Artikel met Arthur Levine door Sun Arts op 13 juli 2005
Magic TouchAls de Amerikaanse uitgever van de succesvolle Harry Potter boeken is de drieënveertigjarige Arthur Levine een echte, al zegt hij het zelf, partner in het creatieve proces. Hij zegt dat zijn werk het best is als hij geen enkel spoor ervan achter laat.
“Mijn baan is onzichtbaar,” vertelt hij. “Zo hoort het ook. Wat ik doe voor Jo Rowling en mijn andere schrijvers is de ideale lezer zijn, om op dezelfde momenten kritisch maar ook sympathiek te zijn. Ik vertel haar wat me doet lachen, en wat me beangstigt en verwart. Ik geef haar commentaar, voor zover ze mij het gras niet voor de voeten heeft weggemaaid. Ze is erg kritisch op haar eigen werk.”
In 1997 bezocht Levine, een gerespecteerde uitgever van literaire kinderboeken, een internationale boekenbeurs in Bologna, Italië, en bekeek een manuscript van een op dat moment onbekende schrijfster, een voormalige bijstandsmoeder. Levine las die versie in een keer uit tijdens de vlucht naar huis.
“Vanaf het eerste hoofdstuk was ik er volledig ingezogen,” vertelt hij. “Tegen de tijd dat het vliegtuig landde had ik het boek uit en wist ik zeker dat ik het wilde uitgeven.”
Harry Potter en de Steen der Wijzen werd al uitgegeven in het Verenigd Koninkrijk door Bloombury Publishing Inc. Levine kocht onmiddellijk de rechten voor de VS voor $105.000 – waarschijnlijk het uitgeverskoopje van de eeuw.
Met het uitkomen van Harry Potter en de Halfbloed Prins zullen er ongeveer 114 miljoen exemplaren van Rowlings boeken in de Verenigde Staten in omloop zijn. Net zoals zijn voorgangers zal dit zesde deel naar verwachting ongeveer 10 procent uitmaken van Scholastic’s jaarlijkse omzet van $2,2 miljard.
Levine lijkt op een van Harry Potter zijn hippere tovenaarsdocenten, met zijn kale hoofd, nette baard en vierkante brilmontuur. En als je je verbeelding gebruikt ziet zelfs zijn kantoor er uit als een klaslokaal op Zweinstein. Is dat een pen op zijn bureau of een toverstaf?
Een muur van het kantoor is volgepropt met Engelstalige en buitenlandse edities van de 90 kinderboeken die uitgegeven zijn door Arthur A. Levine Books, a Scholastic imprint. Eerste edities van de Harry Potter boeken krijgen geen bijzonder plekje, maar staan bij elkaar, ergens in een hoekje. Levine vindt ze wel bijzonder. Maar hij is gepassioneerd over elk boek dat hij uitgeeft.
Zijn carrière is het resultaat van zijn eerste liefde, poëzie.
Levine was geboren in Queens, hij studeerde Engels en creatief schrijven aan Brown University en werd betoverd door dichters als Mary Oliver en Billy Collins. Levine is zelf ook dichter, maar het is een ontzettend slecht betaald beroep. Gelukkig ontdekte hij dat het metrum dat zo belangrijk is in een sonnet net zo belangrijk is in kinderliteratuur, vooral in prentenboeken. Ritme en rijm zorgt ervoor dat kinderen onthouden wat ze horen en, uiteindelijk, lezen.
Na zijn afstuderen deed hij de Radcliffe uitgevers cursus en ging werken bij Putnam Publishing, waar hij zich ging specialiseren in kinderliteratuur. In 1996 kwam hij terecht bij Scholastic – het volgende jaar maakte hij de ontdekking die hem de status van superster gaf in het uitgeverswereldje.
“Ik geloofde in Jo voordat ze beroemd werd,” vertelt hij. “De manier waarop ik reageer op haar boeken is niet veranderd.”
Respect voor privacyNatuurlijk is Rowling beroemd, en dat beperkt wat Levine over haar wil en kan vertellen, zelfs als dat betekent dat zijn eigen aandeel op de achtergrond blijft. Terwijl minder bekende auteurs zouden profiteren van elk beetje publiciteit, zelfs opmerkingen over zijn of haar schattige trekjes, zouden zulke opmerkingen beschamend zijn voor een schrijver van Rowling’s kaliber.
“Ik zal Jo’s privacy nooit aantasten omdat ze beroemd is,” vertelt Levine. “Het kan er voor zorgen dat zij zich minder veilig voelt, ik zal het dus ook nooit doen.”
Dit geldt vooral sinds geruchten de ronde gingen doen over Rowling. Verhalen die gaan over de schijnbaar satanische thema’s in haar boeken tot haar inkomen. In 2004 stond ze in de Forbes lijst van rijkste personen ter wereld met een geschat inkomen van een miljard dollar.
We kunnen kostelijk lachen om hoe raar het allemaal is,” vertelt Levine. “Het is wel mooi dat ze er zo goed mee om gaat. Ze zegt dan dingen als, ‘ik kan niet te lang praten omdat ik mijn zesde kasteel moet opruimen.’ Ondanks dat ze weet dat het leugens zijn doet het haar wel pijn.”
Wel vertelt Levine dat Rowling, niet zoals andere schrijvers doen, geen ideeën met hem bespreekt terwijl ze aan het schrijven is. Ook zal ze hem geen vroege versies van hoofdstukken sturen om zijn mening te weten te komen.
“Zij werkt ontzettend hard, voor een ontzettend lange tijd voordat ze mij het manuscript stuurt,” vertelt hij. “Als ze het stuurt is het al bijna helemaal klaar. Ze is zich erg bewust van het feit waarom ze iets doet. Ze zal nooit iets doen zonder er over na te denken. Ze is een zekere schrijver, ze is erg zelfverzekerd.”
Na het bestuderen van het manuscript vergaderen Levine en Emma Matthewson, Rowling’s Britse uitgever over het werk. Daarna schrijven ze samen een brief aan Rowling waarin ze hun reacties geven. Het is een delicaat werkje dat te vergelijken is met het plannen van een groots diner.
“Het is alsof we allemaal vrienden zijn, en Emma en ik bereiden dit voor onze derde vriendin,” zegt hij.
Levine en Matthewson zijn het over het algemeen erg met elkaar eens, vertelt hij. “Als we dat niet zijn, laten we Jo de verschillende meningen ook horen.”
Zelfs niet Rowling’s vertrouwde redacteuren kunnen de sluier die Rowling over de toekomstige verhaallijn niet doorgronden. Levine’s vragen over het manuscript zullen vaak worden beantwoord met de reactie: “Goede vraag! Dat zul je in deel 7 lezen.”
Levine’s aandeel mag dan onzichtbaar zijn als het boek af is, maar het is nauwelijks anoniem. Andere kinderboekenschrijvers die Levine als uitgever hadden zullen vertellen dat Rowling veel geluk met hem heeft gehad.
“Een geweldige redacteur zal je nooit zeggen wat je moet doen,” vertelt Betsy James, een schrijfster van 16 kinderboeken. “Arthur stelt vragen. Hij heeft een gevoel voor subtiele betekenissen en ritmes. Arthur is echt ontzettend fijn om mee te werken. Ik heb verschillende redacteuren gehad maar hij is de ster van die afdeling.”
Levine plukte ook Lisa Yee van de stapel. Yee, wiens tweede boek uitkomt in oktober, vertelde dat werken met Levine niet alleen haar carrière heeft opgestart, maar dat het haar een betere schrijfster heeft gemaakt.
Tijdens het werken aan haar eerste boek, Millicent Min, had Yee geen controle meer over haar eigen stijl. Haar lichte schrijfstijl veranderde in stijve, saaie proza.
Levine maakte hier uit op dat ze ondergesneeuwd werd door haar eigen verwachtingen. Hij vertelde haar dat wanneer ze aan het schrijven was ze moest doen alsof ze hem e-mails stuurde. Het manuscript dat daarop volgde won een prijs voor humor in kinderboeken.
“Hij heeft de gave om levens te veranderen,” zegt Yee. “Hij is net als Simon Cowell van American Idol, alleen aardiger en grappiger en veel knapper. Hij kan ontzettend aanwezig zijn en is erg enthousiast. Als hij ergens opgewonden over is klinkt zijn stem hoger, en hij gaat gewoon erg druk doen. Hij praat dan non-stop.”
Het is dan ook begrijpelijk dat niets Levine meer pijn doet dan de beschuldiging dat een boek niet genoeg is geredigeerd door de redacteur – een beschuldiging die vaak werd geuit door critici over het het vijfde deel in Rowling’s serie, Harry Potter en de Orde van de Feniks.
Met 870 pagina’s is dat deel het langste deel in de serie. Het was uitgegeven terwijl geruchten de ronde gingen dat Rowling een writer’s block had, twee deadlines had gemist en dat haar uitgevers het laatste deel haastig naar de drukker hadden gebracht.
Dat is een beschuldiging die Levine tegengaat.
“Het book was erg zorgzaam geredigeerd en Jo was erg open wat betreft dat proces van redigeren,” vertelt hij. “We hadden zelfs extra voorzorgsmaatregelen genomen omdat we wisten dat het een boek zou zijn dat miljoenen mensen zouden lezen en dat het er voor altijd zou zijn.
Levine is de dapperste van alle redacteuren: hij heeft zijn eigen werk aan hetzelfde proces onderworpen dat hij bij andere auteurs geeft. Hij heeft zes goed ontvangen kinderboeken geschreven, bijna allemaal uitgegeven door William Morrow & Co.
“Levine’s precieze taalgebruik bevat elegante verassingen,” schreef Publishers Weekly in een recensie van The Boy Who Drew Cats, een herschrijving van verhaal uit de Japanse folklore.
Hoe vervullend Levine het zelf schrijven vindt, hij denkt niet aan het opgeven van zijn echte baan. “Ik ben geen gefrustreerde schrijver,” vertelt hij.
“Als ik iets wil schrijven dan schrijf ik iets. Het is een andere impuls dan het zijn van een redacteur. Het zijn van een redacteur is te vergelijken met het zijn van een vriend. De verantwoordelijkheid is hetzelfde, net als de bevrediging. Het gevoel van verbondenheid en intimiteit die je krijgt zijn precies hetzelfde als bij vriendschap, en het is ook de prijs van het redacteur zijn.”
Wat kan er magischer zijn dan dat?