dinosaurus
29. Vlinder
30. Zeester

31. Pinguïn
32. Boekenworm
33. Olifant
34. Vrolijk
35. Verdrietig
36. Boos
37. Gelukkig
38. Verliefd
39. Moed
40. Dromen

41. Slaapwandelen
42. Middernacht
43. Chocolademelk
44. Kermis
45. Kerst
46. Halloween
47. Foto
48. Paleiswacht
49. Boom
50. Bloem

51. Rood
52. Wit
53. Blauw
54. Geel
55. Groen
56. Zwart
57. Oranje
58. [b][url="http://www.wizardzone.nl/forums/index.php?/topic/567-hermie-griffels-verhalenkluis/page__view__findpost__p__3526"]Stamboom[/url][/b](430 woorden)
59. Kaboutertjes
60. Elfen

61. [b][url="http://www.wizardzone.nl/forums/index.php?/topic/567-verhalenkluis-van-charlotte-1981/page__view__findpost__p__10265"]Harry Potter[/url][/b](1191 woorden)
62. Ron Wemel
63. Hermelien Griffel
64. [url="http://www.wizardzone.nl/forums/index.php?/topic/567-verhalenkluis-van-charlotte-1981/page__view__findpost__p__11611"][b]Draco Malfidus[/b][/url](637 woorden)
65. Ginny Wemel
66. Loena Leeflang
67. Remus Lupos
68. Nymphadora Tops
69. Sirius Zwarts
70. Paralitis

71. Expelliarmus
72. Centaur
73. Hippogrief
74. Bezemsteel
75. Heks
76. Tovenaar
77. Magie
78. Dracula
79. Atlantis
80. [url="http://www.wizardzone.nl/forums/index.php?/topic/567-hermie-griffels-verhalenkluis/page__view__findpost__p__3272"][b]Loch Ness[/b][/url] (176 woorden)

81. Onweer
82. Tornado
83. Hagel
84. Orkaan
85. Vulkaan
86. Water
87. Vuur
88. Sterren
89. Maan
90. Pompoen

91. [b][url="http://www.wizardzone.nl/forums/index.php?/topic/567-hermie-griffels-verhalenkluis/page__view__findpost__p__4474"]Indianen[/url][/b](230 woorden)
92. Eskimo
83. Sledehond
94. [b][url="http://www.wizardzone.nl/forums/index.php?/topic/567-hermie-griffels-verhalenkluis/page__view__findpost__p__3839"]Tsaar[/url][/b](539 woorden)
95. Ridder
96. Kruistocht
97. Spiegel
98. Ketting
99. [b][url="http://www.wizardzone.nl/forums/index.php?/topic/567-hermie-griffels-verhalenkluis/page__view__findpost__p__3273"]Ring[/url][/b](515 woorden)
100. Oorbel(len) Edited by Charlotte_1981

Share this post


Link to post
Share on other sites
1 (80.) Loch Ness

Bij het plaatsje Ness ligt een meer. Volgens geruchten zou er een monster huizen. De heer McDuff heeft een landhuis aan het meer, waar hij bij de vlonder een motorboot heeft. Hij vaart ook dit keer weer over het meer. Hij vind het leuk om uit te pluizen of het monster nu wel of niet bestaat. Ook vandaag vaart hij weer op het meer. Eenmaal in het midden van het meer ziet hij ineens luchtbellen in het water verschijnen. Hij schrikt zich dood. Wat blijkt nou? Er is leven in Loch Ness! Of in ieder geval vermoedt hij dat.

Koortsachtig vaart hij naar de plek van de luchtbellen in het water. Daar ziet hij een schaduw die verdacht veel lijkt op een waterslang of iets dergelijks. Ineens zonder waarschuwing steekt het beest zijn kop boven water uit. En hij hapt naar de heer McDuff die nog uit kan wijken. Als de bliksem vaart de heer terug naar de kant. Het gerucht is waarheid geworden. Het monster van Loch Ness bestaat wel degelijk.

176 WOORDEN

Share this post


Link to post
Share on other sites
Hier is de volgende:



2 (99.) Ring

Wodan de Germaanse oppergod liep op een dag door het zwarte woud. Hij had een van zijn vermommingen aangenomen, om incognito te blijven. Hij wilde in geen beding herkend worden al is dat erg lastig als je maar een oog hebt. Na een wandeling van twee uur kwam hij op een open plek in het woud. Op die open plek woonde de schone Isrune. Het huisje was klein, maar zeer goed onderhouden. de Germaanse schone was achter haar huisje bezig met haar bloemenperkje die ze had aangelegd. Wodan liep om het huisje heen en bekeek Isrune en bewonderde haar bloemen.
‘Mooie bloemen heeft u daar.’ begon Wodan het gesprek.
Isrune keek om en zei: ‘Dank u wel, edele vreemdeling. Komt u toch binnen.’
Dat liet Wodan niet voor de tweede keer zeggen.

Hij volgde haar naar binnen. Isrune wees hem een stoel aan om te gaan zitten. Het dichts bij het haardvuur ging de oppergod zitten. Isrune ging tegen over hem zitten.
‘Wilt u misschien iets drinken?’ vroeg Isrune verlegen.
‘Wat heeft u in huis?’ vroeg hij.
‘Ik heb heerlijke zelfgemaakte honingdrank, of mede.’ antwoordde Isrune.
Wodan nam de honingdrank. Dat sprak hem het meeste aan. Bovendien was hij erg benieuwd hoe die zou smaken. Na een paar seconde kwam Isrune terug met een kommetje met honingdrank die ze gaf aan Wodan, wat ze toen nog niet wist. Isrune begon toch wel nieuwsgierig naar de vreemdeling te worden. Ze vroeg vriendelijk wie hij was en waar hij voor kwam.
‘Ik wandel door het zwarte woud.’ antwoordde hij. ‘Ik ben een eenzame held.’
‘U wandelt dus door het woud, maar waarom als ik het vragen mag?’ vroeg Isrune.
‘Ik ben op de terugreis naar de Rijn. En ik was aan de Oostzee.’ antwoordde hij.
‘Hoe komt het toch, held dat u zo eenzaam bent?’ vroeg ze.
Daar wist Wodan geen antwoord op. Isrune keek nog eens beter goed naar hem en haar ogen gingen wijd open staan. Ze zag dat de held maar een oog had. Ook zag ze aan een van zijn vingers een gouden ring.
‘Wat is er met uw andere oog gebeurd?’ vroeg ze bezorgd.
‘Die ben ik kwijt geraakt in een gevecht.’ Loog hij.
Wodan wilde niet vertellen hoe hij zijn oog echt was kwijt geraakt. In ieder geval niet aan Isrune.

Zijn oog heeft hij verloren doordat hij wijsheid had verschaft en in ruil voor wijsheid moest hij een van zijn ogen afstaan. En aangezien het een tamelijk op een lugubere manier ging vertelde hij het niet aan haar. Ook ik ga niet in details treden. Nadat Wodan zijn mede op had wist hij dat hij geen keus had. Hij moest zijn ware gedaante wel aannemen. Isrune sloeg haar hand voor haar mond om een gil te smoren. Ze herkende nu de held. Het was Wodan. Nadat ze van de schrik bekomen was maakte ze een eerbiedige buiging voor hem. Ze vereerde de oppergod ook zeer trouw en dat wist Wodan. tevreden nam hij afscheid van haar en vervolgde nu als zich zelf de weg naar het Walhalla.

515 WOORDEN

Share this post


Link to post
Share on other sites
3 (58). Stamboom

[i]inleiding[/i]
Ik werk bij het centraal bureau voor genealogie. Daar komen allemaal mensen om onderzoek te doen naar hun stamboom. Ik werk daar in de zogenaamde PKkelder. PK staat voor Persoonskaart. Een persoonskaart is een kaart van het formaat van een half A-4tje, met gegevens van mensen die overleden zijn. We hebben ze ingedeeld in vier bestanden, dat houd in de periode waarin men overleden is, en binnen die perioden zijn de overledenen weer gesorteerd in alfabetische volgorde. De vier perioden zijn, van 1939 tot en met 1970, van 1971 tot en met 1980,van 1981 tot en met 1987 en de laatste van 1988 tot september 1994. Daarna zijn de gegevens digitaal. Ook die persoonskaarten kan met gebruiken voor de stamboom voor de recentere familiegeschiedenis, dus je opa en oma bijvoorbeeld, als die niet meer leven tenminste. En ook twee jaar geleden, anders krijg je hun persoonslijst niet. tot zo ver de inleiding.

Het was een dag zoals elke werkdag. Ik was bezig met persoonskaarten opzoeken. Of in ieder geval deed een poging daartoe, want de aanvraag was zeer onleesbaar. Buiten dat was er bar weinig informatie bij die aanvraag. Sterker nog alleen de achternaam was aangegeven, verder niks. Dus geen, geboorte datum of de naam van de echtgenoot, laat staan een voornaam. Laat ik zeggen het was niet op te zoeken, want het was bij overmaat van ramp ook nog een zeer veel voorkomende naam. Zeg maar een naam zoals Jansen of de Jong. Zie die maar eens te vinden in een archief met meer dan duizend persoonskaarten. Geen doen dus. Verder vroeg die persoon niets aan. het was een brief met maar een aanvraag. Ik legde hem maar op het stapeltje voor behandelde aanvragen en ging met een andere beginnen die een fluitje van een cent was.

De werkdag die gewoon leek bleek toch niet zo normaal te zijn als ik dacht. Het alarm ging af. Ik rende naar de kamer pakte mijn tas en jas en ging als de wiedeweerga naar buiten. Mijn collega’s volgden. Eenmaal buiten zag ik een hoop politie. Ze stelden ons enigszins gerust en ons werd verzocht om vooral te blijven waar we waren. Dat deed ik dan ook. Wat bleek nou, er was een collega, of een bezoeker, dat laat ik nu even buiten beschouwing, er was in ieder geval iemand die een beetje vergeten was dat je binnen niet mocht roken. Dus we mochten dan ook weer naar binnen en de roker kreeg een boete. Eenmaal binnen ging ik weer verder met aanvragers te helpen met hun recente Stamboom.

430 WOORDEN.

Share this post


Link to post
Share on other sites
4. (94.) Tsaar

Het was een zomerse dag. Het was heel warm in Moskou. Er waren dan ook bar weinig mensen buiten op straat en al helemaal niet op het rode plein wat midden in de zon lag. Binnen in het Kremlin daar en tegen was het heerlijk koel en daar was het wat drukker. Zeker in het paleisgedeelte. Die dag was er een bal. Op dat bal was het redelijk druk en dan vooral met mensen die van adel waren. Graven, gravinnen noem maar op. En natuurlijk de bewoners van het paleis. Er werd door een strijkje dansmuziek gespeeld en er waren een aantal paren aan het dansen op de muziek. Aan de kant zaten de oudere en de jonge graven en gravinnen stonden op de dansvloer. Op een meisje na. Zij was voor het eerst op een bal, of eigenlijk was dit haar tweede, maar wel haar eerste in het keizerlijk paleis. Ze kende nauwelijks mensen. Er waren maar drie bekenden bij en dat waren haar ouders en haar oudere broer. Het meisje heette Natasja Rostov. En de broer Nicolaï. Ook hij stond naar de dansende mensen te kijken. In tegenstelling tot zijn zusje kende hij wel meer aanwezigen al waren het maar sommige officieren. Hij was er zelf eentje.

Het strijkje hield ineens op met spelen. De dansers hielden op met dansen en keken allemaal naar de deur. In de deur opening stond hij. De vrouwelijke gasten tilden een randje van hun baljurken op en maakten een buiging en sommige mannen bogen ook. De officieren, waaronder Nico gingen in de houding staan. Ik had er over dat hij in de deuropening stond. Jullie vragen je af, wie is hij? Met hij bedoel ik de Tsaar. Achter hem stond zijn vrouw en daarachter weer het gevolg. Natasja keek haar ogen uit. Zij vergat helemaal dat ze een buiging voor hem moest maken. Haar broer zag dat en gaf haar onopvallend een por in haar zij.
“Je moet buigen, Natalie.” fluisterde hij zacht.
“O ja.” zei ze net iets te hard.
Ze deed vlug een randje van haar jurk omhoog en boog licht. De tsaar hoorde haar iets te harde o ja en er gleed een glimlach om zijn mond. De tsaar gebaarde dat men weer mochten dansen en liep richting Natasja en haar broer. Natasja werd rood en ze begon helemaal te gloeien. Ze bloosde half van schaamte, maar ook omdat ze verlegen werd van wegen het feit dat de Tsaar naar haar toe kwam. Nicolaï zag dat ze daarna wit wegtrok. Hij hield voor de zekerheid zijn zusje vast voor het geval ze flauw ging vallen.
“Is ze een beetje verlegen?” vroeg de tsaar aan Nico.
“Ja, hoogheid. Ik denk dat ik haar even naar een stoel breng, zodat ze een beetje kan gaan zitten.” antwoordde hij.
De tsaar en Nicolaï ondersteunden samen Natasja en hielpen haar naar een stoel.
“Gaat het weer een beetje?” vroeg Nico aan zijn zusje.
“J- ja, het gaat wel weer.” antwoordde ze sufjes.
“Misschien helpt het als je gaat dansen?”
“Met wie dan, Nico?”
De tsaar vroeg haar ten dans. En Natasja had de dag van haar leven. Ze danste met de tsaar. Dat had ze nog nooit durven dromen.

539 WOORDEN

Share this post


Link to post
Share on other sites
5 (91.) Indianen

Een postkoets reed door de prairie. De koetsier en passagiers waren tijdens reis erg op hun hoede. Het gebied waarin ze reden was niet volledig veilig. Niet dat er overvallers in deze buurt waren, maar veel gevaarlijker zeker voor de reizigers. Onder de passagiers waren ook vrouwen en kinderen. En vooral de vrouwen waren een beetje bang aangelegd. De koets reed een hele tijd vredig. De kleinsten sliepen als een roos in de armen van hun moeders. Plotseling zonder waarschuwing hield de koetsier halt. De postkoets werd overvallen. Een van de dapperste mannen onder de passagiers stak zijn hoofd uit het raam. Hij had het nog niet gedaan of er vloog een pijl rakelings langs zijn oor. Snel trok hij zijn hoofd terug. Hij had genoeg gezien. Het kon niet missen, ze werden overvallen door indianen. De meeste dames in de koets begonnen te gillen en de kleintjes werden wakker en begonnen te huilen.

Tijdens de flinke strijd tussen de mannen en de Indianen waren een paar vrouwen die flauw vielen. Ook de koetsier deed met de rest mee. De strijd duurde niet langer dan tien minuten. De mannelijke passagiers wonnen uit eindelijk en de indianen dropen af. Nog napratend over de overwinning stapten de manen weer in de koets, de koetsier weer op de bok en ze reden verder door de prairie of er niks was gebeurd.

230 WOORDEN

Share this post


Link to post
Share on other sites
6 (24.) Gevangenis

[i]Daar zit ik dan. Hoe ik hier terecht ben gekomen is een lang verhaal, maar toch vertel ik het jullie. Ga er rustig voor zitten want het duurt even voor ik met dit verhaal klaar ben. Zitten jullie? Mooi, dan vertel ik nu het verhaal hoe ik hier terecht gekomen ben.[/i]

Het begon allemaal toen ik gezellig door een drukke winkelstraat liep. Het was een dag als alle anderen. Ik was op weg naar de bibliotheek om een boek dat ik geleend had terug te brengen. Ik lees graag en ik leende altijd boeken, zeker sinds mijn boekenkast zo vol staat dat er geen boek meer bij kan en ik wilde er ook geen weg doen, maar dat is een ander verhaal. Ik liep dus naar de bieb toen ik op gegeven moment getuige was van een vechtpartij Ik heb een hekel aan vechtpartijen, dus ik probeerde daar een eind aan te maken. Ik ging midden tussen de partijen in staan om hun te laten stoppen met het gedoe. Achteraf had ik dat niet moeten doen, want ik kreeg een paar flinke klappen, dus ik begon me zelf te verweren. Ik vocht niet echt maar probeerde meerdere klappen te weren. Wat me best aardig lukte. Ik merkte dat er andere mensen naar het vechten en mijn verdedigingen begonnen te kijken. De meeste vrouwelijke toeschouwers hielden hun handen voor de mond en sommige mannelijke begonnen de twee die zich nu tegen me keerden en nu zelfs samenwerkten aan te moedigen. Ondanks al het tumult hoorde ik mensen doorheen die de vechtpartij, waar ik nu ook in betrokken was, proberen te stoppen waaronder ook een paar agenten. Ik probeerde mijn belagers van mij af te schudden en ontsnapte uit hun greep. Ik stond op en klopte het stof van mijn kleren en raapte de tas met de bibliotheekboeken op. Ik keek achterom en ik zag dat ook de personen die de vechtpartij waren begonnen waren opgehouden. Ze keken met een vuile blik naar mij en vervolgens naar de agenten. Een agent kwam naar mij en vroeg wat er aan de hand was.
“Wat is er aan de hand?” vroeg de agent.
“Nou ik liep door deze winkelstraat… “ begon ik.
Hij liet me niet uit praten terwijl ik het wilde uitleggen. Hij pakte me bij mijn schouder en zei streng dat ik met hem mee moest komen.
“En die vechtersbazen dan?”vroeg ik “Zij waren de gene die ermee begonnen waren. Ik wilde ze alleen maar van elkaar afhalen. En toen begonnen ze zich tegen me te keren.”
De andere mensen zeiden het tegenovergestelde van wat ik vertelde. Dat terwijl ze dat helemaal niet konden beoordelen, omdat ze er niet van begin af aan bij waren, waardoor ze niet zagen dat ik probeerde een eind aan de oorspronkelijke vechtpartij te maken.

Ze brachten me naar het bureau. En daar wilde ik uitleggen hoe het allemaal begon. Ze geloofden me niet, want ik bleek alle schijn tegen mij te hebben door de toeschouwers die pas kwamen toen ik werd belaagd en me probeerde te verdedigen, maar te vergeefs, waardoor ik ook wel moest gaan vechten. Ver tegen mijn principes in, dat wel natuurlijk. Maar mijn uitleg mocht allemaal niet baten, dus dat werd brommen. En daar zit ik dan met mijn 'goede gedrag' in de gevangenis wegens, geweldpleging in het openbaar.


560 WOORDEN

Share this post


Link to post
Share on other sites
7 (61.) Harry Potter

[b]Als Harry’s vader niet gedood was.[/b]

Het hele huis van de Potters lag zowat in puin. Niet echt het hele huis. De gevel stond nog overeind en ook de vloer op de bovenste verdieping was nog heel. Alleen het dak lag eraf. In de babykamer in zijn wiegje keek een eenjarig jongetje met een snee in de vorm van een bliksemschicht op zijn hoofd versuft naar een dode vrouw op de grond: Lilly Potter - Evers. ‘Mama’ huilde het jongetje zacht.
Het jongetje was Harry Potter. Beneden in de hal lag zijn vader bewusteloos op de grond, maar dat wist Harry niet. Hij dacht dat hij net als mama dood was.

Intussen buiten kwam een reusachtige man de straat van het huis van de Potters in lopen. Hij schrok toen hij het huis zonder dak zag. Hij liep met grote passen naar het huis toe en liep de open deur in. Hij keek omlaag en hij zag een man met warrig haar liggen.
‘Potter?’ zij hij met een zware stem.
De reusachtige man was Rubeus Hagrid. Hij bukte zich en hield zijn bebaarde gezicht bij de mond van James Potter. Hagrid voelde zijn adem door zijn baard gaan. Hij wist genoeg. James leefde nog. Opgelucht liep hij naar boven. Al James nog leefde, zou Lilly toch ook niet vermoord zijn. Schijn bedriegt. Lilly was niet meer onder de levenden. Hagrid kon zijn tranen bijna niet binnen houden, maar hield zich toch in door niet te gaan brullen. Hagrid keek naar de wieg en daar in zag hij Harry zachtjes huilen. Hij tilde hem op en begon hem onbeholpen te troosten, met een zachtaardigheid die je niet verwachten zou bij zo’n woest uitziende gedaante. Hij moest zijn best doen Harry niet te pletten en hij liep naar beneden. Intussen was een knap uitziende man aangekomen die een schok kreeg bij het zien van James’ toestand en de verschijning van Hagrid in de hal.
‘Hagrid? Wat doe jij hier?’ vroeg hij.
‘Ik kwam Harry halen om naar zijn oom en tante te brengen, Zwarts.’ antwoordde Hagrid aan de man. ‘Maar dat hoeft gelukkig niet blijkt achteraf.’
‘Hoezo niet? James is dood.’ zei Zwarts met een snik in zijn stem. ‘Net als die arme Lilly.’
‘Goed en fout. Lilly is inderdaad dood, maar wonder boven wonder leeft James nog. Hij is alleen bewusteloos.’ antwoordde Hagrid.
Zwarts knielde neer bij James en hield een spiegeltje bij James. De spiegel besloeg. Hij zag dat James verlamd was. Hij pakte zijn toverstok en mompelde een spreuk. Hagrid zette het op een brullen, maar onnodig. James begon met zijn ogen te knipperen.
‘Wat is er gebeurd? Voldemort was hier. Hij wilde Harry doden.’ sprak hij enigszins versuft.
‘Papa?’ vroeg Harry vertwijfeld.
James ging rechtop zitten en kreeg tranen in zijn ogen net als Harry. Hij kon het niet geloven. Zijn zoon leefde nog.
‘Hoe kom je aan die snee?’ vroeg James bezorgd.
Harry antwoordde niet. Hagrid haalde zijn schouders op.
‘Ik weet nie.’ antwoordde Hagrid.
‘En jij Sirius?’ vroeg James aan Zwarts.
‘Eh, Lilly is dood, James en Harry niet. Ik denk een mislukte vloek.’ antwoordde Sirius. ‘Je zei toch dat Voldemort kwam om Harry te doden? Ik denk dat hij eerst Lilly afgemaakt heeft alvorens Harry van zijn leven te beroven. Dus dat Lilly haar leven gaf voor Harry waardoor de vloek bij hem afketste of zo.’
Sirius vertelde dat hij vermoedde wie daar achter zat en dat hij de verrader een lesje zou leren. Ook raadde hij James aan om samen met Harry ergens heen te gaan waar Harry rustig zonder nieuwsgierige blikken kon opgroeien. En als het eenmaal zover was net als zij naar Zweinstein zou gaan.

Aldus geschiedde. James en Harry gingen in een dorpje met uitsluitend dreuzels wonen. Harry groeide op in het zelfde plaatsje als zijn oom en tante en zijn neefje. Harry zag zijn neefje drie jaar later alleen op school. Hij kon zijn bloed wel drinken en omgekeerd kon zijn neefje Dirk ook Harry’s bloed wel drinken. Gelukkig voor Harry kon hij na school naar zijn liefdevolle vader.
‘En Harry hoe was het op school?’ vroeg James als Harry thuis kwam.
‘School zelf was leuk alleen die neef van mij is een echte verschrikking.’ antwoordde Harry.
‘Vertel.’ vroeg James nieuwsgierig. ‘Wat doet hij jou allemaal aan?’
Harry vertelde met geuren en kleuren hoe hij iedere andere leerlingen hun tegen Harry opjutte en verbood om met hem om te gaan. Ook vertelde hij dat er een meisje het flikte om lief tegen Harry te zijn en dat ze het moest bekopen door een ander meisje dat aan haar haren trok. James luisterde aandachtig.
‘Wat vervelend nou. Ik zou Dirk zijn vet geven Harry.’ zei James serieus.
‘Hoe dan? Hem beheksen?’ vroeg Harry.
‘Nou, zoiets ja.’ antwoordde zijn vader. ‘Niet met opzet natuurlijk, maar per ongeluk.’
Harry haalde zijn schouders op. Hij kon echt niet bedenken wat James bedoelde.

Tot op een dag Dirk het heel bont maakte door jongens op Harry af te sturen. De jongens liepen op Harry af met opgestroopte mouwen. Harry zette het op een lopen en sprong achter de vuilnisemmers. Tenminste, dat dacht hij. Voor hij het besefte zat hij op het dak van de keuken en kreeg hij een uitbrander van een leraar.
‘Harry Potter! Kom onmiddellijk van het dak af. hier zullen je ouders van horen.’riep hij razend.
Harry sprong nog overdonderd van het geval dat hij op het dak terecht kwam naar beneden.
‘Maar ik..’ sputterde hij.
Hij kon zijn zin niet afmaken.
‘Wat zei je daar?’ bulderde de leraar. ‘Mee naar de rector, jij.’
Harry zuchtte en liep achter de docent aan naar de kamer van de rector.
‘Je weet dat het verboden is om op het dak van de keuken te klimmen wat deed je daar?’ ondervroeg de rector.
Harry begon uit te leggen dat hij achterna gezeten werd door de maatjes van Dirk en dat hij achter de vuilnisemmers wilde springen en toen op een onverklaarbare manier op het dak terecht kwam. De rector liep rood aan. Hij bulderde dat hij zo’n onzin nooit gehoord had en dat hij een boze brief naar zijn ouders zou meegeven. Dat gebeurde dus ook. Op het eind van de dag kreeg hij een enveloppe mee. Thuis aangekomen gaf Harry zonder James aan te kijken van schaamte de brief. James maakte de brief open en las hem. Tot Harry’s verbazing, begon zijn vader te lachen.
‘Briljant.’ schaterde hij. ‘Harry kom in mijn armen.’
Nog verbaasd op de reactie gehoorzaamde hij. Harry werd overladen met kussen en aaien over zijn bol.
‘Harry, ik ben trots op je.’
‘Maar papa, dit is een boze brief. Daar is niks om trots op te zijn.’
‘De manier waarop je op het dak gekomen bent wel. Dit waren je eerste tekenen van magie.’ antwoordde James met een grijns van oor tot oor.
Ook Harry kreeg bij het zien van zijn vader een zelfde grijns van oor tot oor. Harry was een tovenaar. Dat betekende dat hij net als zijn vader naar Zweinstein zou gaan. James vertelde sinds die keer dat Harry op het dak was beland er alles over.

1191 WOORDEN

Share this post


Link to post
Share on other sites
Ouh, het Harry verhaal is echt heel mooi!
Leuk dat James nog leeft en ook leuk dat je dat 'op het dak belanden' van het boek erbij hebt gestoken! ;)
Wauw! 1191 woorden! Je persoonlijk record! :lol:
[img]http://www.wizardzone.nl/forums/public/style_emoticons/<#EMO_DIR#>/bye.gif[/img]

Share this post


Link to post
Share on other sites
Hier is de volgende:

8 (12.) Plaaggeest

Wat erger ik me toch aan hem. Hij schaadt de reputatie van ons spoken. Gelukkig kan ik hem enigszins de baas, ook Anderling een beetje, maar voor mij is hij echt bang. Maar wat wil je ook, spook van Zwadderich, en vol met bloedvlekken. Ik vertel niet hoe ik er aan kom, want dat is te gruwelijk voor woorden. Waarom ik aan hem erger zal ik nu vertellen:
Foppe, want zo heet die lastpak, wilde, en nu nog steeds, per se deelnemen aan het banket om het begin van een nieuw schooljaar te beginnen. Hij maakte omdat het niet mocht van ons afdelingsspoken, op de monnik na, amok in de keukens. De huiselfen waren helemaal van slag, wat ik me goed kan voorstellen. Hij gooide met pannen, en eten wat klaar stond om naar boven gestuurd te worden. Ik kwam op het hulpgeroep van die arme elfen en gaf hem behoorlijk op zijn donder. Aan het gegil te horen is hij nu bezig leerlingen te koeioneren. Ik ga even kijken wat er aan de hand is. Ja hoor, dacht ik het niet. Hij is leerlingen aan het bekogelen met waterbalonnen, gelukkig steekt Anderling er een stokje voor. Toch is hij weer brutaal. Hij steekt zijn tong naar haar uit. Wel, ja wat een brutaliteit. Zeg, Foppe, wil je dat wel eens laten? Jij bent een schande voor ons spoken, ik hoop dat Vilder het lukt je eruit te schoppen. Ga ergens anders klieren, jij irritante plaaggeest. Zo, die houdt zich nu een tijdje gedeisd.

257 WOORDEN

Share this post


Link to post
Share on other sites
Haha! Foppe en de Bloederige Baron.
Toevallig heb ik dat deel juist gelezen (in het boek), ik ben opnieuw begonnen in HP4 en dat was juist gebeurt :P
Wel leuk dat je van een boekstukje een verhaaltje maakt, maar dan uit het oogpunt van iemand die er niet was in het boek.
:D

Share this post


Link to post
Share on other sites
Jay ik was aan dit verhaal gekomen juist omdat ik die scene had gelezen. Toen dacht ik he, daar kan ik iets leuks mee doen. Dat is wel heel toevallig, Eline.

Share this post


Link to post
Share on other sites
9(64.) Draco Malfidus

Een blonde jongen met een spits gezicht en grijze ogen zat op zijn kamer. Zijn kamer was zeer ruim met mooie lambrisering. Verder stond er een tweepersoonsbed, een bureau en een hoge kledingkast die kon praten. De blonde jongen was Draco Malfidus de zoon van een volbloed tovenaar en heks. Zijn vader was dooddoener geweest, maar kwam terug naar de goede kant nadat de Heer van het Duister in rook was opgegaan. Draco verveelde zich. Hij zat achter zijn bureau naar buiten te staren. De regen viel met bakken uit de hemel. Hij zuchtte. Draco besloot om maar naar beneden te gaan, want er was toch niks te doen. Beneden aangekomen liep hij de grote salon binnen. Op de bank bij de haard zat zijn moeder een boek te lezen.
‘Mam?’ vroeg Draco ‘waar is papa?’
Zijn moeder keek op van haar boek.
‘Hij is op het ministerie, Draco, schat.’ antwoordde Narcissa.
‘O, mam, waarom is er niks te doen? Ik verveel me.’ mopperde Draco.
‘Ik weet het niet schat. Ga iets lezen of zo’ stelde Narcissa voor.
Daar had Draco geen zin in. Verveeld ging hij op de bank zitten en keek verveeld in de vlammen. Terwijl hij in de vlammen zat te staren, kwam zijn vader in de haard. Hij zag er tamelijk moe, maar tevreden uit. Lucius Malfidus had net als Draco blond haar en grijze ogen, maar in tegenstelling tot zijn zoon was zijn haar lang. Hij zag direct dat Draco zich verveelde.
‘Verveel jij je, Draco?’ vroeg hij.
‘Ja, vader. Het regent, als het droog was kon in een vlucht met mijn bezem maken.’ antwoordde Draco.
‘Als je op Zweinstein zit en in het zwerkbalteam van de nobele afdeling, zal je ook in de regen moeten spelen.’ zei Lucius wijs.
‘O, ja. Daar zit iets in.’zei Draco.
Hij liep naar de hal en pakte zijn bezem. Hij had een Helleveeg 7 de nieuwste bezem, maar voorlopig de laatste in de Helleveeg serie. Draco deed de voordeur open. Hij zag dat het weer droog was. Hij liep naar het grasveld in de grote tuin en hij stapte op zijn bezem. Hij zette zich af en daar ging hij. Draco genoot van de wind in zijn haren. Hij ging steeds hoger en hoger. Hij had erg veel vaart, maar hij had niet in de gaten dat er een duif in de tegenovergestelde richting vloog. Recht op Draco af. In een fractie van een seconde was het gebeurd. Hij kwam in botsing met de duif en hij viel van zijn bezem. Hij viel steeds harder. Even dacht Draco dat hij te pletter zou vallen, maar hij maakte gelukkig een zachte landing als of hij was gedaald op zijn bezem. Enthousiast rende hij terug naar huis. Draco was aan de andere kant van de tuin gekomen. Hij liep door de voordeur.
‘Pappa, mama!’ riep hij.
Lucius kwam geschrokken de huiskamer uit.
‘Draco, wat is er gebeurd?’
‘Vader, ik kan toveren! Ik ben net als u een tovenaar!’ riep hij blij.
‘Ik wist het wel. Ik wist wel dat het er ooit van zou komen.’ zei Lucius trots. Maar nu is het zeker. Hoe heb jij je toverkracht getoond?’
‘Ik was aan het vliegen op mijn bezem en kwam in botsing met een duif. Ik viel dus van mijn helleveeg 7 as een steen naar beneden, maar toen ik dacht dat ik er geweest was, maakte ik een zachte landing.’ vertelde hij.
‘Ah, je bent dus behoorlijk geschrokken.’ zei Lucius. ‘Jammer van je bezem, maar ik ben trots op je, zoon.’ Er verscheen een glimlach om zijn mond.
Draco grijnsde ook. Hij liep de woonkamer in en vertelde zijn verhaal nog een keer tegen Narcissa. Ook zij was trots. Om te vieren dat Draco had bewezen een tovenaar te zijn liet ze hun huiself een uitgebreid diner klaarmaken.

637 WOORDEN

Share this post


Link to post
Share on other sites
Ja, weet het reclame voor een andere fanfic, maar toch moet ik het kwijt. Naar aanleiding van mijn verhaal met het Onderwerp Harry Potter, ben ik nu bezig met een verhaal dat verder gaat waar de oneshot eindigt. Ik vond het net als Eline een leuk gegeven. En het schrijven van de shot smaakte naar meer.

Dat betekend natuurlijk niet, dat ik deze uitdaging ga verzaken. Er komen nog 91 verhalen aan.

Share this post


Link to post
Share on other sites
^: Eigenlijk moet je ook even zeggen wat je er dan zo leuk aan vindt, hè, want dit is spam. :D

Ik vond het ook wel een interessant verhaal! Ik kan me zooo voorstellen dat Draco erg blij is, want als hij een Snul was geweest had hij denk ik wel ernstig in de problemen gezeten. :erm: Ik heb wel een kleine opmerking:

[quote][b]Verveeld[/b] ging hij op de bank zitten en keek [b]verveeld[/b] in de [b]vlammen[/b]. Terwijl hij in de [b]vlammen[/b] zat te staren, kwam zijn vader in de haard. Hij zag er tamelijk moe, maar tevreden uit. Lucius Malfidus had net als Draco blond haar en grijze ogen, maar in tegenstelling tot zijn zoon was zijn haar lang. Hij zag direct dat Draco zich [b]verveelde[/b].
‘[b]Verveel[/b] jij je, Draco?’ vroeg hij.[/quote]

Ik heb een aantal woorden die je vaak herhaalt dik gedrukt. Neem het woord "vervelen". Dat gebruik je in dit korte stukje maar liefst vier keer, waarvan twee keer in een zin. Op een gegeven moment weten we wel dat Draco zich verveelt. :P Het is niet zo moeilijk om synoniemen te vinden of het woord in kwestie gewoon weg te laten. Bijvoorbeeld:

[quote]Verveeld ging hij op de bank zitten en hij keek in de vlammen. Terwijl hij in het vuur zat te staren, kwam zijn vader in de haard. Hij zag er tamelijk moe, maar tevreden uit. Lucius Malfidus had net als Draco blond haar en grijze ogen, maar in tegenstelling tot zijn zoon was zijn haar lang. Hij zag direct dat Draco zich verveelde.
‘Heb je niks te doen, Draco?’ vroeg hij.[/quote]

Zie je, het is zo gedaan en ik denk persoonlijk dat het veel fijner wegleest. Het is maar een tip, want het is natuurlijk jouw verhaal. ;) Snel meer?

Share this post


Link to post
Share on other sites
Als ik weer inspiratie heb voor een shot, komt er nog een. Ik ben nu ook bezig met een lange fanfic met hoofdstukken

Share this post


Link to post
Share on other sites

Join the conversation

You can post now and register later. If you have an account, sign in now to post with your account.

Guest
Reply to this topic...

×   Pasted as rich text.   Paste as plain text instead

  Only 75 emoji are allowed.

×   Your link has been automatically embedded.   Display as a link instead

×   Your previous content has been restored.   Clear editor

×   You cannot paste images directly. Upload or insert images from URL.

Loading...
Sign in to follow this  

×
×
  • Create New...